Een boycot van iPhone, hogere importheffingen op Amerikaanse producten en financiële steun uit Qatar. De Turkse regering heeft maatregelen genomen als wraak op de Amerikaanse regering. Maar gaat dit de problemen oplossen?

"Nee", zegt Steven Brakman, hoogleraar internationale economie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, resoluut. "De ervaring met sancties is heel slecht als je kijkt naar de geschiedenis. Dat gaat voor beide niet helpen."

"En het grote probleem wordt er ook niet mee opgelost. Gek genoeg zou Erdogan ook wel eens blij kunnen zijn met de acties van Trump omdat het afleidt van veel fundamentele problemen."

De waarde van de Turkse lira heeft al langer last van de stijgende consumentenprijzen in Turkije, maar de afgelopen tijd is de munt in vrije val. Ondertussen heeft de VS invoertarieven op Turks aluminium en staal verhoogd.

Dat laatste heeft te maken met een rel rond een Amerikaanse predikant die in Turkije huisarrest heeft gekregen. Volgens de Turkse regering heeft de geestelijke banden met Fethullah Gülen, die volgens Ankara achter de mislukte coup in 2016 zat.

Na de Amerikaanse sancties riep de Turkse president Recep Tayyip Erdogan de Turkse bevolking op geen iPhones meer te kopen als onderdeel van een consumentenboycot. Er zijn ook Samsungs en smartphones van het Turkse merk Vestel, benadrukte Erdogan. Ook heeft Turkije de importtarieven op diverse Amerikaanse producten, waaronder auto's, alcohol, tabak en cosmetica verhoogd.

Kleine duwtjes, grote val

Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de UvA en oud-hoofdeconoom van de Wereldbank, gelooft ook niet dat de boycots van Erdogan veel verschil gaan maken. "De problemen gaan er niet door weg. Dat geruzie met Trump stelt op zich niet zoveel voor. Maar Turkije is door het beleid van Erdogan al in een heel kwetsbare positie, dus heel kleine duwtjes kunnen een grote val veroorzaken."

"De lira is weer een beetje omhoog gekrabbeld, maar de lira was natuurlijk al een jaar naar beneden aan het gaan en dat zal hij niet kunnen omdraaien."

Hulp uit Qatar

Concrete hulp kwam donderdag in de vorm van een investering van 15 miljard dollar door Qatar. Het Arabische emiraat, waar Turkije warme banden mee onderhoudt, investeert het bedrag in het financiële systeem van Turkije. Zo moet de sector het even kunnen uithouden terwijl de economische problemen zich opstapelen.

De minister van Financiën benadrukte verder een degelijk begrotingsbeleid te gaan voeren en er zijn maatregelen genomen om te voorkomen dat speculanten veel kunnen inzetten op een daling van de lira.

Problemen blijven ondertussen

Vorig jaar noteerde Turkije nog een van de hoogste groeicijfers ter wereld. Het land versloeg daarmee China en India. Maar deze flinke groei zorgde voor hoge inflatie en om de groei te financieren heeft het bedrijfsleven enorme bedragen in buitenlandse valuta geleend.

Ondertussen lijkt de economie al af te koelen. Zo bleek donderdag dat de productiegroei van de industrie in juni is gehalveerd. En de flinke daling van de lira verergert de problemen voor het land. Investeerders haalden hun geld uit het land vanwege de hoge inflatie. Maar met een lagere waarde van de lira worden buitenlandse producten automatisch duurder en stijgt het prijspeil nog verder. Een vicieuze cirkel ontstaat die alleen door hardere maatregelen kan worden gestut.

Wat is er nodig om deze cirkel te doorbreken? "Puur terugkijkend naar ervaringen in Azië moet je als Turkije eigenlijk vrij drastische maatregelen nemen", zegt Brakman. Een overheid kan bijvoorbeeld simpelweg beperkingen opleggen om lira's in buitenlandse valuta om te ruilen. "Maar daar worden beleggers helemaal zenuwachtig van."

En het is niet erg waarschijnlijk dat dat daadwerkelijk gebeurt. Berat Albayrak, minister van Financiën en schoonzoon van Erdogan, zei deze week in een conferencecall met investeerders een vrije markt te willen behouden en geen kapitaalcontroles in te gaan stellen. Ook hogere renteniveaus, die nodig zijn om inflatie in te dammen, zijn niet populair in Turkije.

Turkije moet het vertrouwen terugwinnen

Brakman hamert ook op het terugwinnen van het vertrouwen van beleggers dat het land de economie kan herstellen. "Je moet de onafhankelijkheid van de centrale bank in ere herstellen en je moet je schoonzoon ontslaan. Daar moet je echt een onafhankelijke monetaire denker voor in de plaats zetten. Dat zou moeten gebeuren, maar de kans dat dit ook gebeurt, is vrij klein."

Van Wijnbergen merkt op dat Erdogan in het begin het nog wel goed deed. In het begin van deze eeuw heeft Turkije flink gesaneerd om de economie weer op de rit te krijgen. "Sindsdien ging het eigenlijk heel goed. Erdogan is van de rails gelopen toen hij machtswellust kreeg en overal vijanden zag. Dat is niet het klimaat waarin buitenlandse partijen investeringen gaan doen."

“Beleggers moeten vertrouwen krijgen dat wat Erdogan zegt niet het monetaire beleid beïnvloedt”
Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de UvA

Van Wijnbergen trekt de vergelijking met populistisch beleid in Latijns-Amerikaanse landen in de jaren tachtig. "Alle autocratische regimes lijken een tijdje heel goed te gaan. Ik heb het vroeger heel veel meegemaakt bij de Wereldbank. Het patroon is hetzelfde."

In veel van de gevallen gaven deze autocratische regimes te veel geld uit gefinancierd met buitenlandse leningen. Uiteindelijk leidde dit vaak tot een kapitaalvlucht en moesten landen vreemde capriolen uithalen om het hoofd boven water te houden. "Argentinië heeft een keer de pensioenpotten geplunderd om een tijdje uit de nood te blijven. Nou ja, dat zijn het soort dingen dat Erdogan ook gaat doen."

Vaak moesten deze landen uiteindelijk aankloppen bij het Internationaal Monetair Fonds, maar Turkije heeft al gezegd daar niet aan te willen. "Dat zeiden ze in Latijns-Amerika ook altijd. Men zwaait wat met de vlag en 'we geven ons niet over', maar op een gegeven moment moeten ze wel."