Nederland en Australië hebben vrijdag een grote stap in het proces MH17 gezet en Rusland wordt verantwoordelijk gesteld voor hun aandeel in de ramp in 2014. De Russen ontkennen en er is nog een lange weg naar berechting van de daders, maar er is weer een stapje in de goede richting gezet. 

"Ik had dit gehoopt, maar niet durven verwachten", reageert Piet Ploeg van de stichting nabestaanden MH17. Ploeg verloor zijn broer en diens vrouw en zoon op die zwarte donderdag in juli 2014.

"Deze krachtige stap is een belangrijke steun in de rug voor de nabestaanden en voor eventuele juridische procedures", stelt Ploeg.

Wat moet er nog gebeuren voordat die juridische procedures op gang komen? En hoe groot is de kans dat eventuele daders uiteindelijk worden gestraft?

Een groep Nederlandse nabestaanden heeft het heft alvast in eigen handen genomen en gaat een claim tegen Rusland indienen bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Dat maakt hun advocaat Jerry Skinner bij EenVandaag bekend.

Maar dat wordt een "lastige, omslachtige, ingewikkelde route", denkt Marieke de Hoon, internationaal strafrechtdeskundige van de Vrije Universiteit. Als nabestaanden naar het hof stappen, moeten zij eerst aantonen dat een nationaal proces in Rusland niet mogelijk is. Als ze dat niet kunnen bewijzen, wordt hun claim waarschijnlijk niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoon geeft het proces meer kans als Nederland zich als land achter de nabestaanden schaart. "De eisen als land zijn veel minder streng en de drempel ligt veel lager." Formeel wordt ook van een land verwacht dat eerst geprobeerd wordt een nationaal proces te voeren. Maar de kans op succes bij het hof is gewoon veel groter voor Nederland, dan voor de nabestaanden alleen, zegt De Hoon. Ploeg, die zelf niet naar het hof stapt, spreekt dan ook de hoop uit dat Nederland dit wel doet.

“Persoonlijk vind ik het van ondergeschikt belang of Piotr, Igor of wie dan ook achter de tralies belandt. Het gaat erom dat in de uitspraak duidelijk wordt hoe het is gegaan.”
Piet Ploeg

Rutte wil om tafel

Een stap naar het Europees Hof van de Rechten van de Mens zou echter vooruit lopen op de zaken. Premier Mark Rutte wil eerst met "Rusland om de tafel gaan", zo zegt hij vrijdag.

Rusland blijft echter in de ontkenningsfase en beweert nog steeds niets met het neerhalen van het vliegtuig te maken te hebben. Hans van Koningsbrugge, hoogleraar geschiedenis en politiek van Rusland aan de Rijksuniversiteit Groningen, sluit uit dat, als de daders inderdaad uit Rusland blijken te komen, ze in hun eigen land worden berecht.

"Dat zou een schuldbekentenis zijn van Rusland en dat is voorlopig echt uitgesloten, denk ik. Rusland heeft altijd zo hard volgehouden dat het met de ramp niks van doen had. Daar zie ik voorlopig geen verandering in."

Een andere reden waarom Rusland volgens Van Koningsbrugge geen rechtszaak in eigen land gaat beginnen, is dat het altijd heeft ontkend dat er reguliere legereenheden in Oekraïne hebben gevochten.

"De buk-raketinstallatie in Kursk maakte deel uit van een eenheid van het Russische leger. Door een rechtszaak te beginnen zou Rusland erkennen dat het een aandeel heeft in de oorlog daar en dat maakt de situatie extra gecompliceerd."

"Rusland heeft altijd gezegd dat het rebellen waren die daar vochten. Degene die bevel heeft gegeven tot het afvuren van de buk-raket zal door het onderzoek wel worden gevonden, maar straf zal diegene in Rusland niet krijgen. Of Rusland moet zijn houding ineens veranderen."

Ook De Hoon denkt dat als de daders uit Rusland komen, de kans klein is dat die ook worden berecht en straf krijgen opgelegd. "In de Russische grondwet is verankerd dat er geen onderdanen mogen worden uitgeleverd. Dus als de daders inderdaad Russisch zijn, dan gaat dat absoluut niet gebeuren", zegt ze.

De correcte route

Heeft het dan voor Rutte nut om met Rusland eerst om de tafel te gaan? "Dat is gebruikelijk en de nette en correcte route", aldus De Hoon. "Maar het is wel een voorbode voor de volgende stap. Als het Kremlin niet wil praten zou een volgende stap zijn om naar het hof te stappen", zegt De Hoon.

Met Rusland praten heeft zin "want je moet natuurlijk altijd zeggen dat je openstaat voor conversatie", zegt Van Koningsbrugge. "Dus ik zie de zin er wel van in, maar of dat iets oplevert weet ik niet."

Geert-Jan Knoops, internationaal strafrechtdeskundige, ziet ook problemen voor een eventueel strafproces omdat het bewijs voor Russische betrokkenheid nog niet onomstotelijk door een rechter is vastgesteld. Het JIT heeft enkele cruciale vragen nog onbeantwoord gelaten. "Waren er instructies? Zo ja, wie heeft dergelijke instructies gegeven? En, wie is verantwoordelijk voor het afschieten van de raket?", aldus Knoops.

"Zolang die essentiële vragen niet zijn beantwoord en er hiervoor nog geen bewijs is, zal een aansprakelijkheidstelling meer een politieke daad zijn.''

Roekeloosheid of nalatigheid

Het JIT heeft bewijs geleverd dat Russische eenheid verantwoordelijk was voor het transport, maar over het afschieten is nog geen bewijs openbaar gemaakt. Dat beaamt ook De Hoon: "Het JIT moet nu bewijzen dat een Russische legereenheid aanwezig was bij het lanceren van die Buk-raket."

De Hoon denkt dat dan Rusland roekeloosheid en nalatigheid kan worden verweten. Tijdens een conflict mag volgens haar met een buk-raket worden geschoten, maar er moet van tevoren goed worden uitgezocht of een doel een burger- of militaire vlucht is.

"Rusland moet kunnen aantonen dat ze onderzoek hebben gedaan om het vliegtuig te kunnen identificeren. Als blijkt dat Rusland dat niet goed heeft gedaan, en die kans acht ik groot, dan is het waarschijnlijk dat Rusland een schadevergoeding aan de nabestaanden moet betalen. Het is natuurlijk wel de vraag of Rusland dat ook uiteindelijk gaat doen."

Daders

Het onderzoekscollectief Bellingcat heeft vrijdag een specifiek persoon als verdachte aangewezen. Het gaat om Oleg Ivannikov, een Russische militair met een hoge functie in de Russische krijgsmacht. Hij zou een van de hoofdverdachten van het veroorzaken van de ramp zijn. Volgens Knoops biedt het onderzoek echter geen bewijs in de strafrechtelijke zin. "Dus dat verandert nu niet veel".

Het JIT, dat onder andere als doel heeft verdachten in kaart te brengen, kan nog niemand specifiek aanwijzen. "Wanneer het tot een rechtszaak zal komen, is nog onduidelijk. Het antwoord is complex", zei Fred Westerbeke, hoofdofficier bij het Landelijk Parket en JIT-onderzoeksleider donderdag bij de persconferentie. 

"We weten gewoon nog niet wanneer we daar genoeg informatie voor hebben. Ik kan wel zeggen: we zitten in de laatste fase van het onderzoek. Maar er is nog veel werk te doen."

'Piotr, Igor of wie dan ook'

Een berechting van de daders zou de nabestaanden veel rust geven. Ploeg: "Als de daders niet bij de rechtszaak aanwezig kunnen zijn, dan moeten zij in ieder geval bij verstek veroordeeld worden. Dan weet heel de wereld in ieder geval wat er gebeurd is. Mijn broer, zijn vrouw en zoon en daarbij nog 295 mensen zijn bij de ramp omgekomen en het kan niet zo zijn dat niemand daar ooit voor ter verantwoording wordt geroepen."

"Persoonlijk vind ik het van ondergeschikt belang of Piotr, Igor of wie dan ook achter de tralies belandt. Het gaat erom dat in de uitspraak duidelijk wordt hoe het is gegaan."