De provincie Flevoland besloot deze week dat het aantal edelherten in de Oostvaardersplassen flink moet afnemen. Honderden herten worden vanaf komende maand afgeschoten. Is er in Nederland wel plek voor wilde dieren in de natuur als ze regelmatig worden afgeschoten?

Ruim drieduizend dieren stierven afgelopen winter in de Oostvaardersplassen. Daarvan werd 89 procent afgeschoten door Staatsbosbeheer, omdat de verwachting was dat ze de winter niet zouden overleven en verder lijden werd voorkomen.

Het afschotbeleid van de provincie Flevoland, uitgevoerd door Staatsbosbeheer, deed veel stof opwaaien. Activisten vonden dat er te weinig voedsel in het natuurgebied beschikbaar was en dat de dieren bijgevoerd moesten worden. Als argument werd aangedragen dat de grote grazers in de Oostvaardersplassen door natuurlijke (water) en niet-natuurlijke barrières (hekken) het gebied niet uit kunnen om naar plekken te trekken waar wel voldoende voedsel is.

Frank Berendse, emeritus hoogleraar natuurbeheer aan de Wageningen Universiteit, vindt het "echt nodig" dat de aantallen in de Oostvaardersplassen omlaag worden gebracht. "Sommige biologen zeggen dat sterfte bij de natuur hoort, maar als je kijkt naar de afgelopen dertig jaar, dan was het sterftepercentage in het gebied rond de 10 procent. Dit jaar was dat 60 procent, dat is niet normaal. Het is begrijpelijk dat dat tot grote commotie leidt bij veel mensen."

Berendse snapt ook dat de edelherten in de Oostvaardersplassen worden afgeschoten. "Ik zou niet weten hoe je het aantal anders kan laten afnemen. Er werd gesuggereerd om edelherten (net als de konikpaarden, red.) te vangen, maar ik heb meteen gezegd dat dat niet mogelijk is. In heel West-Europa wordt het aantal grote grazers op deze manier gereguleerd."

De konikpaarden uit de Oostvaardersplassen worden verplaatst naar andere natuurgebieden. (Foto: Hollandse Hoogte)

'Geen goede of foute manier om natuur te beheren'

Patrick Jansen, universitair hoofddocent ecologie aan de Wageningen Universiteit, bestrijdt de uitspraak dat overal in Nederland wilde dieren worden afgeschoten. "Er zijn verschillende manieren om fauna te beheren. Op Nationaal Park De Hoge Veluwe bijvoorbeeld beslist de mens wanneer herten doodgaan. Er wordt heel bewust voor gekozen om dat zelf te bepalen. In delen van het Deelerwoud (eveneens op de Veluwe, red.) bepaalt de natuur welke dieren sterven. Daar zijn al zestien jaar geen herten geschoten."

"Beheerders kiezen het beheer dat het beste past bij hun doelstelling. Als bosbouw bijvoorbeeld het doel is en wilde dieren vreten de jonge bomen op, dan kiezen beheerders meestal voor afschot", vervolgt Jansen. "Er is niet een goed of fout beheer, en je kunt ook niet één soort beheer kiezen voor heel Nederland. Er zijn gewoon verschillende beheervormen."

De Oostvaardersplassen is nu een kale vlakte. (Foto: ANP)

Waarom worden edelherten afgeschoten?

Het was ooit de bedoeling om waar nu de Oostvaardersplassen ligt een bedrijventerrein aan te leggen. Doordat die plannen lange tijd stillagen, nam de natuur het heft in handen en ontstonden de Oostvaardersplassen. Verschillende zeldzame vogelsoorten vestigden zich in het gebied en om de begroeiing te bedwingen, werden heckrunderen, konikpaarden en edelherten in het natuurgebied geplaatst.

Doordat het aantal grote grazers zich onbeperkt kon voortplanten kon dat aantal flink uitbreiden. Alle beplanting werd opgegeten, waardoor de Oostvaardersplassen een kale vlakte werd. Het zorgde voor een vertrek van 31 broedvogelsoorten, geeft Berendse aan, en de hoop is dat als de begrazingsdruk in de Oostvaardersplassen wordt verlaagd dat die vogels - waarvan een deel zeldzaam - weer terugkeren in het gebied.

Het aantal heckrunderen in de Oostvaardersplassen kan volgens de provincie Flevoland hetzelfde blijven en de konikpaarden worden de komende maanden gevangen en in het voorjaar van 2019 overgeplaatst naar andere gebieden. Maar waarom worden de edelherten dan afgeschoten?

Volgens Geert Groot Bruinderink, eigenaar van onderzoeksbureau Faunapartner en gepensioneerd onderzoeker aan de Wageningen Universiteit, is alleen afschieten een manier die werkt om het aantal edelherten te laten afnemen. "Anticonceptie door middel van een prikpil werd als mogelijkheid genoemd, maar elke ecoloog die korter dan een half uur heeft gestudeerd, begrijpt dat dat niet kan. Daarvoor moet je geregeld in de buurt komen van de hindes en dat is niet te doen."

Ook het verplaatsen van de edelherten is volgens Groot Bruinderink onmogelijk. "De dieren zijn dusdanig wild dat ze erg veel stress zouden krijgen van een verplaatsing. Ik denk dat 99 procent al van de stress dood zou zijn gegaan voordat het op de plaats van bestemming aan was gekomen."

Volgens Geert Groot Bruinderink is anticonceptie voor edelherten 'niet te doen'. (Foto: Jarco Hage)

Gebrek aan natuurlijke vijanden

In Nederlandse natuurgebieden bepaalt de mens op dit moment of grote wilde dieren als edelherten, wilde zwijnen en moeflons blijven leven. De dieren hebben geen natuurlijke vijanden, maar met de komst van de wolf naar Nederland kan daar verandering in komen. Op dit moment is bekend dat één of meerdere wolven door Nederland lopen, maar definitief gevestigd heeft het roofdier zich nog niet.

"Zodra hoefdieren weten dat ze een wolf tegen kunnen komen, gaat angst voor predatie hun gedrag beïnvloeden", zegt Jansen. "Een hert kan dan niet meer overal rustig alles opeten, maar moet voortdurend in de gaten houden of er niet toevallig een wolf aankomt. Dat zorgt ervoor dat herten bepaalde plekken gaan mijden en per saldo minder eten. Zo faciliteren wolven indirect planten- en bomengroei, waardoor het landschap verandert."

Groot Bruinderink denkt dat wolven in "een behoorlijk tempo ons land gaan koloniseren". Dat betekent volgens hem dat er minder wilde dieren door de mens afgeschoten moeten worden.

Maar volgens Groot Bruinderink betekent het niet dat er helemaal geen dieren als edelherten en wilde zwijnen afgeschoten moeten worden. "Er zijn grote delen in Nederland waar geen plaats is voor de wolf, maar waar wel herten en wilde zwijnen opduiken. Die dieren zitten dan bijvoorbeeld weggebruikers of de landbouw in de weg. Dan is afschot noodzakelijk om de populatie een beetje te controleren. Het is onderdeel van het polderen wat bij Nederland hoort."

'Laat in Oost-Nederland ruimte voor natuur'

Perry Cornelissen, ecologisch adviseur van Staatsbosbeheer, denkt dat het afschieten van wilde dieren in Nederland alleen zal verdwijnen als de natuur veel meer ruimte krijgt. "Dan hebben we het over grotere gebieden waarin dieren zelf kunnen kiezen waar ze verblijven. In Oost- en Zuid-Europa probeert de organisatie Rewilding Europe dat idee uit te werken. Om die grote gebieden staan geen hekken en daarin is ook ruimte voor predatoren als de wolf en de beer."

Cornelissen benadrukt dat daar dan wel een ander vraagstuk bij komt kijken: de ruimtelijke ordening in Nederland. "In hoeverre zijn we bereid om Nederland op een andere manier in te richten?", vraagt hij zich hardop af. "De overheid probeert het wegtrekken van mensen uit Oost-Nederland tegen te gaan, maar ik zou zeggen: laat het gaan. Dan hebben we misschien over 25 jaar de ruimte om die natuur te behouden. We kunnen dan de aansluiting met gebieden in Duitsland maken, en roofdieren als de wolf, lynx en jakhals reguleren de populaties van wild."

"Maar uiteindelijk bepalen we dan toch waar die natuur zich mag ontwikkelen. We zullen altijd natuurgebieden houden waar we als mens bepaalde doelstellingen voor hebben gesteld", besluit Cornelissen.