Resistente bacteriën vormen wereldwijd een groeiend probleem. Ze zijn ongevoelig voor veel antibiotica en infecties met deze bacteriën zijn moeilijker te behandelen. Wat is hiervan de oorzaak en wat is er aan te doen?

"Het is een 'tsunami in slow-motion', omschreef Margaret Chan (voormalig directeur van de wereldgezondheidsorganisatie, red.), het probleem van antibioticaresistentie eerder. "Langzaam maar zeker worden we door de golf verzwolgen als we geen actie ondernemen."

Deze week is er wereldwijde aandacht voor antibiotica en de resistentie hiertegen tijdens de World Antibiotic Awareness Week. 

Chan: "Vooral in de mediterrane landen zijn resistente bacteriën al dermate verspreid dat gewone bacteriële infecties als blaasontsteking niet langer met antibioticum-tabletten bestreden kunnen worden. Door antibioticaresistentie (ABR) wordt de zorg duurder en verblijven we langer in het ziekenhuis, waardoor de kans op overlijden groter is."

Het aantal patiënten dat jaarlijks in Europa komt te overlijden als gevolg van ABR wordt door het ECDC (European Center for Disease Control) geschat op rond de 25.000.

Voorbeeldland

Volgens Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, steekt de situatie in Nederland gunstig af bij veel andere Europese landen en zijn de gevolgen hier nog "beperkt". Nederland is een 'voorbeeldland' als het gaat om antibioticagebruik.

"Wij staan onderaan in de lijst van antibioticagebruik bij mensen." In 2016 hebben huisartsen ongeveer 2 procent minder kuren voorgeschreven dan in 2015, blijkt uit cijfers die staan in de jaarlijkse rapportage van NethMap/MARAN.  

Het aantal resistente bacteriën in Nederland is stabiel gebleven, ondanks dat dit aantal wereldwijd wel is toegenomen. En dat is volgens gezondheidsorganisaties zorgwekkend, want hoe meer bacteriën resistent worden tegen antibiotica, hoe meer de behandelmogelijkheden van infecties op den duur worden beperkt. Aandoeningen waarbij antibiotica wordt voorgeschreven, zoals blaasontsteking, worden dan moeilijker om te behandelen, wat de algehele gezondheid van de mens in gevaar kan brengen.

"De noodklok wordt wereldwijd geluid. Vooral in Zuid-Europa is de situatie ernstig", zegt arts-microbioloog Jan Kluytmans. "Wanneer antibioticapillen niet meer werkzaam zijn, wordt het via een infuus toegediend. Dit wordt nu wel vaker gedaan dan voorheen."  

“De meeste antibioticaresistentie is ouder dan de mensheid”

Volgens Van Dissel valt er ook in Nederland nog winst te boeken op het gebied van ABR, ondanks dat de roep om actie in andere landen nijpender is. "Het is moeilijk te voorspellen of de resistentiecijfers ook hier verder gaan toenemen. De kans bestaat zeker, want een jaar of tien, vijftien geleden kwamen bepaalde typen resistente bacteriën die er nu wel zijn, nog niet voor."

De meeste vormen van ABR zijn ouder dan de mensheid, legt Kluytmans uit. "Resistentie komt voor in de natuur. Het gebruik van antibiotica zorgt voor selectie, dat gevoelige bacteriën worden uitgeroeid en dat de ongevoelige blijven leven. Op grotere schaal zorgt dit voor problemen, dus het is van belang om de verspreiding te beheersen." 

Dat wordt onder meer veroorzaakt doordat mensen meer reizen. "Na bepaalde vakanties, vooral in Azië, nemen veel mensen bepaalde bacteriën mee in de darmen. Hier wordt men niet ziek van, maar je bent wel drager en daarmee een bron van besmetting voor anderen en dus belast je het milieu in Nederland er mee."

Hygiëne

Van Dissel stelt dat we hier weinig invloed op hebben, want mensen kunnen niet worden tegengehouden om te reizen, en ook handel globaliseert. "Iedereen kan bijdragen door het juiste gebruik van antibiotica te steunen. Ook in die andere landen. En ook door een goede hygiëne kun je bijdragen." En, vult Kluytmans aan: "het goede nieuws is dat je de meeste van die bacteriën weer snel kwijtraakt." 

Die goede hygiëne begint in de keuken, legt Van Dissel uit. "In voedsel word je geconfronteerd met ongewenste bacteriën. Daarom is het noodzaak dat je vlees goed bakt en de spullen waarmee je het bereidt goed schoonmaakt zodat er geen kruisbesmetting ontstaat. Dit heeft allemaal invloed op de verspreiding van micro-organismen."  

“Het heeft geen zin om het probleem van antibioticaresistentie in één van de schakels op te lossen, maar niet in de overige”

Vooral ouderen en ziekenhuispatiënten vormen hierbij kwetsbare groepen die extra bevattelijk zijn voor het overdragen van resistente bacteriën. Daarom is het belangrijk om te inventariseren en in kaart te brengen hoe groot het 'probleem' is. 

Het RIVM zal daarom in 2018 een landelijk onderzoek uitvoeren onder bewoners van 300 verpleeghuizen om deze gegevens in kaart te brengen. "Inmiddels weten we het nodige over het voorkomen van resistente bacteriën in ziekenhuizen en groepen in de bevolking, maar niet goed hoe dit zit in verpleeghuizen", aldus Van Dissel. "En dat terwijl veel bewoners van verpleeghuizen regelmatig in het ziekenhuis zijn."

Dieren

Onderzoek naar antibioticaresistentie wordt verricht in de one health-benadering. "Dat houdt bijvoorbeeld in dat we beter kijken wat we met hygiëne kunnen bereiken om infecties te voorkomen, zowel bij dieren als bij de mens. Het gaat immers niet alleen om antibioticagebruik van de mens, maar ook dat van dieren, we moeten samen aan tafel om het probleem op te lossen."

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft veehouders dan ook opgeroepen te stoppen met het gebruik van antibiotica bij gezonde dieren, omdat hierdoor de kans op resistente bacteriën toeneemt. Bij zieke dieren moet eerst met medische tests worden bekeken welk antibioticum de meest effectieve en minst schadelijke behandeling voor hun specifieke aandoening biedt, aldus de WHO.

"Het is ook van belang dat dierenartsen een goed hygiënebeleid hebben, net als ziekenhuisartsen", zegt Van Dissel. "Het heeft namelijk geen zin om het probleem van antibioticaresistentie in één van de schakels op te lossen, maar niet in de overige. In Nederland lukt dat samenwerken al heel aardig."

Dat wordt beaamd door Kluytmans. "Nederland is op dit gebied koploper in de wereld, hoewel we het beter willen doen nu het water stijgt", zegt hij. "Maar de meeste zorgen komen uit het buitenland. Het is belangrijk om het goede voorbeeld te geven en dit wereldkundig te maken."

Wapenwedloop

Wat in Nederland pas recentelijk meer aandacht krijgt, is de inzet van bacteriofagen. Een bacteriofaag is een virus dat bacteriën kapotmaakt. "Ik vind het verbijsterend dat veel huisartsen en andere zorgverlenenden hier nog niet of nauwelijks van op de hoogte zijn", zegt John van der Oost, die aan de Wageningen Universiteit onderzoek doet naar bacteriofagen.

"Het bestrijden van infecties is eigenlijk een wapenwedloop die nooit ophoudt. Bij het bestrijden van infecties met chemische medicijnen, zoals antibiotica, zou je eigenlijk continu fabrieken moeten opzetten die nieuwe medicijnvarianten maken. In de natuur gaat dit vanzelf door de continue evolutie van de bacteriofagen. Welke bacterie vormt een probleem? Zodra de identiteit van de boosdoener achterhaald is, trek je dan voor die bacterie een specifieke faag uit de collectie of beter nog, een cocktail van meerdere fagen." 

Van der Oost vindt het zaak dat zo'n fagencollectie er komt, ook in Nederland. In de westerse wereld is er pas sinds kort aandacht voor de bacteriofagen, maar in landen als Georgië worden fagenbehandelingen al bijna honderd jaar gegeven en is het een geregistreerde therapie. "Bacteriën houden zich niet aan grenzen. In het buitenland wordt grof gestrooid met antibiotica en met de problemen die daaruit voortkomen krijgen wij op een gegeven moment ook te maken. Het wordt tijd dat er groot ingezet wordt op het organiseren van deze vorm van biologische bestrijding."

“Het komt steeds vaker voor dat de beschikbare antibiotica niet meer toereikend zijn”

Kluytmans ziet dit echter niet op de korte termijn gebeuren. "Het is hier niet geregistreerd, er zijn nog geen afgeronde studies naar gedaan. Je weet nog niet wat het precies doet en hoe groot de kansen op genezing of bijwerkingen zijn."

Hij zegt dat het 'zeker een optie is dat er wetenschappelijk naar gekeken wordt'. "Tot nu toe is het niet nodig en hebben we nog steeds genoeg middelen waarvan we wel weten dat ze werken."

Van der Oost ziet het anders. "Het komt steeds vaker voor dat de beschikbare antibiotica niet meer toereikend zijn om bepaalde bacteriele infecties te bestrijden. De gevolgen hiervan zullen steeds erger worden. Het is dus heel belangrijk dat er op zeer korte termijn wat gedaan wordt aan de regelgeving betreffende faagtherapie."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend