Staatsbosbeheer voert grote grazers in de Oostvaardersplassen bij tot het einde van de winter, nadat de provincie Flevoland zich begin maart genoodzaakt zag om de dieren te voeden na maatschappelijke onrust. Is dat in de toekomst vaste prik, moet het wildbeheer op de schop of moeten Nederlanders er aan wennen dat de winter de grazerspopulatie verkleint?

Biologische randvoorwaarden voor natuur zijn er in ieder geval in de Oostvaardersplassen: uit onderzoek van de Groningse hoogleraar Ecologie Han Olff bleek dat de grond in het natuurgebied tot wel drie keer productiever is dan een Friese weide met een vergelijkbare grondsoort. Die vruchtbaarheid zorgde na de drooglegging van het gebied voor een explosie van flora en fauna.

"Begin jaren 70 werd duidelijk dat hier een prachtig natuurgebied aan het ontstaan was", zegt Frank Berendse, emeritus hoogleraar Natuurbeheer aan de universiteit van Wageningen (WUR).

Eind jaren zestig werd Zuidelijk Flevoland ingepolderd. Vanuit de lucht werd riet ingezaaid op veel plekken in de nieuwe polder. Dat bevorderde verdere drooglegging via verdamping. Het gebied dat we nu kennen als de Oostvaardersplassen, is laaggelegen. Het bleek destijds nog te nat te zijn en werd daarom overgeslagen bij het inzaaien. Daardoor kreeg de natuur daar tijdelijk de vrije hand. 

Het gebied ontwikkelde zich al snel tot een moeras, dat een overweldigende rijkdom aan vogels aantrok. De grauwe gans dook bijvoorbeeld weer op - een soort die lange tijd niet meer in Nederland was gezien. Onder druk van de publieke opinie werd het moerasgebied in de jaren zeventig uitgebreid met zo'n 2.400 hectare aan beoogde landbouwgrond, die al wel gedraineerd was, maar nog niet ontgonnen.  

In de decennia die volgden, ontstond het idee om dat de natuur de ruimte moest krijgen in de Oostvaardersplassen, met zo min mogelijk ingrijpen door de mens.

Afzijdig

Het natuurgebied wordt beheerd door Staatsbosbeheer, dat het beleid om de natuur op z'n beloop te laten, decennia lang voortzette. De waterstanden in grote delen van de Oostvaardersplassen mochten schommelen, begrazing werd niet gestuurd en dieren werden in de winter niet bijgevoerd. Dat werd gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek naar de instandhouding van het habitat van de grote grazers in het gebied en de effecten op hun leefomgeving.

Er werden overigens wel veranderingen aan het landschap doorgevoerd: er werden watervlaktes uitgegraven en er kwam een verbinding met de Lepelaarplassen.

Dat beleid legde de kiem voor het conflict tussen doelstellingen die haaks op elkaar lijken te staan: de natuur moet zo veel mogelijk de vrije hand krijgen in de Oostvaardersplassen, maar de grote grazers moeten er ook overleven - desnoods met hulp van Staatsbosbeheer, zoals voor het eerst gebeurde in de winter van 2010. 

De verschillende soorten gebieden in natuurgebied Oostvaardersplassen. 

Nat en droog 

De Oostvaardersplassen zijn grofweg op te delen in een nat gedeelte - moerasland - en een droog gedeelte, waar de grazers zich ophouden. "De belangrijke natuurwaarden zitten niet in het droge, maar in het natte deel", zegt Berendse, die de heckrunderen, konikpaarden en edelherten vooral ziet als "ongewenste franje" van de Oostvaardersplassen. 

"De waarde voor de natuur in het natte deel staat buiten kijf. Daar vind je de grote zilverreiger en de lepelaar, het baardmannetje, de waterral en de roerdomp - noem ze maar op", zegt Berendse. "Het droge deel was, voordat de grote grazers werden uitgezet, ook redelijk rijk aan allerlei bijzondere soorten, zoals houtsnip, roodborsttapuit en nachtegaal. Die zijn nu, onder invloed van de begrazing, volledig verdwenen. De biodiversiteit is dramatisch afgenomen."

Je zou die grote grazers eruit kunnen halen en ze ergens anders neerzetten, stelt Berendse. Het droge deel van de Oostvaardersplassen is nu al aan het inklinken; aan het zakken en aan het krimpen. Als je de kades die het moerasgebied omgeven weghaalt, ontstaat er een veel groter nat moeras.

"Ik vind dat de grazers het beste kunnen wijken voor de geweldige waarde van dat grote moerasgebied. Dan krijg je een écht natuurlijk gebied." De Marker Wadden, een gebied met 'natuureilanden' dat nu ontwikkeld wordt, kunnen daar dan bij worden getrokken, meent Berendse.

“Ik vind dat de grazers best mogen wijken voor de waarde van het moerasgebied”
Frank Berendse

Bomen

De man die wordt gezien als de geestelijk vader van de Oostvaardersplassen, de inmiddels gepensioneerde ecoloog Frans Vera, denkt echter heel anders over het nut van de grazers.  

Vera ziet de wilde runderen, paarden en herten als de ingenieurs van het landschap: ze werden geïntroduceerd om te voorkomen dat de hoger gelegen delen van het natuurgebied overwoekerd zouden raken. Ze eten planten zoals grassen en netels, waardoor stekelige struiken (zoals de meidoorn en de sleedoorn) de kans krijgen om te groeien. Zodra die doorns hebben ontwikkeld die groot genoeg zijn om grazers uit de buurt te houden, bieden ze beschutting aan jonge bomen, die anders zouden worden opgepeuzeld.

Het beoogde resultaat is een gevarieerd en parkachtig landschap, dat goed aansluit bij wat we in Nederland zien als een aantrekkelijk natuurgebied.

Vruchtbare grond

Frank Berendse betwijfelt zeer of dat landschap er inderdaad komt. "Op grondgebied met een rijke voedselvoorziening, zoals de Oostvaardersplassen, kan dat eigenlijk niet ontstaan."

Dat beeld wordt gestaafd door recent onderzoek door een van zijn promovendi, Perry Cornellissen, naar de effecten van de populaties grote grazers op de vestiging van bomen. Daaruit blijkt dat de stekelstruiken er niet komen: de kiemplanten worden overschaduwd door de omringende vegetatie of ze worden in een vroeg stadium weggevreten.

"Wat nu speelt is dat we een uitgestrekte grasvlakte hebben", werpt Frans Vera tegen. "Komen daar stekelstruiken? Ja, maar die komen er niet vanzelf, dat heeft tijd nodig. En misschien komen ze er uiteindelijk niet, omdat de grond in de Oostvaardersplassen zo vruchtbaar is, dat dit zo veel dieren aantrekt dat de struiken niet de tijd krijgen om stekels te ontwikkelen die groot genoeg zijn om de bomen te beschermen. Dan moet je die ideeën bijstellen."

Herten grazen in natuurgebied Oostvaardersplassen. Over het belang van de aanwezigheid van de dieren in het gebied, wordt getwist. 

'Niet gewend'

"De extreme vruchtbaarheid van de Oostvaardersplassen zijn we in Nederland helemaal niet gewend, want alle vruchtbare grond hier is in gebruik genomen voor landbouw", zegt Vera. "Er gebeuren in dat natuurgebied allerlei onvoorziene dingen."

Die on-Nederlandse onvoorspelbaarheid is "een aanval op onze vastgeroeste ideeën, en niemand geeft die ideeën graag op", zegt Vera. Hij vindt nog steeds dat de natuur op haar beloop moet worden gelaten. "Of nou ja, je moet het gebied uitbreiden: hoe groter, hoe beter."

“De extreme vruchtbaarheid van de Oostvaardersplassen zijn we in Nederland niet gewend”
Frans Vera

Bijvoeren

Hoewel Berendse en Vera het fundamenteel oneens zijn over de rol van de grote grazers in het landschap, vinden ze elkaar als het gaat over het nut van bijvoeren of het 'preventief afschieten' van hongerige hoefdieren die de winter waarschijnlijk niet zullen overleven.

"Een uitgestelde vorm van dierenmishandeling", noemt Berendse die maatregelen. "Het lijkt allemaal heel diervriendelijk, maar het natuurlijke aanpassingsproces aan de omstandigheden, waar strenge winters bij horen, wordt daardoor ernstig verstoord en vertraagd."

Enerzijds is het belangrijk dat de aantallen grote grazers in balans komen met het voedselaanbod, zegt Berendse. "Dat evenwicht kan alleen ontstaan als diersoorten de gelegenheid krijgen zich aan te passen aan hun leefomgeving." Bovendien vindt tijdens een barre winter een sterke natuurlijke selectie plaats: dieren die aangepast zijn, overleven. Dat proces is ook zichtbaar. "Sinds de introductie van de Heckrunderen in 1983 hebben er behoorlijk snelle, erfelijke veranderingen plaatsgevonden."

Bijvoeren of het aanleggen van extra beschutting doorkruist dat proces. "Je krijgt meer dieren, die minder aangepast zijn, waardoor het probleem alleen maar groter wordt. Dan moet je, nog meer dan nu, allerlei dierentuinachtige maatregelen gaan nemen."
 

Jaarritme

Vera vindt dat in een vroeger stadium aandacht moet worden besteed aan het natuurlijke verloop van de seizoenen, die het ritme van het dierlijk leven bepaalt. Het hele jaar staat eigenlijk in het teken van voorbereiding op de winter. "We zien nooit media verschijnen in de zomer, wanneer al die dieren hun vetvoorraad aanleggen. Dan wordt het koud, worden ze mager, en doet men alsof dat een volledig onnatuurlijk fenomeen is."

Hij ziet niet veel in de maatschappelijke kritiek die dan loskomt. "De Oostvaardersplassen worden gewoon beheerd. Er zijn dierenartsen verbonden aan Staatsbosbeheer en er zijn protocollen."

'Onjuist experiment'

In de ophef rond de sterfte onder de grazers zijn er ook partijen die zich überhaupt afvragen of je wel kunt spreken van een echt natuurgebied. "De Oostvaardersplassen als geheel moeten worden heroverwogen", zegt Caroline van der Plas van Team Agro NL, een actiegroep van boeren en tuinders die hun eigen PR en promotie voeren, omdat ze de hoeveelheid negatieve aandacht voor de landbouw beu zijn.

"Wij willen in Nederland de natuur haar gang laten gaan, maar dat kan helemaal niet", vindt zij. "Een experiment zoals de Oostvaardersplassen hoort hier niet thuis. Nederland is een grote stad en de Oostvaardersplassen zijn gewoon een dierenpark. Het is geen natuurlijke situatie: dieren kunnen daar niet weg om elders voedsel te zoeken."

Van der Plas en de agrariërs die zij vertegenwoordigt signaleren een dubbele moraal, en dat steekt. "Als boeren hun dieren zo behandelen, komen ze voor de rechter te staan en worden hun bedrijven gesloten. Dit is een speeltje van de natuurliefhebbers geweest. Die vinden het heel moeilijk om toe te geven dat dit is mislukt en dat we gewoon dieren moeten gaan houden op de manier die de wet voorschrijft."

Vera werpt tegen dat er echter altijd een grens is aan een natuurgebied, zoals een bergkam, een rivier of een andere klimaatzone.

"Een periode met voedselgebrek - in onze contreien de winter en in de tropen droogte - is altijd een correctie op de populatieaantallen", zo concludeert hij. De gepensioneerde ecoloog benadrukt dat hoe beter het gaat met wilde dieren, hoe groter het aantal is dat sterft. 

"Nu komt het er op neer dat je populaties blijkbaar zo ver moet terugbrengen, je ze zo moet decimeren, dat het voor jouw gevoel in absolute aantallen geen pijn meer doet. Dat is wel heel treurig voor de natuur", zegt Vera.

"We kunnen kennelijk niet accepteren dat de natuur wat anders is dan een manege of een boerderij."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend