Michel van Egmond: 'Ik ben een voyeur, maar geen freak'

Maandag verschijnt Deal, het nieuwe boek van bestsellerauteur Michel van Egmond. Na portretten van oud-voetballers René van der Gijp en Wim Kieft staat nu zaakwaarnemer Rob Jansen centraal. "Jij had verwacht dat ik hem zou veroordelen? Dat wil ik helemaal niet."

Rob Jansen stelt zijn leven dertien jaar lang in dienst van voetbalvakbond VVCS (Vereniging van Contractspelers). Onder de vleugels van zijn vader, die de vakbond oprichtte, wordt hij opgeleid om KNVB-bestuurders en voetbalmakelaars te bevechten. Totdat hijzelf zo'n makelaar wordt.

In de zomer van 1993 maken Dennis Bergkamp en Wim Jonk de overstap van Ajax naar Inter Milaan. De gecombineerde transfer levert 32 miljoen gulden op en maakt van Ajax de rijkste club van Nederland. De man achter deze transfer is Rob Jansen.

In de decennia die daarop volgen richt Jansen een bedrijf in commerciële spelersbegeleiding op en brengt hij Nederlandse spelers als Marc Overmars, Roy Makaay, Pierre van Hooijdonk, Edwin van der Sar, Phillip Cocu, Mark van Bommel en talloze andere topspelers naar de grootste clubs in Europa.  

Als de transferperiode begint en spelers de kans krijgen van club te wisselen, vullen berichten over exorbitante transferbedragen de sportpagina's. De makelaar wordt in bijna al die berichten weggezet als marionettenspeler die de sport als speelbal aan het grootkapitaal exploiteert.

Volgens Van Egmond is het speelveld van de zaakwaarnemers echter niet zo eenvoudig te duiden: "Het is een gesloten wereld, die gebouwd is op discretie."

Ben je erin geslaagd die wereld te openen of heb je alleen gezien wat Jansen wilde dat je zag?

"Ik vind dat een naïeve vraag. Er is niemand die álles over zichzelf vertelt. Ik heb nooit de illusie gehad dat ik dingen volledig zou gaan blootleggen. Daarvoor is die wereld te groot. Het idee van compleet zijn laat ik bij al mijn boeken direct varen. De boeken over Van der Gijp en Kieft zijn ook niet compleet. Wat telt is of datgene waar je wél bij mag zijn genoeg substantie biedt om een boek over te schrijven. Dat was bij Jansen het geval. Voor iemand in zijn positie heeft hij genoeg openheid van zaken gegeven, maar het is nooit genoeg natuurlijk. Ik ben daar nooit tevreden over. Ik ben überhaupt nooit tevreden over mijn eigen boeken. Maar tot nu toe vallen de reacties erg mee."

Waarom heeft Jansen meegewerkt, wat heeft hij aan dit boek?

"Het hele idee om een boek over Rob Jansen te schrijven, komt van Rob Jansen zelf. Een mengeling van ijdelheid en het feit dat hij aan het einde van zijn carrière denkt te zitten. Hij heeft lang over dit boek nagedacht, zonder dat ik daarbij betrokken was. Hij wilde niemand in de problemen brengen door spelersnamen en transferbedragen te noemen, daarom bedacht hij manieren om dat te voorkomen. Die heeft hij aan Hugo Borst voorgelegd. Hugo zei dat hij mij een keer moest bellen. Ik vond het allemaal slechte ideeën en adviseerde Rob zo open mogelijk te zijn. Non fictie, realiteit, geen gelul. Toen hij zei dat hij het daarmee eens was, heb ik aangeboden het te schrijven."

Je omschrijft Jansen als een gul persoon, heeft hij geprobeerd jou te paaien?

"Ik heb wel eens het idee gehad dat hij probeerde me een richting op te duwen, door mij aan bepaalde mensen voor stellen. Na een etentje met zijn beste vriend Eric Dordregter dacht ik: 'Volgens mij vind jij het prettig als ik deze man ga citeren.' Dat heb ik niet gedaan. Ik denk dat hij vond dat sommige mensen ook in het boek terecht moesten komen. Maar daar kan ik geen rekening mee houden. Jansen wil altijd alles controleren. Dat zit in zijn karakter, dat is ook zijn vak. En dan levert hij zich opeens over aan een gek die de hele dag zijn huis in- en uitloopt. Die niks vraagt, maar van alles opschrijft. Daar werd hij zenuwachtig van. Op een gegeven moment werd dat gevoel zo sterk, dat hij iets wilde lezen. Ik doe dat nooit, in dit geval wel. Ik wist namelijk niet precies waar de grens lag. Mijn doel was om hem in een zo natuurlijk mogelijke setting te portretteren. Daar hebben we afspraken over gemaakt. Ik zei: 'Ik ben niet jouw secretaresse en ook niet jouw ghostwriter. Dit is mijn boek over jou en er kunnen dingen in terechtkomen die jou niet bevallen. Die vrijheid moet je me geven.' Dat begreep hij. Al kreeg hij af en toe koudwatervrees als ik liet vallen dat ik een bepaalde situatie of een verhaal in het boek zou opnemen."

Bijvoorbeeld de anekdote over Mohammed Al-Fayed, voormalig eigenaar van Fulham, die Edwin van der Sar bij diens contracttekening voor de grap een dildo cadeau doet.

"Daar had hij geen moeite mee. Maar ik weet dat ik dingen heb gezien die ik niet kan opschrijven. Omdat het zijn collega's of cliënten in problemen zou brengen."

Je beschrijft hoe makelaars in achterkamertjes de toekomst van onwetende voetballers bepalen. Zo'n situatie contrasteert met jouw portret van Jansen als aimabele en gezellige man en zorgzame vader.

"Jij had verwacht dat ik hem zou veroordelen? Dat wil ik helemaal niet. Ik laat het aan de lezer over een oordeel te vormen. Zaakwaarnemers worden vaak gedwongen zich als roofdier te gedragen, want er is overal concurrentie en de telefoon staat altijd aan. Maar Jansen bepaalt niet in zijn eentje welke speler waar naar toe gaat, hij geeft advies."

Op het EK in 1996 ontstaan er spanningen in het Nederlands elftal. Spelers die onder contract staan bij zaakwaarnemer Sigi Lens staan lijnrecht tegenover de spelers van Jansen. Guus Hiddink, die op dat moment bondscoach is, heeft daar last van. Je laat Jansen in het boek daar vrij eenvoudig mee wegkomen.

"Wat had jij dan tegen hem gezegd? Veel Ajacieden in Oranje die door Lens werden vertegenwoordigd, hadden het idee dat andere spelers het beter voor elkaar hadden. Die onvrede werd meegenomen naar dat toernooi. Hoe moet je Jansen daarop aanpakken? Hij behartigde de belangen van zijn spelers destijds kennelijk beter. Ik zie daar niets verkeerds in."

Op zo'n toernooi telt toch alleen het succes van Oranje?

"Dat is heel naïef. Heb je ooit een voetballer ontmoet die zijn eigen belang inruilt voor het collectieve belang? Zo zit die wereld niet in elkaar. Voetballers zijn met één ding bezig: zichzelf. En dat is helemaal niet erg, want daarom zijn ze zo goed. Toen Kieft tijdens het EK van 1988 op de bank zat, hoopte hij maar één ding: dat Oranje al zijn wedstrijden verloor, zodat er zo snel mogelijk een einde aan het toernooi kwam en hij terug kon naar huis."

Je vraagt of de prijs van een voetballer weleens kunstmatig wordt opgekrikt. Jansen zegt dat zoiets onder meer gebeurt door de pers voor te liegen, maar dat hij dat nooit heeft gedaan. Je lijkt over dat antwoord te twijfelen.

"Ik ben geen Woodward en Bernstein (ontdekkers Watergateschandaal, red.), ik kan dat niet tot ver achter de komma uitzoeken. Ik snap heel goed dat de zaakwaarnemer bij het grote publiek het imago heeft van een louche man in een regenjas die bezig is kinderen voor heel veel geld te transfereren. Ik wilde in het boek door laten schemeren dat ik ook heus weleens ergens aan twijfel. Maar ik heb ervoor gewaakt een moreel oordeel te hebben. Ik vind het voor de lezer niet interessant om te weten wat ik ervan vind. Wat doe dat ertoe? Jansen zegt dat zaakwaarnemers allemaal op een hoop worden gegooid en als voorbeeld dient altijd de meest excessieve. Daar zit wat in. Ik wil hem niet heilig verklaren, maar er is een verschil tussen hem en mannen die langs een trainingsveld scooters aan 14-jarigen aanbieden."

“Ik raakte in paniek, maar maskeerde dat zodat Jansen er vertrouwen in bleef houden.”
Michel van Egmond

Volgens jouw vriendin, interviewster Antoinnette Scheulderman, voeren jullie iedere keer als jij iemand portretteert een soort driehoeksverhouding.

"Het is vermoeiend voor mijn omgeving en voor mezelf. Je leeft twee levens. Je eigen leven en dat van de geportretteerde. Daar geniet ik van, maar als je vijf of zes van die boeken hebt geschreven kun je die levens niet blijven leven. Ik ben de hele dag bezig met de constructie van het boek, tot ik chagrijnig word. Vanaf dat moment blijft Antoinnette uit de buurt. Omdat we hetzelfde vak hebben krijg ik de neiging te vragen wat zij ervan vindt. Totdat ze zegt: 'Sodemieter nou eens op met die Jansen.' Ik heb hem een jaar gevolgd, zelfs een week bij hem in huis gewoond. Ik had materiaal voor wel twintig boeken. In deze 350 pagina's heb ik een inkijkje in die wereld gegeven, maar er staat ook heel veel niet in. Omdat er geen ruimte was of omdat het gewoon niet in het concept paste."

Was die logeerweek van tevoren afgesproken?

"Mijn idee was, en dat tekent mijn naïviteit, om hem te volgen in de aanloop naar de laatste dag van de transferperiode. Ik wilde de hectiek, spanning en de tijdsdruk voelbaar maken. Mooie spanningsboog, dacht ik. Maar zo werkt die wereld helemaal niet. De telefoontjes waardoor hij in actie komt verschijnen uit het niets. Om half drie 's nachts of kwart voor acht 's ochtends. Dat hele idee moest ik dus laten varen, toen zat ik al over de helft van het boek. Ik raakte in paniek, maar maskeerde dat zodat Jansen er vertrouwen in bleef houden. Ik moest helemaal opnieuw beginnen en vroeg me af hoe ik aanwezig kon zijn als die telefoontjes kwamen. Robs vrouw Esther ging op reis en opperde dat ik bij hem moest gaan wonen. In die week gebeurde weinig, maar we hebben het wel gezellig gehad. We waren net twee gepensioneerde homo's die van het leven genoten. We deden samen boodschapjes, strandwandelingetjes en keken naar Netflix."

Wat gebeurt er met de band die je samen hebt opgebouwd zodra het boek in de winkels ligt?

"Ik spreek Kieft regelmatig. Met Van der Gijp had ik al een band voordat het eerste boek verscheen. Het is wel zo dat de intensiteit van het contact afneemt. Dat moet ook, anders word je gek. Het is een onnatuurlijk contact, want er is maar één iemand aan het woord. Dat wil je niet de rest van je leven. Ik ben een voyeur, maar wel met een doel. Ik ben geen freak die de komende vijf jaar Rob Jansen wekelijks gaat bellen om te vragen wat hij allemaal gedaan heeft. Lachend: Zou wel mooi zijn als ik hem over een jaar bel en zeg: 'Deel twee is af.'" 

Waarom word je zo gelukkig van die nieuwsgierigheid?

"Dat moet je niet overdrijven. Ik word gelukkig als iemand iets zegt waarvan ik direct denk: 'Dit kan ik opschrijven.' Bijvoorbeeld als Rob Jansen tegen me zegt: 'Ik heb die Bentley weggedaan, want het was een impulsaankoop.' Dat is een grappige quote die hem heel goed typeert. Ik bewonder de Britse fotograaf Martin Parr. Die loopt op straat en ziet iets wat niemand op dat moment ziet en vangt dat vervolgens. Ik voel geen drang om mensen te veroordelen. Mijn plezier ligt in het schrijven."

Lees meer over:

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie