Nederlanders die belastingaangifte doen, zijn volgens het ministerie van Financiën vooral op zoek naar informatie over aftrekposten. En dat is niet zo verwonderlijk: ze vergroten de kans dat je straks geld van de Belastingdienst terugkrijgt.

Als je gebruikmaakt van aftrekposten, valt je inkomen lager uit. Mogelijk betaal je daardoor minder inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hieronder vind je de belangrijkste aftrekposten op een rij.

Reiskosten voor je werk

Als je in loondienst bent, met het openbaar vervoer van en naar je werk reist en zelf de reiskosten betaalt, dan kun je in aanmerking komen voor reisaftrek. Je moet dan wel meer dan 10 kilometer van je werk wonen. 

Ook moet je doorgaans minstens één dag per week forensen of in een jaar minimaal veertig dagen naar dezelfde werkplek reizen.

De afgelegde afstand en het aantal reisdagen bepalen de hoogte van de aftrek. Over het jaar 2017 varieert de reisaftrek van 111 euro tot 2.073 euro. Een eventuele vergoeding van je werkgever moet je van het bedrag aftrekken. 

Met een openbaarvervoerverklaring van het vervoerbedrijf kun je bewijzen dat je met het ov hebt gereisd. Bij een aantal NS-abonnementen is dat niet nodig, omdat de NS dit aan de Belastingdienst doorgeeft.

Als je met losse vervoerbewijzen, een studentenreisproduct of een ov-chipkaart reist, kun je bij je werkgever een reisverklaring aanvragen.

De Belastingdienst kan daarnaast om extra bewijzen vragen. Transactieoverzichten van anonieme ov-chipkaarten accepteert de fiscus niet.

Studiekosten en andere scholingsuitgaven

Als je voor je beroep een studie, opleiding of zogenoemde EVC-procedure volgt, mag je onder voorwaarden kosten aftrekken.

Je komt alleen in aanmerking als je geen recht op studiefinanciering hebt. Daarnaast moet je de kennis via een leertraject (onder begeleiding of toezicht) opdoen.

De aftrek geldt voor de kosten die boven het drempelbedrag van 250 euro uitkomen. En kosten die je werkgever heeft vergoed, mag je niet aftrekken.

Alleen noodzakelijke kosten zoals collegegeld, lesgeld, examengeld en verplichte leermiddelen tellen mee. Verplichte boeken en software dus wel, maar bijvoorbeeld reiskosten en kosten voor een laptop niet.

Kosten voor duurzame goederen, zoals een vleugel voor een conservatoriumopleiding, mag je evenmin aftrekken. Je mag ze wel over meerdere jaren afschrijven.

Zakelijke kosten voor inkomsten uit overig werk

De zakelijke kosten die je voor overige werkzaamheden maakt, mag je van de opbrengsten aftrekken. Dit is van belang als je bijvoorbeeld als gastouder, artiest, gastdocent of krantenbezorger hebt gewerkt.

Zakelijke kosten voor bijvoorbeeld visitekaartjes, het gebruik van een mobiele telefoon en reizen kunnen aftrekbaar zijn.

Het verschil tussen de opbrengsten en de kosten is je resultaat uit overig werk. Daar moet je belasting over betalen.

Kosten voor periodieke uitkeringen

Als je kosten hebt gemaakt om een periodieke uitkering te krijgen of te houden, dan mag je die bedragen in bepaalde gevallen aftrekken.

Het gaat bijvoorbeeld om de kosten die je maakt voor het krijgen of houden van alimentatie-uitkeringen en lijfrente-uitkeringen. Denk daarbij aan telefoon-, advocaat-, porto-, reis- en incassokosten.

Partneralimentatie en andere verplichtingen aan je ex-partner

Als je partneralimentatie aan je ex-partner betaalt of andere onderhoudsverplichtingen hebt, dan mag je deze kosten in bepaalde gevallen aftrekken. 

Dit geldt bijvoorbeeld voor aanvullingen op de partneralimentatie, bijstand voor je ex-partner die de Sociale Dienst op jou heeft verhaald of betalingen voor de verrekening van pensioenrechten, lijfrenten en andere inkomensvoorzieningen.

Advocaat- en proceskosten voor het vaststellen, aanpassen of beëindigen van de alimentatie zijn niet aftrekbaar. Ook pensioenrechten die een pensioenfonds direct aan je ex-partner uitkeert, mag je niet van jouw inkomen aftrekken.

Zorgkosten vanwege ziekte of invaliditeit

Sommige zorgkosten die je in 2017 vanwege een ziekte of invaliditeit hebt gemaakt, kun je aftrekken. Dit geldt onder meer voor vervoerkosten, dieetkosten en kosten voor genees- en heelkundige hulp bij de huisarts, tandarts of specialist.

Verder zijn bedragen voor hulpmiddelen, zoals steunzolen en gehoorapparaten, aftrekbaar. Maar de kosten voor rollators, looprekken en krukken juist weer niet. De Belastingdienst heeft een overzicht met vaak voorkomende zorgkosten gemaakt.

Uitgaven aan tijdelijk verblijf van een ernstig gehandicapte

Als je in het weekend of tijdens vakanties een ernstig gehandicapte van 21 jaar of ouder verzorgt, kun je de kosten hiervoor van je inkomen aftrekken.

Het moet gaan om iemand die meestal in een Wlz-instelling verblijft. Je hoeft niet per se familie van hem of haar te zijn. Als mentor of curator kom je ook in aanmerking.

Voor het halen en brengen met de auto geldt een aftrek van 0,19 euro per kilometer. Voor de extra kosten vanwege het verblijf van de ernstig gehandicapte mag je 10 euro per dag aftrekken.

Alleen kosten die niet worden vergoed, zijn aftrekbaar. 

Giften aan een goed doel of een instelling

Als je geld of goederen aan een goed doel of instelling geeft, kun je in aanmerking komen voor aftrek. Dit kan ook als je de kosten voor je vrijwilligerswerk niet vergoed krijgt of afziet van een vrijwilligersvergoeding. Dat wordt dan als een gift gezien.

Alleen giften aan een zogenoemde algemeen nut beogende instelling (ANBI), een culturele ANBI, vereniging of een steunstichting sociaal belang behartigende instelling (steunstichting SBBI) komen in aanmerking.

Dat laatste is een stichting voor het inzamelen van geld voor een jubileum van een SBBI. Dit kan bijvoorbeeld een sportclub of muziekvereniging zijn.

Voor eenmalige giften of meerdere giften die je niet hebt laten vastleggen, gelden een drempel- en maximumbedrag. De drempel is 1 procent van je zogenoemde drempelinkomen (maar altijd minstens 60 euro). Het maximum is 10 procent van je drempelinkomen.

Bij periodieke giften hanteert de Belastingdienst geen drempel of maximum. Gewone giften aan verenigingen en periodieke giften aan een steunstichting SBBI zijn niet aftrekbaar.

Voor giften aan een culturele ANBI krijg je extra aftrek. Je mag de gift aan zo'n instelling met een kwart verhogen. Het maximum voor de verhoging is 1.250 euro.

Kosten voor je eigen woning

Als woningbezitter kun je bepaalde kosten aftrekken. Dit kan onder meer met de rente over je hypotheek en de rente over leningen voor bijvoorbeeld een verbouwing of onderhoud.

Ook een aantal eenmalige kosten komt in aanmerking. Denk daarbij aan bemiddelingskosten voor het krijgen van een hypotheek of lening, notariskosten voor de hypotheekakte en kosten voor een taxatie die nodig is om een hypotheek te kunnen krijgen. Maar onder meer makelaarsprovisies, overdrachtsbelasting en notariskosten voor de koopakte zijn niet aftrekbaar.

Daarnaast mogen ook periodieke betalingen voor erfpacht, opstal of beklemming afgetrokken worden. Hier krijg je mee te maken als je woning op een stuk grond staat dat niet van jou is.

Het eigenwoningforfait tel je bij je inkomen op

Iedereen met een eigen woning moet juist ook een bedrag bij het inkomen optellen. Dit zogenoemde eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde. Je hebt hiervoor de beschikking met de peildatum van 1 januari 2016 nodig. 

Voor woningen van 12.500 euro tot 1,06 miljoen euro gelden percentages van 0,3 procent tot 0,75 procent. Voor duurdere woningen neem je een bedrag van 7.950 euro plus 2,35 procent van de waarde boven 1,06 miljoen euro.

Geen of een kleine eigenwoningschuld

Als je geen of slechts een kleine eigenwoningschuld hebt en daardoor geen of weinig rente betaalt, kom je mogelijk in aanmerking voor nog een aftrekpost.

Dit kan als de aftrekbare kosten lager zijn dan het eigenwoningforfait. De aftrek komt meestal neer op het verschil tussen deze bedragen.

Als je voor je woning een eigenwoningforfait van 1.200 euro moet opgeven en je aan rente en aftrekbare kosten 1.000 euro kwijt was, dan is het eigenwoningforfait per saldo 200 euro. In dat geval krijg je 200 euro aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld.

Het kabinet wil deze regeling vanaf 2019 in stappen afbouwen. De Tweede Kamer heeft hier in november 2017 mee ingestemd.

Kosten voor onderhoud aan een rijksmonumentenpand

Als eigenaar mag je de kosten voor onderhoud van een rijksmonumentenpand aftrekken. Het pand moet wel zijn ingeschreven in het Rijksmonumentenregister of zijn aangewezen als beschermd monument.

Je kunt alleen de kosten aftrekken die je in het betreffende jaar hebt betaald. Ook moet het pand je eigen woning zijn of horen bij je bezittingen en schulden in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). En als je subsidie voor het onderhoud ontvangt, moet je dit bedrag van de onderhoudskosten aftrekken.

De aftrek geldt ook voor het onderhoud van monumentenpanden in andere EU-landen, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Daarvoor moet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wel erkennen dat het pand behoort tot het Nederlands cultureel erfgoed of dat het een rijksmonumentenpand zou zijn als het op Nederlands grondgebied stond.

De aftrek staat op de nominatie om geschrapt te worden. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen, is door het vorige kabinet aangehouden. Het plan wordt nu verder uitgewerkt en alsnog aan de Tweede Kamer voorgelegd. De beoogde invoeringsdatum van de nieuwe regels is 1 januari 2019.

Aftrekposten van de eigen woning kun je onderling verdelen

De genoemde aftrekposten van de eigen woning kun je als fiscale partners onderling verdelen. Dit kan als jullie in heel 2017 fiscale partners waren of ervoor hebben gekozen dit te zijn.

Je moet dan allebei in de aangifte het totaal van het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten invullen. Daarna kun je het saldo van deze inkomsten en aftrekposten verdelen.

Alleen het saldo mag verdeeld worden. Het is niet toegestaan om de ene fiscale partner alleen het eigenwoningforfait te laten aangeven en de andere enkel de kosten.

Schulden in box 3

Schulden kun je in box 3 in mindering brengen op de waarde van je bezittingen. Daardoor valt je vermogen lager uit en betaal je er mogelijk minder belasting over. De eerste 25.000 euro van je vermogen is overigens van belasting vrijgesteld.

Alleen het deel van je schulden dat boven de drempel van 3.000 euro uitkomt, kun je in mindering brengen. Voorbeelden zijn schulden voor de financiering van een tweede woning, erfbelasting, schulden voor consumptiedoeleinden zoals een auto of vakantie en een negatief saldo op een bankrekening.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend