Bijvoeren of niet: Wat is er aan de hand in de Oostvaardersplassen?

Duizenden dieren zijn de afgelopen maanden in natuurgebied Oostvaardersplassen gestorven. Demonstranten proberen de hekken rondom de Oostvaardersplassen open te breken en eisen dat herten, runderen en paarden worden bijgevoerd. Tijdens de wintermaanden heeft de situatie in het natuurgebied in Flevoland de gemoederen flink bezig gehouden. Maar wat is er eigenlijk precies aan de hand in de Oostvaardersplassen?

Sinds heckrunderen (1983), konikpaarden (1984) en edelherten (1992) in de Oostvaardersplassen werden geïntroduceerd, hebben de dieren om de paar jaar te kampen met een strenge winter. Tijdens zo'n winterse periode is er nog minder voedsel beschikbaar dan normaal gesproken in de winter het geval is en daardoor sterven er honderden tot duizenden dieren. De laatste winter die streng was voor de dieren was de winter van 2010.

Staatsbosbeheer ziet dit als een natuurlijk proces en eind februari werd dan ook besloten dat de dieren niet bijgevoerd zouden worden. Dat zorgde voor zoveel maatschappelijke onrust dat de provincie Flevoland, waar het natuurgebied in ligt, besloot dat de dieren toch bijgevoerd moesten worden, ondanks dat deskundigen dit afraadden. Dat gebeurde ook in 2010, na een motie in de Tweede Kamer.

"We zijn het niet meer gewend om dieren te zien overleven", vertelt Joke Bijl van Staatsbosbeheer. "Runderen en paarden associëren we al gauw met landbouw- en hobbydieren. Maar jaren geleden bepaalde de rechter al dat de beesten in de Oostvaardersplassen formeel de status van wild dier kregen, waarmee de mens het eigendom daarover verloor. Wilde dieren eten zich in de zomer tonnetje rond en maken in de winter aanspraak op hun vetvoorraad. Je ziet ze dan magerder worden en worstelen om te overleven."

Zichtbaarheid

Wat volgens Bijl ook een belangrijk aspect rondom de onrust in Oostvaardersplassen is de zichtbaarheid van het dierenleed in het gebied. "Het is een open gebied waar het leven, maar ook de dood heel erg zichtbaar is. Op de Veluwe gebeurt bijvoorbeeld hetzelfde, maar doordat het daar minder is te zien, is de discussie daar ook veel minder groot."

Een ander verschil tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe is dat op de Veluwe proactief wordt ingegrepen. Volgens Bijl wordt daar in oktober - nog vóór de winter begint - 50 procent van de edelherten afgeschoten en 70 tot 80 procent van de wilde zwijnen. In de Oostvaardersplassen worden de grote grazers pas afgeschoten als tijdens de wintermaanden blijkt dat ze het einde van de winter niet gaan halen. "Sinds Staatsbosbeheer de Oostvaardersplassen in beheer heeft (1996, red.) is daarvoor gekozen. Er is altijd de keuze gemaakt om natuurlijke processen leidend te laten zijn", legt Bijl uit.

Jozef Linthorst, voorzitter van Vereniging Het Edelhert, kan zich wel vinden in het afschieten van de verzwakte dieren. Maar waar hij niet achter staat is het aantal grote grazers in de Oostvaardersplassen. "Er zijn nu al bijna drieduizend dieren dood gegaan en we hebben nog een maand te gaan voordat de winterperiode is afgelopen. Dat valt onder de term hopeloos. Als vereniging denken we dat er teveel dieren in de Oostvaardersplassen leven. We hebben heel lang alleen gestaan in ons roepen, maar nu er echt honger is zie je dat de publieke opinie omslaat."

Een vermagerd heckrund in de Oostvaardersplassen.

Dierentuin

Een van de actievoerders in de Oostvaardersplassen is illusionist Hans Klok. Op Eerste Paasdag is hij bij het natuurgebied geweest omdat hij "het wel eens met eigen ogen wilde zien". Wat hij zag viel hem niet mee. "Het is de hel op aarde. Je ziet een dorre vlakte met daarop sterk vermagerde dieren. Zoiets verwacht je in een ontwikkelingsland, maar niet in Nederland."

Dat dit het gevolg is van de natuur die de vrije hand krijgt, noemt Klok "gelul". "Het is gewoon een dierentuin met een hek eromheen, alleen vergeten we de dieren te voeren. Ik sprak een bioloog en die zei: 'het is een laboratorium, alleen dan zonder dak erop'."

Hans Klok trof een dorre vlakte aan toen hij bij de Oostvaardersplassen ging kijken.

Bijvoeren

De provincie Flevoland besloot naar aanleiding van de ontstane onrust om de grote grazers in Oostvaardersplassen toch bij te voeren en dus brengt Staatsbosbeheer sinds 1 maart dagelijks op tien plekken in het gebied schraal hooi uit andere natuurgebieden. "Daardoor is het spijsverteringssysteem van de dieren al in de voorjaarsstand gebracht", legt Bijl uit. "In de winter staat dat systeem op de spaarstand. Je ziet dat de dieren dan trager reageren, doordat ze zuiniger met hun energie omgaan. We gaan dus door met het bijvoeren totdat het voorjaar echt is begonnen en er voldoende voedsel voor ze te vinden is."

Volgens Han Olff, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft het bijvoeren niet veel zin. "De dieren kunnen niet zoveel met het extra voedsel dat ze krijgen. Ze zijn niet in staan om in maart ineens hun vetvoorraad aanvullen. Je ziet ook dat het bijvoeren de grote sterfte niet heeft voorkomen."

Olff denkt dat door het hoge aantal gestorven dieren er komende zomer in ieder geval genoeg voedsel is voor de hele populatie op de Oostvaardersplassen. "De dierenstand is als het ware weer gereset naar het aantal van een jaar of vijftien terug. Of komende winter nou een strenge winter wordt of niet, je zal zien dat er een hoge mate van overleving is doordat alle dieren in de zomer voldoende hebben kunnen aansterken."

Een konikpaard in de Oostvaardersplassen.

Verbinding Veluwe

Ondanks dat Olff vindt dat de massale sterfte van de grote grazers een "natuurlijke situatie" is, denkt hij toch dat het goed is als er aanpassingen worden gedaan in het natuurgebied. Als voorbeeld noemt hij een verbinding met de Veluwe. Al jarenlang wordt er gesproken over een 'natuurbrug' tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe, waardoor de grote grazers van de Oostvaardersplassen niet meer opgesloten zitten.

"Dat is een goed idee, denk ik", zegt Olff. "Het probleem van de Oostvaardersplassen is dat het voor een heel ander doel is ingericht. Het zou in eerste instantie landbouwterrein en industriegebied worden. Door het gebied te vergroten en aansluiting te maken met de bossen van de Veluwe, zal daarmee een kwaliteitsslag gemaakt kunnen worden. De biodiversiteit wordt daardoor ook groter."

Jozef Lindhorst van Vereniging Het Edelhert is geen voorstander van een verbinding tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe. "De provincie Gelderland ziet je aankomen met duizenden herten. Dat is echt geen optie, want ook op de Veluwe is daar geen ruimte voor."

De kritiek op het beleid dat wordt gevoerd in de Oostvaardersplassen zal volgens Olff ook verminderen als de toegankelijkheid van het gebied wordt vergroot. "Dan kan je mensen veel meer uitleg geven. Nu staan ze aan de andere kant van een spoorlijn met een verrekijker te kijken naar hoe het eraan toegaat. Dan lijkt het al gauw alsof er enge dingen gebeuren. Ik herinner me nog hoe eind jaren tachtig grote grazers voor het eerst in natuurgebieden werden gezet, waardoor wandelaars met ze in aanraking kwamen. Mensen spraken er toen schande van en waren bang voor ongelukken. Maar juist doordat ze toen met eigen ogen konden zien hoe het verliep is de maatschappelijke onrust verdwenen."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Lees meer over:

NUshop

Tip de redactie