Met Prinsjesdag in aantocht liggen zoals gebruikelijk enkele kabinetsplannen voor volgend jaar al op straat. Niet alles is bekend, maar er is een beeld van het koopkrachtplaatje voor 2019. Een overzicht van wat we tot nu toe zeker weten.
 

Dat de koopkrachtplaatjes er voor volgend jaar zonnig uitzien, wisten we al toen het Centraal Planbureau (CPB) in augustus de eerste berekeningen publiceerde. Vervolgens ging het kabinet aan de slag om die cijfers nog een beetje bij te stellen.

Blijven de uitkeringsgerechtigden in koopkracht niet te veel achter vergeleken met de werkenden? Hoe zit het met de ouderen die al jaren last hebben van gelijkblijvende of zelfs dalende pensioenen?

Met die vragen ging het kabinet aan de slag en had gehoopt het eindresultaat volgende week dinsdag te presenteren. Totdat de cijfers donderdagavond uitlekten via het AD.

Een overzicht

  • Per inkomensgroep
    Tot 23.690: 1,1 procent (was 0,7)
    23.690 tot 37.904: 1,7 procent (was 1,4)
    37.904 tot 55.208: 1,6 procent (was 1,4)
    55.208 tot 80.340: 1,7 procent (was 1,5)
    Vanaf 80.340: 1,6 procent (was 1,5)
  • Per inkomensbron
    Werkenden: 1,6 procent (was 1,4)
    Uitkeringsgerechtigden: 0,9 procent (was 0,5)
    Gepensioneerden: 1,5 procent (was 1,1)
  • Per huishoudtype         
    Tweeverdieners: 1,6 procent (was 1,4)
    Alleenstaanden: 1,4 procent (was 1,1)
    Alleenverdieners: 1,7 procent (was 1,5)
  • Per gezinssamenstelling
    Met kinderen: 1,6 procent (was 1,4)
    Zonder kinderen: 1,6 procent (was 1,3)

Ontslag heeft veel grotere impact op koopkracht

Bij deze cijfers past een kanttekening, want het klopt alleen als er volgend jaar verder niets verandert en dat gebeurt vrijwel nooit. Politici en economen waarschuwen hier dan ook voor.

"Zelfs in deze tijden met een goed lopende arbeidsmarkt, zijn er mensen die hun baan verliezen", zei minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken vrijdag over de koopkrachtontwikkeling in het algemeen.

Daarmee bedoelt hij dat bijvoorbeeld ontslag een gigantisch negatieve impact op je koopkracht heeft, ook al zien die cijfers er verder mooi uit. Het tegenovergestelde, een promotie of hoge bonus, geldt natuurlijk ook.

Deze plaatjes zeggen dan ook meer iets over hoe de politiek denkt. Krijgen uitkeringsgerechtigden er bijvoorbeeld minder bij dan werkenden, zoals nu het geval, dan hoopt dit kabinet dat het daarmee werken stimuleert.

Zorgpremie stijgt met 124 euro per jaar

Het kabinet maakt ieder jaar een inschatting van wat de zorgverzekering per jaar gaat kosten. Voor 2019 komt die berekening uit op 1.432 euro per jaar, dat is 124 euro meer dan wat Nederlanders dit jaar kwijt zijn.

Die stijging van ruim een tientje per maand is het gevolg van hogere lonen voor zorgpersoneel, stijgende medicijnprijzen en het besluit om het eigen risico deze kabinetsperiode te bevriezen.  

Zorgverzekeraars kunnen hier overigens van afwijken. Zij maken de premies voor 2019 later dit jaar bekend.   

Bedrijven betalen gat van dividendbelasting

Een maatregel die geen effect op je inkomen heeft, is de veelbesproken afschaffing van de dividendbelasting per 2020. De gederfde inkomsten werden aanvankelijk op 1,4 miljard euro per jaar geraamd, maar die komt zoals we nu weten dankzij een groeiende economie uit op 1,9 miljard euro. Met dat bedrag wordt dan ook gerekend voor de begroting voor 2019. 

Hoe dat gat van een half miljard euro wordt gedicht, is min of meer ook al bekend. De voorgenomen verlaging van de winstbelasting voor bedrijven wordt iets soberder. In het regeerakkoord staat dat de belasting op winsten van 200.000 euro en hoger stapsgewijs wordt verlaagd van 25 naar 21 procent. Dat lage percentage komt nu iets hoger te liggen.

De voorgenomen belastingverlaging voor bedrijven met winsten tot 200.000 van 20 naar 16 procent blijft onaangetast. Daarmee blijft het midden- en kleinbedrijf zoals gewenst buiten schot. Het zijn immers de multinationals die het meest zouden profiteren van het schrappen van de dividendtaks.