Tien jaar na het begin van de crisis voelen we de gevolgen nog altijd

Op 15 september 2008 vroeg de Amerikaanse bank Lehman Brothers faillissement aan, tot op de dag van vandaag het grootste faillissement in de Verenigde Staten. Het omvallen van de bank luidde de crisis in die de wereldeconomie jarenlang zou lastigvallen. We kijken terug op de afgelopen tien jaar. Wat gebeurde er en hoe staan we er nu voor?

Het omvallen van Lehman Brothers zorgde in 2008 voor een schokgolf op de beurs. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook Europa. 

In deze grafiek zijn de aandelen van de Amerikaanse S&P 500-index, met de vijfhonderd grootste beursgenoteerde bedrijven in de VS, en de Nederlandse AEX-index te zien. De koersen daalden flink als gevolg van de crisis. 

Beide indexen zijn al hersteld van de crisis, maar de S&P 500 index liet overduidelijk een groter herstel zien dan de AEX. Onlangs werd bekend dat de Amerikaanse index, afhankelijk van hoe het wordt gemeten, één van de langste positieve periodes ooit doormaakt.

Door de crisis die begint op de Amerikaanse financiële markt, komt ook de Nederlandse financiële sector in de problemen. Dat leidt in 2008 tot de overname van ABN AMRO, in 2013 wordt ook SNS REAAL genationaliseerd. Aegon en ING krijgen een kaptiaalinjectie van respectievelijk 3 en 10 miljard euro.

Maar het zijn niet alleen banken, bankiers en overheden die de crisis voelen. Europa belandt in een recessie: de economische groei daalt. Overheden en bedrijven hebben minder te besteden en voor veel mensen gaat de koopkracht achteruit.

De crisis zorgt voor meer werkloosheid, ook in Nederland. Vanaf 2009 begint de werkloosheid op te lopen. Mensen kunnen geen baan meer vinden en er zijn weinig vacatures. De trend wordt pas vijf jaar later gekeerd, in 2014.

Inmiddels, tien jaar na de crisis, draait de arbeidsmarkt juist weer op volle toeren. Bedrijven hebben weer geld om uit te geven en te investeren. Het gaat zelfs zo goed dat we te maken krijgen met het omgekeerde probleem: werkgevers komen steeds moeilijker aan goed personeel.

Nederlanders leveren tijdens de crisis ook in op koopkracht: huishoudens kunnen minder kopen. Hoewel iedereen dat voelt, krijgt de ene groep grotere klappen te verwerken dan de andere.

Zo gingen mensen die in dienstverband werkten er relatief gezien vrij weinig op achteruit. Gepensioneerden, arbeidsongeschikten en mensen in de bijstand leverden juist relatief veel in. 

Ook het herstel is ongelijk verdeeld, zoals hieronder te zien is. 

Bedrijven zijn in crisistijden minder bereid om werkenden contracten te geven. Liever nemen ze flexwerkers aan, waar ze ook weer makkelijk vanaf komen.

Met name in Nederland neemt het aantal flexwerkers flink toe in de crisisjaren. Sterker nog, er is geen enkel land in Europa dat het aantal flexwerkers zo sterk ziet toenemen als Nederland. 

In zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie besluiten de centrale banken om in te grijpen en de geldpers aan te zetten. Hieronder zijn de balansen van de centrale banken van Japan (BOJ), de eurozone (ECB) en de Verenigde Staten (VS) te zien. Zo zijn de balansen van de Fed en de ECB bijna verzesvoudigd sinds 2003.

Bij de ECB is te zien hoe de bank na 2012 al de balans verkleinde, maar in de loop van 2013 en 2014 werd verrast door het zogeheten 'deflatiespook'. De bank moest alsnog forse hoeveelheden staatsobligaties opkopen. Bij de Fed is te zien dat de balans verkleint sinds begin dit jaar.

In Europa raken overheden zelf ook in de problemen. Met name in Griekenland, maar ook Italië en Spanje zien ze de staatsschuld flink oplopen. Er wordt openlijk gesproken over een 'Grexit'; een vertrek van Griekenland uit de Europese Unie.

De Europese afspraak om de schuld niet verder op te laten lopen dan 60 procent van het bbp, wordt in de crisisjaren eigenlijk nergens meer nagekomen. Slechts een enkeling voldoet er nu wel aan. 

In Nederland komen mensen tijdens de crisisjaren niet meer van hun huis af. Het aantal woningen dat wordt verkocht keldert en ook de huizenprijzen nemen af. Veel mensen komen 'onder water te staan'; hun huis is minder waard dan het bedrag dat ze er ooit voor betaalden.

Hierboven lijkt het er misschien op dat de Nederlandse huizencrisis te boven is. Maar dat zijn slechts gemiddelden. Wanneer je naar de prijsontwikkeling per regio kijkt, wordt duidelijk dat het herstel ongelijk verloopt. In de Randstad liggen de prijzen weliswaar boven het gemiddelde, in de andere provincies liggen de prijzen nog altijd onder het crisisniveau.

Dat de huizenmarkt, de arbeidsmarkt, het bbp en de overheidsschuld de crisis voelen ligt voor de hand. Gekeken naar het aantal huwelijken, lijkt de crisis zich ook in het sociale leven te hebben gemanifesteerd. Al blijft het natuurlijk gissen wat de echte oorzaak van de daling was. 

Lees meer over:

NUshop

Tip de redactie