Een week geleden richtte orkaan Irma een enorme ravage aan op Sint Maarten. Volgens het Rode Kruis is een derde van de huizen compleet verwoest. Hoe is het met de mensen ter plaatse?

NU.nl spreekt met drie bewoners van het eiland over de huidige situatie. De een is makkelijker te bereiken dan de ander, de telefoonverbinding is op veel plekken nog instabiel. Toch is het mogelijk om, door vooraf duidelijk een tijdstip af te spreken wanneer er wordt gebeld, contact te leggen:

Michel Hollard (57)

Hollard werkt als accountant op Sint Maarten. Deze week is hij druk met het helpen van mensen uit zijn omgeving. Zelf is hij goed weggekomen. "Ik ben bevoorrecht met een sterk pand", zegt hij. "Maar ik zit me hier al dagenlang op te vreten. Veel is ingestort en er wordt veel ingebroken. Donderdag werden pas de eerste voedselpakketten uitgedeeld."

Het is niet de eerste keer dat Hollard de nasleep van een orkaan op Sint Maarten meemaakt. In 1995 verhuisde hij naar het eiland. Vijf dagen later trok de verwoestende orkaan Luis langs het eiland, waardoor hij zijn huis verloor. "Als je Irma hebt meegemaakt, dan is Luis een lachertje. En dat was al verschrikkelijk, dat onderschat ik niet", zegt hij.

"De mensen zijn hier ontzettend hard aan het werk om alles op te ruimen, maar veel zaken zijn onduidelijk. Het is een groot probleem dat veel mensen niet zijn verzekerd of onderverzekerd zijn. Dat geldt ook voor bedrijven. Het is ook maar de vraag of de grootste verzekeringsmaatschappij hier alle schade kan vergoeden."

Vlak na de orkaan kwamen de eerste berichten over plunderingen binnen. Ook bij Hollards kantoor hebben mensen geprobeerd in te breken. "Die inbraken zijn georganiseerd", zegt hij. "De dieven hebben pasjes geregeld waarmee ze door de afzettingen tussen de verschillende zones konden komen. Vervolgens hebben ze in alle rust winkel voor winkel alles kunnen leegroven, terwijl de eigenaren zelf niet bij hun winkel kunnen komen."

Hollard vreest voor de nasleep van Irma. "Het eiland staat er financieel slecht voor en dat heeft Irma nog eens erger gemaakt", aldus Hollard "De informatievoorziening is mede daardoor erg slecht en het duurt allemaal zo lang voordat alles op gang komt. Pas na drie dagen zijn mensen opgeroepen om de puinhoop op te ruimen. Inmiddels is al veel troep opgeruimd, maar er zijn hele panden ingestort. De komende tijd is er nog ontzettend veel te doen."

Hollard vindt dat de hulpverlening veel beter kan worden georganiseerd. Hij wijst naar de gemeenschapszin op Sint Maarten. "In het verleden werden de hoofden van de gemeenschappen bij elkaar geroepen. Zij weten hoe je de taken op lokaal niveau het beste kunt verdelen. Maar nu worden zij niet betrokken bij de hulpverlening, waardoor alles weer trager verloopt."

"De echt lokale mensen zijn vastberaden om het eiland weer op te bouwen", zegt Hollard, die in zijn omgeving veel mensen het eiland heeft zien verlaten. "De meeste mensen kennen niemand buiten hun gemeenschap en kunnen daarom niet weg. Zelf zit ik in dubio. Ik kom uit Nederland en voor mij is het dus makkelijk om weg te gaan. Maar veel mensen die ik hier ken vragen om hulp en we kunnen elkaars hulp goed gebruiken."

Nu de supermarkten weer mondjesmaat opengaan en het uitdelen van de voedselpakketten op gang lijkt te komen, zijn de zorgen om voedseltekorten wat minder. "Je past jezelf aan. Zo eet ik deze week veel rijst en spaghetti met wat saus. Dat is wat we van tevoren hebben ingeslagen. We overleven het wel, maar het is niet ideaal."

Veel meer zorgen zijn er voor de gevolgen op de langere termijn. "Dat eten en drinken komt wel. Maar het toerismeseizoen wordt niks. Ondernemers krijgen nooit alles terug wat ze in hun zaak hebben gestoken. De problemen die nu gaan spelen liggen veel dieper dan de orkaan. En in Nederland begrijpt men dat niet helemaal."

Waldy Lindeborg (34)

Lindeborg is geboren op Curaçao en woont al jaren op Sint Maarten. Hij werkt bij het water- en energiebedrijf op het Nederlandse deel van het eiland en is deze week hard aan het werk om de watertoevoer op het hele eiland te herstellen.

"Verschillende plekken hebben inmiddels weer stromend water, maar drinkwater is een ander verhaal", zegt hij. "Veel watertanks zijn ingestort tijdens de orkaan. In sommige buurten drinken mensen regenwater. Het gaat nog wel zeker twee maanden duren voordat het drinkwater weer overal beschikbaar is. Elektriciteit is alleen via de ondergrondse leidingen beschikbaar. Zo’n 60 procent van het eiland heeft dat. Maar het probleem is: de huizen zijn kapot."

Lindeborg heeft geluk gehad. Vanwege zijn betonnen dak is er bij hem thuis niet zoveel gebeurd. Hij had wel problemen om zijn familie op Curaçao te laten weten dat hij, zijn vrouw en hun twee kinderen in orde waren. Daar moest hij wel een deal met een vriend voor sluiten. "Hij werkt bij het telecombedrijf. Ik vroeg hem wanneer we weer konden bellen. Hij vroeg vervolgens wanneer hij weer water had. Ik gaf hem een fles water en toen mocht ik mijn familie bellen."

Van zijn familie hoorde hij dat er twee keer per dag een vlucht van Sint Maarten naar Curaçao vertrok. Hij en zijn vrouw besloten hun kinderen op een van die vluchten te zetten. "De kinderen moeten naar school en dat is hier even niet mogelijk. We waren om 6.00 uur in de ochtend bij het vliegveld en pas rond 16.00 uur konden ze mee. Ze zijn acht en vijf jaar oud en het was dus een moeilijk afscheid, maar het is beter voor ze om even op Curaçao te blijven."

Volgens Lindeborg had de lokale overheid veel meer kunnen doen voorafgaand aan de orkaan. Hij wijst naar de grote hoeveelheid Franse militairen die al voor de orkaan op het Franse deel van het eiland aanwezig waren. Ook op het optreden na de orkaan is hij kritisch. "Alles verloopt nu zo langzaam. Waar ik woon is niemand hulpgoederen komen brengen. Veel mensen blijven binnen, omdat ze dat is verteld. Daar komt niemand. Als je hulp nodig hebt, moet je dat zelf zoeken."

Lindeborg denkt niet dat de overheid in staat is om de hulp beter te regelen. "De ene dag delen ze op een locatie water uit en de volgende dag doen ze dat een kilometer verderop. Als ze opruimen, nemen ze alleen de zinkplaten mee voor recycling. De rest van de troep laten ze liggen."

Hij ziet bij de bevolking wel de vastberadenheid om het eiland opnieuw op te bouwen, maar vreest voor de komende tijd. "Dan raken de voedselvoorraden van mensen op. Ik heb zelf overwogen om ook naar Curaçao te gaan. Iets in me zegt: ze hebben je hulp nodig. Als iedereen vertrekt, dan komt er helemaal niks meer van Sint Maarten terecht."

Mirjam Wigman (43)

Wigman woont sinds tien jaar op Sint Maarten en is onderwijzeres. Na de orkaan heeft ze haar huis moeten verlaten en verblijft ze met twee vrienden. "Dat doen we uit gezelligheid en uit veiligheidsoverwegingen", zegt ze. "Er is een avondklok. Soms mogen we zelfs aan het eind van de middag niet meer de straat op en dat wordt streng gehandhaafd. Plunderen is wel het woord van de week. Maar de militairen zitten daar nu strak op en hanteren de regels streng."

Vooral vanwege de veiligheid heeft Wigman besloten om haar dochter naar Nederland te sturen. Na vijf uur wachten op het vliegveld is ze samen met anderen uit het dorp op een militair toestel naar Nederland gezet. Ze verblijft nu bij bekenden in Friesland en gaat maandag daar naar school. "Het was de beste keuze. Het eiland is niet meer geschikt voor kinderen. Spijkers van huizen liggen op straat en ze kunnen nergens spelen." 

Zelf overweegt ze ook om het eiland te verlaten, maar ze blijft realistisch. "Ik kan wel naar Nederland of Amerika, maar daar heb ik geen werk. Hier is mijn leven."

Een week na de orkaan ziet de lerares nog niet echt vooruitgang op het eiland. "De wegen zijn inmiddels weer bereikbaar, maar verder ligt er nog zoveel troep. Het ziet eruit als oorlogsgebied. Ik maak er een sport van om plekken te fotograferen die er hetzelfde uitzien als voor de orkaan, maar het lijkt erop dat alleen de zee nog hetzelfde is."

"De situatie haalt zowel het beste als het slechte in een mens naar boven", vervolgt ze. "Veel mensen proberen elkaar te helpen. Aan de andere kant heb je mijn huisbaas, die zonder mij op de hoogte te stellen mijn watervoorraad onder mijn huis heeft leeggehaald. De schade bij mijn huis valt gelukkig mee en de meeste spullen heb ik nog wel. Er zijn wijken waar de huizen nog maar twee muren hebben. Wij vangen in een bak regenwater op, wat we gebruiken om de wc mee door te spoelen. Het campinggehalte ligt wel hoog zo."

Ook Wigman is niet te spreken over de lokale overheid. "Het is een schande dat ze niet de noodtoestand hebben uitgeroepen. Daarnaast is de informatievoorziening dramatisch. Als je geen radio hebt, ben je helemaal aan je lot overgelaten. De voedselpakketten stonden al dagen klaar, maar vrijdagmiddag konden we ze pas voor het eerst ophalen."

De komende dagen gaat Wigman samen met haar collega's beginnen aan het opruimen van het schoolgebouw. Op 25 september hopen ze weer open te gaan, al is het maar de vraag hoeveel kinderen er dan komen opdagen, want veel ouders hebben hun kinderen van het eiland gestuurd. Ook is het voor Wigman belangrijk om even een rustmoment in te plannen, want fysiek en mentaal is ze gesloopt.

"We maken met elkaar veel grapjes om positief te blijven. De laatste dagen zijn de mensen voorzichtig weer wat optimistischer. In mijn omgeving willen veel mensen weer hard werken om alles terug te krijgen."

Beelden tonen verwoestende gevolgen orkaan Irma op Sint Maarten
45
Beelden tonen verwoestende gevolgen orkaan Irma op Sint Maarten



Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend