Dankzij monetair beleid kunnen consumenten goedkoop lenen, maar levert spaargeld bijna niks meer op. Waarschijnlijk is het dieptepunt nu wel bereikt, maar kan het nog wel even duren voordat de spaar- en hypotheekrentes gaan stijgen.

De spaarrente kan ook bijna niet lager. Consumenten bij grootbanken ABN AMRO en ING krijgen op een vrij opneembare spaarrekening een rente van maar 0,03 procent. Rabobank houdt de spaarrente tot nu toe nog op 0,05 procent.

Veel maakt het niet uit voor de spaarder. Iemand met een gespaard vermogen van 22.000 euro verdiende met een rente van 0,05 procent eerst 11 euro rente in een jaar. Dat is nu 6,60 euro. Zes jaar geleden kreeg een spaarder bij een grootbank bij een internetspaarrekening nog zo'n 2 procent rente. Hetzelfde gespaarde bedrag leverde toen 440 euro aan rente op.

Maar in het voordeel van consumenten is dezelfde ontwikkeling te zien bij de hypotheekrente. De gemiddelde rente op nieuw afgesloten hypotheken met een rentevastperiode van tussen de vijf en tien jaar is sinds 2012 bijna gehalveerd. Toen bedroeg de rente nog zo'n 5 procent. In juni was dat 2,8 procent, volgens gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB).

De 'schuldige' is vooral de Europese Centrale Bank (ECB). De centrale bank bewaakt de monetaire stabiliteit in de eurozone. Dat betekent eigenlijk dat de bank probeert te voorkomen dat consumentenprijzen over de gehele linie snel dalen of stijgen. Een stijging van het prijsniveau van 2 procent is het doel.

“'Het is wel duidelijk dat we nu zo'n beetje in de bodem zitten'”
Thomas de Leeuw

Er gloort een sprankje hoop

Maar na de financiële crisis kwam de bank conventionele maatregelen tekort om dit doel te halen en werd gevreesd voor een daling van het prijspeil. Om de inflatie aan te wakkeren en de economie te stimuleren, begon de ECB enorme hoeveelheden schulden op te kopen.

Zo had de centrale bank eind 2007 een balans van 1,5 biljoen euro, maar was die tien jaar later al gegroeid naar 4,5 biljoen euro. Door de aankopen daalden de rentes die op kapitaalmarkten werden gevraagd en daalden ook de spaar- en hypotheekrentes.

Maar er lijkt een einde te komen aan dit beleid van de centrale bank. In juni kondigde de ECB aan vanaf volgend jaar te stoppen met het stimuleringsbeleid. Mits de economische cijfers voldoen aan de verwachting van de centrale bank.

'Neem je verlies en hoop op betere tijden'

Maar vooralsnog blijven de dalingen aanhouden. Vergelijkingssite Geld.nl telde in juli negen banken die de spaarrente verlaagden. De gemiddelde spaarrente ging omlaag van 0,2 procent naar 0,18 procent. "Dit lijkt weinig, maar is omgerekend een daling van 10 procent", verklaart Amanda Bulthuis van Spaarrente.nl en Geld.nl.

Waarschijnlijk blijft die spaarrente nog wel even laag. "We verwachten op zijn vroegst eind 2019 pas wat hogere rentes op spaarrekeningen", aldus Bulthuis.

"Als de grootbanken al sinds november vorig jaar de rentes angstvallig op de 0,05 procent houden en pas nu een kleine stap omlaag maken, hoeven we nog niet bang te zijn voor negatieve rentes. Misschien gaan we nog wel wat verder richting de nul, maar het zal vooral een kwestie zijn van je verlies nemen en hopen op betere tijden."

Volgens Thomas de Leeuw, oprichter van vergelijkingssite Ikbenfrits.nl, zal de afbouw van het opkoopprogramma van de ECB gevoeld worden op de hypotheekmarkt. Door het programma zijn de rentes naar een dieptepunt gedaald, denkt De Leeuw. Maar hij wijst ook op een andere ontwikkeling: de toegenomen concurrentie op de hypotheekmarkt.

'Duidelijk dat we nu zo'n beetje op de bodem zitten'

"Traditioneel hadden de grootbanken alle kaarten in handen. Die hadden 80 procent van de markt. Maar sinds Basel IV (internationale afspraken over kapitaalbuffers, red.) is het moeilijk om de goedkope hypotheken te financieren voor banken. Tegelijkertijd heb je de verzekeraars en de pensioenfondsen die geld langer willen vastzetten. Die stappen in de hypotheekmarkt."

De Leeuw merkt op dat de Nederlandse hypotheekmarkt ook wel uit de pas liep met het buitenland. "Voor een vergelijkbare lening werd in België een procentpunt minder betaald." Terwijl Nederlanders minder vaak in gebreke blijven op de hypotheek.

De Leeuw schat dat de hypotheekrente met 0,5 procentpunt tot 1 procentpunt is gedaald door de toegenomen concurrentie. Die gevolgen zijn volgens De Leeuw wel blijvend. Waar de hypotheekrente zich over een jaar bevindt, is volgens hem moeilijk te zeggen. "Maar het is wel duidelijk dat we nu zo'n beetje op de bodem zitten."

Maar een hogere spaarrente kan nog wel even duren

Als de ECB de balans gaat afbouwen, kan het volgens De Leeuw snel gaan. "Dan kan je gaan zien dat de hypotheekrente fors gaat stijgen." Percentages zoals van voor het beleid van de ECB, toen de hypotheekrente op uitstaande woninghypotheken op 4 tot 5 procent stond, zijn volgens hem dan weer mogelijk.

Maar het kan nog wel even duren voordat de ECB het beleid aanpast en leningen gaat verkopen. De centrale bank heeft maar liefst drie jaar gedaan over het opbouwen van de enorme balans aan leningen. Dit kan niet in korte tijd worden afgebouwd.

Volgens Carsten Brzeski, econoom bij ING en volger van de ECB, is vooral de rente waartegen banken bij de ECB kunnen lenen belangrijk. Die rente staat nu op 0 procent en waarschijnlijk gaat die pas in september 2019 omhoog. "En er is eerder een risico dat er een latere renteverhoging komt, dan dat er een eerdere renteverhoging komt", aldus Brzeski.

Maar ook daarna zullen de rentes nog laag blijven. Pas in 2021 start de ECB waarschijnlijk met het verkopen van de leningen die de laatste jaren zijn opgekocht, zolang zich geen economische schokken voordoen. "Dan zit je in het scenario waarin die spaarrente maar heel mondjesmaat kan stijgen."