Elke zomer zijn er weer nieuwe paniekverhalen rond de eikenprocessierups. Naar schatting tienduizenden mensen melden zich met jeukklachten bij de huisarts. Maar hoe groot is het probleem nou eigenlijk? En wordt het inderdaad erger?

Iedereen heeft ze weleens gezien: van die blauw-groengrijze rupsen met een zwartbruin kopje en een met lange witte haren bedekt lichaam.

De dieren zijn hooguit 3 centimeter lang en verplaatsen zich altijd in grote groepen over bomen die zij tijdens de lente kaalvreten. De haren, die zich door de lucht verspreiden, kunnen flinke irritatie aan huid of longen veroorzaken.

Toch zijn er geen concrete cijfers over hoeveel harige 'plaaginsecten' er precies in Nederland rondkruipen.

Schoolplein gesloten

Er is geen landelijk meldpunt dat deze cijfers bijhoudt of registreert. Maar dat de overlast dit jaar veel groter is dan in de voorgaande jaren, is wel duidelijk.

Wie de regionale media scant, vindt vooral in de provincies buiten de Randstad talloze paniekverhalen. De Twentse krant Tubantia opende recent een meldpunt waar binnen een paar dagen vele duizenden klachten zijn binnengekomen.

In Almelo is een petitie die de gemeente oproept meer tegen de rups te doen honderden keren ondertekend. En in Woerden moesten schoolpleinen worden afgesloten vanwege de dreigende overlast door de rupsen.

Jeukdiertjes

Elke larve van de Thaumetopoea processionea heeft honderdduizenden minuscule brandharen die, als zij in aanraking komen met huid of longen, flinke irritatie bij volwassenen, kinderen of dieren kunnen veroorzaken. Het aantal meldingen van overlast verschilt per jaar, maar door de klimaatveranderingen lijkt er de afgelopen jaren netto sprake te zijn van een stijgende lijn.

Ook deze zomer werden veel gemeenten weer 'overvallen' door de aanwezigheid van een opvallend aantal jeukdiertjes. Het Kenniscentrum Eikenprocessierups van de Wageningen Universiteit heeft eind mei zelfs een officiële waarschuwing afgegeven.

Naar schatting bevinden zich vele honderden miljoenen rupsen in de Nederlandse bomen die overlast kunnen veroorzaken. Provincies als Noord-Brabant, Drenthe en Overijssel, waar veel eiken staan, worden doorgaans het zwaarst getroffen.

Geen planning

Henry Kuppen van bomenstichting Terra Nostra wordt door veel gemeenten en bedrijven ingeroepen vanwege zijn kennis over de bestrijding van de eikenprocessierups.

"Gemeenten die nú de problemen willen bestrijden, zijn eigenlijk al te laat", stelt hij met klem. "Het voorkomen van overlast is een project dat planning vergt. De beste methode is het stimuleren van meer biodiversiteit, oftewel ervoor zorgen dat er meer natuurlijke vijanden van de rups in een gebied komen. Een andere oplossing is om in maart al te gaan spuiten met bestrijdingsmiddelen in de bomen die het jaar daarvoor veel overlast veroorzaakten."

Maar de meeste gemeenten hebben hier geen beleid of geld voor en komen pas in actie als de eerste slachtoffers met een geïrriteerde huid of geïrriteerde ogen zich melden. "Er zijn plekken waar nu bestrijdingsmiddelen in de boom worden gespoten", legt hij uit. "Daarmee zorg je er alleen maar voor dat de haartjes die nu in het nest zitten zich verspreiden."

Verbranden

Zelfs nesten verbranden is geen optie meer, want daarmee bereik je hetzelfde ongewenste bijeffect, stelt hij. "De enige mogelijkheid nu is nog om de nesten voorzichtig op te zuigen, maar dat is een heel tijdrovend en secuur werkje." Een halfslachtige aanpak van het probleem leidt het jaar daarop standaard tot meer overlast: in een nest dat niet wordt weggehaald, worden het jaar daarna gemiddeld vijf keer zoveel rupsen geboren.

Hoewel er sprake lijkt van een duidelijke toename van het aantal problemen, zijn er geen concrete cijfers. Het RIVM, dat op landelijk niveau infectieziekten bestrijdt, houdt zich niet bezig met de eikenprocessierups. "Ik snap dat het vervelend is voor mensen die klachten hebben, maar de volksgezondheid is niet in het geding", stelt een zegsman.

Ook de landelijke GGD en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten houden geen cijfers bij. "Dit is een probleem dat op lokaal niveau moet worden opgelost", aldus de woordvoerders. "Het staat niet op ons prioriteitenlijstje." Onderzoeksinstituut Nivel, dat informatie van Nederlandse huisartsen analyseert, kan eveneens niets met zekerheid zeggen. "Artsen kunnen bij irritatieklachten niet specifiek aangeven dat het door de eikenprocessierups komt", legt een woordvoerder uit.

Explosie van klachten

In 2012 inventariseerden de GGD's Twente en IJsselland eenmalig dat in de provincie Overijssel ruim twaalfduizend inwoners klachten hadden door de rups. De enige andere cijfers dateren uit 1996, toen de overlast van het diertje door een warme zomer een forse piek kende. In het meetgebied, dat een half miljoen inwoners telde, bleek toen één op de vijf mensen klachten te ondervinden van de rups.

"Soms is ook lastig heel specifiek te constateren dat klachten door de rups komen", zegt GGD-expert Henk Jans. "Het gaat om een allergische reactie, dus vaak zijn er ook andere mogelijke oorzaken die worden overwogen. In provincies als Brabant of Drenthe, waar zich relatief vaak klachten voordoen, zijn de meeste artsen er trouwens wel alerter op."

Jans noemt de "explosie" van klachten deze zomer wel "volstrekt uniek". "Het probleem is dat de overheid in dit soort periodes in de stress schiet. Maar als het volgend jaar een zomer meevalt, gaan gemeenten en provincies weer achteroverleunen of besluiten weer wat te bezuinigen op de post eikenprocessierups."

Overlast op Pinkpop

Dat is op z'n zachtst gezegd niet zo slim, stelt Jans. "Een van de redenen dat de rups zo sterk oprukt, is de verandering van het klimaat", legt hij uit. "En die houden we netto niet tegen. In de jaren negentig beperkte de overlast zich tot de zuidelijke provincies; nu is de rups te vinden in het hele land. Dat hangt daarmee samen."

Niet iedereen reageert overigens even sterk op de brandharen van de rupsen. "Maar bij iemand die al vaker in contact is gekomen met de haren, kan de reactie wel vele malen heftiger zijn. En die groep wordt steeds groter."

“De overlast zal de komende jaren alleen maar toenemen”
Henry Kuppen

De overlast beperkt zich niet alleen meer tot de praktijk van de huisarts. Festivals als Pinkpop of Best Kept Secret treffen actief voorbereidingen om overlast te voorkomen, dierenartsen waarschuwen voor de risico's voor viervoeters en sportartsen zijn alert op eikenprocessienesten rond amateursportvelden.

Nederland is overigens niet het enige land dat tegen het plaaginsect strijdt; ook in Frankrijk, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk kennen volgens de experts een toename in het aantal klachten.

Paniektelefoontjes

Specialist Silvia Hellingman van het Kenniscentrum in Wageningen wordt er soms wat moedeloos van. "We waarschuwen er al jaren voor dat de rupsen opeens voor grote verrassingen kunnen zorgen", verzucht ze. "De overheid onderschat het probleem echt. We krijgen hier elke dag paniektelefoontjes. Gisteren meldden zich mensen vanaf de camping, omdat hun hele voortent was overgenomen door de rupsen. En de dieren beperken hun zoektocht niet meer tot de eiken zelf: als het voedsel daar op is, gaan ze gewoon in processie verder naar huizen of andere gebouwen."

Het uitroeien van de nesten in de bomen is volgens de expert ook niet zo effectief als veel mensen zouden hopen. "Als het te heet wordt, zoeken de rupsen hun toevlucht onder de grond. Op dat moment hebben voorbijgangers minder last van de haren. Maar als zij vervolgens wanneer het koeler wordt weer terugkeren naar de bomen, zijn de meeste gemeenten niet meer berekend op een nieuwe golf van klachten."

Zij heeft, ook op basis van informatie van collega's, het gevoel dat de overheden in omliggende landen het probleem serieuzer nemen. "In Duitsland worden uit voorzorg tijdig parken en scholen gesloten. Daar wordt ook heel actief nagedacht over een structurele oplossing, zoals het garanderen van meer biodiversiteit. Hier in Nederland wordt dat toch vooral gezien als dure onzin."

Uitgeklede begroting

Het eikenprocessierupsprotocol van de landelijke overheid stamt uit 2013 en legt de bal vooral bij de lokale overheden. "In veel gemeenten valt de aanpak van de nesten onder de vaak toch al flink uitgeklede post 'groenvoorziening'. Terwijl het toch gaat om volksgezondheid en niet om de aanblik van een plantsoen of parkje", bepleit Hellingman.

Er was een landelijke expertgroep, maar deze is een paar jaar geleden opgeheven. Voor groot onderzoek of het in kaart brengen van het probleem is amper geld.

Het zou inderdaad heel verstandig zijn als de landelijke overheid zijn verantwoordelijkheid neemt en een nationaal coördinatiepunt in het leven roept, bepleit ook bestrijdingsexpert Henry Kuppen van boominstituut Terra Nostra.

"Iedereen doet maar wat, omdat de richtlijnen van de overheid flink gedateerd zijn", stelt hij. "En de overlast zal de komende jaren alleen maar toenemen. Het is een utopie dat de eikenprocessierups helemaal kan worden uitgeroeid. Maar het is wel een probleem dat met de juiste visie en voorbereiding heel goed en betaalbaar te controleren en beheersen is."