Na de op het laatste moment voorkomen uitzetting van de kinderen Lili en Howick, sinds 2008 in Nederland, is de vraag gerezen: kunnen de asielprocedures in Nederland versneld worden? 

In het kort

  • Staatssecretaris Mark Harbers wil na zaak-Lili en Howick weten of asielprocedures in Nederland sneller kunnen
  • Moeder Armina kwam in 2008 met jonge kinderen naar Nederland en bleef procederen. Zelf is ze vorig jaar uitgezet. 
  • Volgens asielrechtadvocaat Marq Wijngaarden is de lange 'wachttijd' te wijten aan een capaciteitsprobleem bij de IND. 
  • Ashley Terlouw (professor Rechtssociologie): "Probleem is dat het de overheid niet lukt om de asielzoeker uit te zetten."

"Nederland heeft al een van de snelste procedures van de wereld", zegt Leo Lucassen, Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en hoogleraar aan de universiteit van Leiden. 

Dit zijn asielrechtadvocaat Marq van Wijngaarden en Ashley Terlouw, hoogleraar Rechtssociologie en verantwoordelijke voor het Centrum voor Migratierecht, met hem eens. 

Opvallend, want staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Mark Harbers, liet eerder deze week aan de Tweede Kamer weten snelle asielprocedures en het verminderen van de stapeling van aanvragen "van groot belang" te vinden. Een commissie is in het leven geroepen om te bekijken of de bestaande asielprocedures sneller kunnen. 

De discussie over asielprocedures laaide op door de zaak-Lili en Howick, de Armeense tieners die tien jaar lang in Nederland verblijven. Hun moeder Armina nam de kinderen in 2008 mee naar Nederland. Een jaar later kregen ze voor het eerst te horen dat hen geen verblijfsvergunning werd toegekend. Hierop volgden meerdere procedures, want niet alleen de moeder bleef het proberen, ook de overheid ging in beroep. 

Vorige week zaterdag zouden de kinderen uitgezet worden, maar op het laatste moment is dit besluit teruggedraaid door onbekende redenen. 

'Capaciteit bij IND is een groot probleem'

"De huidige wetgeving hoeft niet veranderd te worden", is de bevinding van Lucassen. "Het probleem zit hem vooral in het feit dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te weinig mensen heeft om de asielaanvragen te beoordelen. Hierdoor blijven ze vaak veel te lang op de plank liggen."

Ook Van Wijngaarden herkent dit in zijn werk als asieladvocaat. "Een van de grootste problemen is het gebrek aan capaciteit bij de IND. Ik sta nu mensen bij die vijf maanden geleden naar Nederland zijn gekomen in een eerste asielprocedure."

IND behandelt asielaanvragen in de eerste instantie in de zogeheten algemene asielprocedure (AA) die acht dagen duurt. Als de immigratiedienst meer tijd nodig heeft, komt de aanvraag terecht in de verlengde asielprocedure (VA) die zes tot vijftien maanden duurt. Van Wijngaarden merkt op dat er steeds meer zaken in de verlengde procedure terechtkomen vanwege het tekort aan medewerkers bij de IND. 

Ook Terlouw denkt dat de procedure van acht dagen grotendeels "fictie" is. "Een asielaanvraag is enorm veel uitzoekwerk voor de IND. Ze moeten bijvoorbeeld kijken naar of de gevangenis in het thuisland van de aanvrager wel bestaat. En als het werk niet zorgvuldig gedaan wordt, krijgen ze dit keihard terug in een nieuwe procedure."

"Er is geen reden om de huidige procedure te veranderen. De uitvoering moet wél veranderd worden", aldus Lucassen. 

Volgens Harbers werkt het IND hard om de wachttijden "niet verder op te laten lopen". Hier zou in de afgelopen maanden extra capaciteit voor zijn aangetrokken, meldde de staatssecretaris woensdag aan de Tweede Kamer. 

“De zwarte piet toespelen aan de asielzoekers in plaats van de overheid is onterecht”
Leo Lucassen

Uitzetting van asielzoeker neemt tijd in beslag

Hierbij noemt Terlouw nog een ander probleem. Het lukt de overheid vaak niet om de asielzoeker uit te zetten als alle procedures zijn afgerond. "Bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet meewerkt."

"Daar gaat dan veel tijd in zitten. En in deze periode kunnen zich nieuwe omstandigheden voordoen, een asielzoeker wordt bijvoorbeeld ziek of de situatie in het land van herkomst verandert." In zo'n geval kan een asielzoeker een nieuwe procedure starten, het 'stapelen' wat Harbers noemt. "En dit kan erg veel tijd kosten", legt Terlouw uit. 

Uit cijfers van de overheid blijkt daarnaast dat het 'stapelen van aanvragen' of het in beroep gaan geen nutteloze manier is van asielzoekers om tijd te rekken. In 2017 werden zesduizend verblijfsvergunningen toegekend vanuit een eerste aanvraag en 450 vanuit een herhaalde aanvraag. 

Lucassen bemerkt dat veel mensen negatief spreken over het feit dat asielzoekers meerdere procedures starten om te kunnen blijven in Nederland. Zoals door de moeder van Lili en Howick werd gedaan. "Het zijn gewoon wettelijk vastgelegde mogelijkheden. De zwarte piet toespelen aan de asielzoekers in plaats van de overheid is onterecht."

Moeten de procedures dan wel versneld worden? 

Volgens zowel Terlouw als Van Wijngaarden valt er tijd te behalen als er meer menskracht bij de IND komt. Van Wijngaarden waarschuwt hierbij wel dat versnellen niet gelijkstaat aan verbeteren. 

Sommige asielzoekers zouden in een snelle procedure mogelijk nog niet durven spreken over onderwerpen als homoseksualiteit. Praten over het vallen op hetzelfde geslacht zou mogelijk pas bespreekbaar kunnen worden zodra de asielzoeker doorheeft dat dit in Nederland niet gevaarlijk is. "Op korte termijn erover praten durven ze dan mogelijk niet, als ze bijvoorbeeld uit Iran komen en nog niet doorhebben hoe wij daar hier over denken."

“Nederland heeft een uitrook- in plaats van uitzetbeleid”
Marq Wijngaarden, asielrechtadvocaat

Terlouw denkt dat, als er in het hele systeem iets aangepast moet worden, er beter gekeken kan worden naar een goede begeleiding bij de terugkeer naar het thuisland als blijkt dat de aanvraag van de asielzoeker in kwestie kansloos is. 

Dit beaamt Van Wijngaarden ook. "Er wordt meer tijd gestoken in het stopzetten van de opvang en andere voorzieningen, dan in het begeleiden van de terugkeer naar het thuisland. Op dat gebied doet Nederland weinig. Het is een uitrook- in plaats van een uitzetbeleid."

Harbers wil voorkomen dat asielzoekers, ook nadat hun asielaanvraag al een of meerdere keren afgewezen is, langdurig in Nederland verblijven. Zoals in het geval van Lili, Howick en hun moeder. 

Zowel Terlouw als Van Wijnhoven pleiten voor de terugkeer van het driejarenbeleid, waarin asielzoekers die drie jaar zonder onherroepelijk besluit over hun asielaanvraag hier geleefd hebben een verblijfsvergunning kregen. "Anders krijg je situaties dat mensen door tijdsverloop hier wortelen en effectief Nederlander worden, zoals Lili en Howick", legt Terlouw uit. "Uitzetten roept dan veel weerstand op."

Lucassen pleit ook voor een praktische, humane en consequente aanpak. "We hebben ze willens en wetens laten inburgeren door de manier waarop onze procedures zijn opgezet. Als het gevolg van je beleid is dat die kinderen hier zo lang zijn, moet je als overheid de consequenties accepteren en ze niet meer terugsturen."

Hard hoofd in dat er iets gaat veranderen 

De directeur onderzoek van het IISG denkt niet dat Harbers een commissie nodig heeft om te zien waar de pijnpunten in het asielproces liggen. "Dat weet hij zelf ook wel."

Ook Terlouw als Van Wijnhoven hebben er een hard hoofd in. "De wens om te veranderen klonk niet uit wat Harbers deze week zei", vindt Terlouw. 

De staatssecretaris heeft meerdere malen gezegd dat de situatie van Lili en Howick op zichzelf stond en niet te vergelijken was. "Tamelijk naïef dat hij denkt dat er niet meer van dit soort zaken gaan komen", besluit Terlouw.