Met het mooie zomerweer is het aantrekkelijk om in natuurwater te zwemmen. Dat kan op veel plaatsen in Nederland. Tegelijkertijd wordt de kans op onder meer het ontstaan van de ziekteverwekkers blauwalg en botulisme in het water groter. Waar moet je op letten en wat zijn de risico's?

In het algemeen wordt de zwemwaterkwaliteit als uitstekend (75 procent van de zwemlocaties) of goed (17 procent) geclassificeerd, laat Rijkswaterstaat weten. Op 5 procent van de zwemlocaties is de kwaliteit aanvaardbaar en op 3 procent van de locaties slecht. Die beoordeling is gebaseerd op het aantreffen van ziekteverwekkende bacteriën, er is geen rekening gehouden met blauwalgen.

De waterbeheerders (waterschappen en RWS) berekenen de classificatie op basis van de meetresultaten en de toetsingsregels die daarvoor in de zwemwaterrichtlijn opgenomen zijn. Het is dus niet zo dat de waterbeheerder zelf 'bepaalt' wat de beoordeling is. Het is vooral zinvol om even goed naar het water te kijken voordat je een duik neemt.

Blauwalg

Omdat de temperatuur dit jaar al eerder grote hoogten bereikt heeft, is er op meerdere openbare zwemplaatsen met zoet water al voor blauwalg gewaarschuwd. Dat zijn microscopisch kleine organismen die overal ter wereld voorkomen, in zowel zoet als zout water en op de waterbodem. Wanneer de watertemperatuur de 20 graden overstijgt en er weinig wind is, kunnen blauwalgen zich goed ontwikkelen.

Wanneer de cellen in de organismen kapotgaan, krijgen de algen een roodbruine of blauwe kleur, wat de naam van deze bacterie verklaart. Als er veel blauwalg groeit, is dat een teken dat de gezondheid van het water niet in orde is.

Blauwalg is te herkennen als een kolonie groene bolletjes, vlokjes, strootjes of banaantjes die in het water zweven. Het water krijgt er een lichte visgeur door. Wanneer de blauwalg meer ontwikkeld is, verandert dit in een verfachtige laag die op een groene soep lijkt en wordt de vislucht sterker. Blauwalg in een vergevorderd stadium laat wit of blauw schuim zien en ruikt naar rottende planten.

“Zwemmen in natuurwater is veel rauwer, avontuurlijker en je voelt je vrij.”
Maarten van der Weijden

Ook kan blauwalg een risico voor de menselijke en dierlijke gezondheid vormen. Sommige varianten van de bacterie zijn giftig. Deze giftige stoffen kunnen tijdens het zwemmen bijvoorbeeld via de mond in het lichaam komen. Dat is met name gevaarlijk voor kinderen, omdat zij kwetsbaarder zijn en tijdens het zwemmen nog weleens een slok water binnenkrijgen. Ook huisdieren lopen een risico, omdat zij het besmette water kunnen drinken of oplikken wanneer zij zichzelf wassen.

Zo'n twaalf uur na de 'besmetting' zijn de verschijnselen van blauwalg merkbaar. De symptomen zijn hoofdpijn, huiduitslag, maagkramp, misselijkheid, braken, diarree, koorts, een pijnlijke of rode keel, oorpijn, oogirritaties, lopende neus of gezwollen lippen. De verschijnselen kunnen sneller optreden wanneer iemand een grotere hoeveelheid besmet water binnenkrijgt. In die gevallen wordt aangeraden een arts te raadplegen of naar het ziekenhuis te gaan.

Rijkswaterstaat houdt de kwaliteit van het water in de gaten door op blauwalg te controleren. Wanneer zij de bacterie in zwemwater constateren, laten zij dit aan de pers en het publiek weten door een waarschuwing af te geven.

Botulisme

Botulisme komt een stuk minder voor dan blauwalg, maar is evengoed gevaarlijk. Het is een ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie clostridium botulinum die kan worden opgelopen door besmet voedsel, maar ook dode vissen en watervogels kunnen botulisme doen verspreiden. Als het water 20 graden of warmer is, wordt de bacterie actief. De bacterie produceert botuline, een zenuwgif dat verlammend werkt voor watervogels en vissen en sterfte veroorzaakt, waardoor de bacterie verder in het water verspreid wordt.

Mensen kunnen door besmetting met botulisme slechter gaan zien, lastiger slikken en moeilijker praten. Veel vormen zijn echter niet schadelijk voor mensen. Het wordt uiteraard aangeraden om niet in water waar dode watervogels en vissen drijven te zwemmen of spelen.

Ziekte van Weill

Deze ziekte wordt verspreid door een bacterie die zich in rattenurine bevindt. Besmetting kan in zowel zoet water als in de oever plaatsvinden, via wondjes in de huid en in de slijmvliezen. Zwemmers die besmet raken, merken hier pas na vijf tot veertien dagen iets van. Ze krijgen dan griepachtige verschijnselen en na een aantal dagen kunnen de lever en nieren worden aangetast. Uiteindelijk kan geelzucht optreden.

Zwemmersjeuk

Deze "intense" jeuk wordt veroorzaakt door larven die de huid binnendringen. Deze larven zitten vaak in poelslakken, die in zoet water leven en zich normaal aan vogels hechten. De larven zijn niet met het blote oog te zien.

Japanse oesters

Wie in zee zwemt, kan Japanse oesters tegenkomen. Maar ook in andere grote, zoute of brakke wateren, zoals de Oosterschelde en het Veerse Meer, leeft dit schelpdier. De Japanse oester is vlijmscherp en hierdoor kunnen zwemmers diepe vleeswonden oplopen. Op veel plekken waar de oester voorkomt, staan waarschuwingsborden.

Rivier

Zwemmen in de rivier is verboden. Volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat is het levensgevaarlijk om in de vaargeul te zwemmen. "Er staat daar een sterke stroming en die wordt nog eens sterker als er een schip langsvaart. In het verlengde daarvan is het ook verboden om van bruggen te springen. Je weet tenslotte nooit wat er in het water drijft en waar je op springt. Daarnaast kan er altijd een schip onder de brug doorvaren terwijl je springt."

Eigen risico

Rijkswaterstaat benadrukt dat het zwemmen in open water altijd op eigen risico is. Daarom wordt aangeraden alleen op officiële aangewezen zwemwaterlocaties te zwemmen. Tijdens het badseizoen (dat tot 1 oktober loopt) controleert de provincie elke veertien dagen het water op de officiële zwemplekken. Bij deze plekken staan borden, die middels 0, 1, 2 sterren aangeven wat de kwaliteitsklasse van dit water is. Dit aantal sterren is een vierjaarsgemiddelde.

Als de waterkwaliteit onvoldoende is, wordt dit op een smal bord onder het algemene informatiebord aangegeven. Op Zwemwater.nl is een overzicht te vinden van alle bekende plekken waar gezwommen kan worden en waar waarschuwingen gelden. "Een aantal plekken is oranje, wat betekent dat je daar niet veilig kunt zwemmen", aldus een woordvoerder van Rijkswaterstaat. "Maar daarnaast zijn er nog heel veel locaties waar je de komende dagen prima kunt zwemmen."

Mooie stukken

Toch is het niet zo dat je tijdens het zwemmen in de natuur alleen maar gevaren tegen kan komen. "Het is echt heel leuk en je komt ontzettend mooie stukken van Nederland tegen", vertelt Maarten van der Weijden. De voormalig olympisch kampioen openwaterzwemmen zwom al van Amsterdam naar Rotterdam en stak ook zwemmend Het Kanaal over. Dat deed hij om geld in te zamelen voor de strijd tegen kanker, de ziekte die hij overwon.

Op dit moment is Van der Weijden bezig met de voorbereiding op het zwemmen van een 'elfstedentocht'. Dat gaat hij van 18 tot 20 augustus doen. "Toen ik tijdens een training in Friesland van Stavoren naar Sneek zwom, kwam ik langs De Luts. Daar hangen de bomen over het water en dan is het net Borneo in Friesland. Het Slotermeer is ook erg mooi. Daar is het niet heel diep, dus bij een beetje wind klotst het water al. Een heel fijne plek om te zwemmen. Als ik de pijn van lange zwemmen weg zou denken, dan zou het een sprookje zijn."

Toch moet de openwaterzwemmer daar een kanttekening bij plaatsen. Van der Weijden heeft tijdens zijn zwemtochten meerdere begeleiders bij zich en dat zorgt ervoor dat hij op plekken zwemt waar recreanten niet mogen zwemmen.

Avontuurlijker

Van der Weijden zwemt veel liever in open water dan in een zwembad. "Het is veel rauwer, avontuurlijker en je voelt je vrij. Ook heb je geen last van chloordampen en dat maakt het veel echter. We hebben in Nederland echt heel veel mooie plekken om te zwemmen."

Wel zwemt hij liever in zoet water dan in zout water. "Het zoute water zorgt ervoor dat je schuurplekken krijgt. Ook zuigt je huid water op. Toen ik de oversteek van Het Kanaal had gemaakt, zorgde dat ervoor dat ik een heel dik hoofd had toen ik uit het water kwam. Door zoet water krijg je ook minder snel rimpelhanden ten opzichte van zwemmen in een zwembad."

Voor wie in open water gaat zwemmen, heeft Van der Weijden nog wel wat tips. "Uiteraard is het verstandig als je van tevoren controleert of het water veilig is om in te zwemmen. Zorg er daarnaast altijd voor dat je iemand bij je hebt, zodat die hulp kan halen als er iets misgaat. Ook is het belangrijk dat je genoeg energie overhoudt om hetzelfde stuk terug te zwemmen als je een plas of meer op zwemt."