Energiedranken zullen bij Aldi per 1 oktober niet meer aan jongeren onder veertien jaar verkocht worden. Bij Lidl is dat al het geval. Supermarkt Dirk maakt geen promotie meer voor de drankjes. De discussie over energiedranken komt regelmatig terug, maar zijn maatregelen echt nodig?

Fred Brouns vindt het een moeilijke vraag. De hoogleraar Innovatie Gezonde Voeding aan Universiteit Maastricht zou dan eerder pleiten voor een verbod op cafeïnehoudende dranken voor kinderen tot een bepaalde leeftijd. Cafeïne is een veelbesproken onderwerp als het over energiedrankjes gaat.

"Een blikje Red Bull heeft dezelfde hoeveelheid cafeïne als een kopje koffie. Mag de jeugd dan ook geen koffie meer drinken? Waar ligt de grens en hoe pak je dat aan?"

Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat een klein deel van de jongeren tussen dertien en achttien jaar oud te veel energiedrank drinkt, zo’n 1 tot 2 procent drinkt drie of meer blikjes per dag. Daardoor lopen ze risico op hartritmestoornissen of slaapproblemen, mede door de cafeïne die erin zit.

Het RIVM pleit ervoor dat het gebruik beter gesignaleerd moet worden en dat er voorlichting gegeven moeten worden over de drankjes.

Cafeïne zit ook in andere levensmiddelen

In de meeste blikjes energiedrank zit volgens het Voedingscentrum zo’n 80 milligram cafeïne, evenveel als een gemiddeld kopje filterkoffie en zo’n vier keer zoveel als in een glas cola van 200 milliliter. De cafeïne kan inderdaad tot problemen leiden, zegt ook Brouns, maar zit ook in mindere mate in thee, chocola en andere levensmiddelen die mensen dagelijks eten. "Maar is dat genoeg basis voor wetgeving? Dan moet je namelijk ook andere dranken met cafeïne verbieden." 

Starbucks is momenteel ook populair bij jongeren, voegt hij toe. "Wat doe je daar dan mee?"

“Het gaat vaak mis als ze dingen gaan combineren”
Fred Brouns

Winkels kunnen op eigen initiatief een verbod in het leven roepen, maar dan is er geen wettelijke basis. Er zijn daarnaast internationaal meerdere rechtszaken geweest tegen grote drankproducten, maar een rechter heeft nooit geoordeeld dat de klachten zijn veroorzaakt door een energiedrankje. 

Populariteit energiedrankjes flink gedaald

Uit cijfers van het Trimbos Instituut bleek in 2015 dat de populariteit van de drankjes onder scholieren flink was gedaald. Waar in 2011 nog 61 procent van de scholieren tussen twaalf en zestien jaar oud een energiedrankje had gedronken in de voorgaande maand, was dit in 2015 nog 38 procent. Onder leerlingen uit groep zeven en acht ging het om 14 procent.

Volgens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) zien artsen soms twaalfjarigen die meerdere blikjes per dag drinken, wat tot serieuze klachten kan leiden. Ook zijn er enkele verhalen bekend over blijvende klachten bij kinderen.

De NVK uitte in het AD zorgen over het feit dat kinderartsen vaker kinderen met klachten op de Eerste Hulp zien. De artsen vinden die richtlijnen van het ministerie daarom niet voldoende en willen een verbod op de verkoop aan jongeren tot achttien jaar oud. De GGD pleitte in 2013 al voor een verbod op de drankjes in de supermarkten.

Maar daar is niet iedereen het mee eens. Zo ziet staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid niets in een verbod, zei hij in reactie op de oproep van de NVK. Hij vindt dat scholen een belangrijke rol kunnen spelen en wil dat huis- en kinderartsen beter gaan letten op eventuele overmatige consumptie. Het Voedingscentrum moet hun bestaande advies (niet meer dan een blikje per dag, niets voor kinderen jonger van dertien) beter onder de aandacht kan brengen, zo zei hij in juli.

Ook het ministerie van VWS vindt het de verantwoordelijkheid van de ouders om hun kinderen te vertellen over de gevaren van energiedrank. Scholen en sportverenigingen moeten daar een rol in spelen en de kinderen op de gevaren wijzen, schreven zij eerder in een reactie.

'Het gaat vaak mis als ze dingen gaan combineren'

Hoeveel kinderen te veel energiedrankjes drinken is onduidelijk. Volgens Brouns is het een kleine groep die excessief gedrag vertoont, maar is niet bekend hoe groot die groep is. "Het gaat vaak mis als ze dingen gaan combineren. Dus niet alleen energiedrank drinken, maar gemixt met alcohol en misschien een pilletje. Als de dokter dan vraagt wat iemand genomen heeft, wordt alleen het energiedrankje genoemd."

Het Voedingscentrum zegt het "een goede stap te vinden" als ook andere supermarkten geen energiedrankjes meer verkopen aan kinderen onder de veertien jaar. "Ook op scholen hoort deze suiker- en calorierijke drank niet thuis", zegt een woordvoerder. Ze blijven bij hun advies en wijzen op de dranken die jongeren wel volop kunnen drinken, zoals thee en water. "Wij gaan daarnaast niet over een algeheel verbod, dat is aan de politiek om te besluiten."

Volgens Brouns is het moeilijk om in de gaten te houden wat kinderen en tieners drinken. "Ze halen bijvoorbeeld na school iets bij een benzinestation of supermarkt. Dat weten ouders niet altijd. Het werkt hetzelfde als met roken, dat wordt thuis vaak niet verteld. Tenzij de ouders ook roken." Het hoort bij jong zijn, soms risico’s nemen, voegt hij toe.

Kinderen worden aangetrokken door het imago

Brouns noemt een van de redenen dat kinderen worden aangetrokken tot de drankjes en het imago ervan. "De reclames draaien om grensoverschrijdend gedrag, Je ziet mensen basejumpen, risico’s nemen. Het is stoer en dat stralen de merken ook uit." 

Ook het Voedingscentrum is niet blij met de reclames die worden gemaakt voor kinderen, staat in hun standpunt over kindermarketing. Zo wordt gewezen op een onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naar marketingstrategieën gericht op kinderen. Bij 20 tot 30 procent van de 136 voedingsmiddelen waar reclame voor werd gemaakt, werd een aantrekkelijk figuur op de verpakking gezet of het product interessanter gemaakt met verzamelobjecten. Meerdere producten leverden meer energie per portie of verpakking dan het Voedingscentrum adviseert voor jonge kinderen.

Algeheel verbod nog ver weg

De discussie over de drankjes had volgens Brouns al in een veel eerder stadium gevoerd moeten worden. "De oorspronkelijke toelating van de eerst energiedrank in de Europese Unie was in Oostenrijk aan het eind van de jaren tachtig. Toen was er nog geen wetgeving zoals we die nu kennen, waardoor het uit de handel halen nu bijna onmogelijk is."

Daarvoor is op basis van de huidige situatie ook geen reden. Totdat misschien het tegendeel bewezen wordt, denkt Brouns. "Het is wel een essentiële zaak dat de industrie wordt verplicht om een veiligheidsdossier op te stellen. Daarin moet dan vermeld worden wat het nut is van de toevoeging van een aantal stoffen in de drankjes. Dat is nu vaak onduidelijk."

Voorlopig is het verbod op de drankjes voor de groep tot veertien jaar oud de enige maatregel die genomen wordt, op initiatief van Aldi en Lidl zelf. Een algeheel verbod lijkt nog ver weg. Het komt nu vooral neer op ouders, scholen en sportclubs zelf om de kinderen en jongeren op de gevaren te wijzen.