Is de selectie van ministers nog wel van deze tijd?

De kandidaat-bewindspersonen voor het kabinet Rutte III zijn bekend en daarmee is duidelijk geworden dat er veelal is gekozen voor 'partijtijgers' die bekend zijn met het Binnenhof. Is dat logisch en is een selectieproces dat zo achter de schermen plaatsvindt nog wel van deze tijd?

"Mijn streven is de beste mensen te vinden", zei VVD-leider en de beoogd premier van het volgende kabinet Mark Rutte vorige week. Een balans tussen bijvoorbeeld het aantal mannen en vrouwen in het nieuwe kabinet, is voor hem een bijzaak.

Een blik op de namen leert dat tot nu toe voornamelijk is gekozen voor Haagse insiders in de ministersploeg. Neem Hugo de Jonge, wethouder in Rotterdam en de beoogd vice-premier in het kabinet Rutte III namens het CDA. Hij wordt waarschijnlijk minister van Volksgezondheid.

Hoewel hij voor het grote publiek onbekend is, weet het Binnenhof wel wie hij is. Hij is in 2004 als medewerker begonnen bij de CDA-fractie en werd daarna politiek assistent van de minister van onderwijs. In 2008 was hij zelfs even de assistent van toenmalig premier Balkenende. Een doorgewinterde partijpoliticus als fris gezicht voor de buitenwereld

En wat te denken van Halbe Zijlstra? De fractievoorzitter van de VVD wordt tot ieders verbazing waarschijnlijk minister van Buitenlandse Zaken. Maar is hij ook de beste kandidaat?

Zijlstra heeft geen aantoonbare politieke buitenlandervaring, in tegenstelling tot zijn fractiegenoot Han ten Broeke. Ten Broeke was jarenlang buitenlandwoordvoerder, voorzitter van de vaste kamercommissie Defensie en initieerde in 2013 zelfs een vredesoverleg tussen Israël en Palestina.

Maar Zijlstra is 'aan de beurt', zoals ze dat in Den Haag zeggen. 

'Black box'

Al ruim een half jaar is de machtsvorming, een van de belangrijkste politieke gebeurtenissen, gehuld in geheimzinnigheid. Deze week bracht de Staatscommissie een tussenrapportage uit over het onderzoek naar de stand van het parlementair stelsel in Nederland. Er daarin kwamen ook de kabinetsformatie en de samenstelling van de bewindsploeg aan bod. 

"Zowel uit staatsrechtelijk, als vanuit het perspectief van de kiezer gezien, is het (de formatie, red.) een 'black box'. "Nadat de stemmen zijn geteld, is het maar afwachten welke coalitie er wordt gevormd en hoe lang de formatie gaat duren. De kiezers hebben geen invloed op dit proces en moeten het maar doen met de uitkomst", zo stelt de commissie. 

Ook de zoektocht naar ministers en staatssecretarissen vindt plaats achter gesloten deuren. De partijleiders dragen een aantal kandidaten voor die grotendeels uit de eigen kring voortkomen. 

Het gaat dan niet per se om wie de beste bestuurder is. Een ministerspost kan worden ingezet als beloning voor getoonde loyaliteit, zoals Rutte deed met Ivo Opstelten. Als VVD-partijvoorzitter steunde hij Rutte in de lijsttrekkersstrijd tegen Rita Verdonk. Voor Stef Blok, VVD-fractievoorzitter tijdens Rutte I, werd de vorige kabinetsperiode zelfs een extra ministerspost gecreëerd.

Of er wordt voor een benoeming simpelweg gekeken naar de directe omgeving: Kamerleden schuiven dan door naar het kabinet.

'Selectie staat onder druk'

Wat duidelijk is, is dat zonder partijlidmaatschap of de juiste contacten, de kans klein is dat je kan toetreden tot een kabinet. En daar komt bij dat de vijver waaruit gevist kan worden in de zoektocht naar bestuurders, klein is en steeds kleiner wordt. En dat kan een probleem worden.

"De werving en selectie van kandidaten voor het politieke ambt door politieke partijen staat onder druk", schrijft de commissie in haar rapport.

Politicoloog Tom van der Meer schrijft in zijn boek Niet de kiezer is gek, dat voor nagenoeg alle politieke en hoge bestuurlijke ambten gerekruteerd wordt uit een poule van actieve leden van de gevestigde partijen PvdA, VVD, CDA en D66. Die groep is naar schatting zo groot als 0,2 procent van de kiesgerechtigde bevolking en is geen vertegenwoordiging van de Nederlandse samenleving. 

Een blik op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen bevestigt dat. Uit onderzoek van de Groene Amsterdammer is gebleken dat de standaardkandidaat "een man van middelbare leeftijd, hoogopgeleid, afkomstig uit een grote stad en van Nederlandse komaf" is. 34,4 procent is vrouw, 12,8 procent heeft geen HBO- of WO-opleiding en 9,9 procent heeft een migratieachtergrond, zo blijkt uit het onderzoek van de Groene.

Omdat het aantal leden van politieke partijen drastisch afneemt, wordt ook de politieke kandidatenvijver steeds kleiner. Daardoor worden potentieel goede bestuurders overgeslagen of buitengesloten. 

'Politieke kaste'

Volgens Van der Meer hoeft dat niet direct een probleem te zijn voor de selectie van bewindspersonen. "De regering moet regeren. De namen die naar buiten zijn gekomen staan over het algemeen bekend als goede bestuurders", zegt hij. Bovendien is het Nederlands openbaar bestuur professioneel, onpartijdig en weinig corrupt, stelt Van der Meer.

Tegelijkertijd moeten de politieke partijen zich afvragen of het rekruteringssysteem van niet-partijpolitieke functies zoals ministers, maar ook leden van de SER en de Raad van State, nog wel houdbaar is. Of dat het op zijn minst om verantwoording vraagt.

"De vraag die zich anders opwerpt is of het juiste politieke netwerk belangrijker is dan andere capaciteiten", zegt Van der Meer. "Lokt deze werkwijze niet het idee uit dat er zoiets bestaat als een politieke kaste?"

Openbare verhoren

Volgens GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg zou de politiek er goed aan doen om in ieder geval de benoemingsprodecure voor ministers transparanter en democratischer te maken. Buitenweg voelt wel wat voor het voorstel dat D66-leider Alexander Pechtold in 2014 deed, om kandidaat-bewindslieden voor hun benoeming te verhoren in de Tweede Kamer.

In het Europees bestuur is het inmiddels normaal dat de Eurocommissaris (een soort EU-minister) voor zijn benoeming wordt verhoord door het Europees Parlement. "Dat is goed voor de transparantie", weet Buitenweg die als Europarlementariër ervaring heeft met dergelijke verhoren. 

Buitenweg leidde in 2004 het verzet tegen de benoeming van de beoogde Eurocommissaris italiaan Rocco Buttiglione. "Hij had een sterke opvatting over vrouwen en homo's", legt Buitenweg uit. Vragen van onder andere Buitenweg, leidden uiteindelijk tot de intrekking van zijn kandidatuur.

Te vroeg

Een ministersverhoor komt volgens Buitenweg te vroeg voor het kabinet Rutte III, maar ze vindt wel dat politieke partijen goed over dit voorstel moeten nadenken. Ze wil namelijk geen vrijblijvend verhoor. De Kamer zou een voordracht uiteindelijk moeten goedkeuren. 

Dat zou betekenen dat de bewindslieden niet langer door de koning worden benoemd, maar door de volksvertegenwoordiging en daar is een grondwetswijziging voor nodig. "Daar moet een goed debat aan voorafgaan", zegt Buitenweg. 

De woordvoerder van Pechtold laat weten dat D66 nog steeds achter het plan voor verhoren staat, maar dat Pechtold het plan in het formatieproces niet naar voren heeft gebracht.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Lees meer over:

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie