Formule 1 in de Lage Landen: Stoffel-gekte nog lang geen Max-mania

Het circuit van Spa-Francorchamps wordt dit weekend weer overspoeld door tienduizenden Nederlandse fans die hun held Max Verstappen komen aanmoedigen. De Belgische belangstelling voor de eigen Grand Prix lijkt hierbij te verbleken. Hoe verhouden de buurlanden zich tot elkaar in de Formule 1?

Vol trots ziet Roger Hermans hoe de ene na de andere Formule 1-supporter geïnteresseerd zijn kraam aanschouwt. Veel van de in oranje uitgedoste racefans kunnen de verleiding niet weerstaan en trekken de portemonnee voor een shirt of pet met racenummer 33.

"Iedereen wil natuurlijk graag in het oranje het circuit op, dus we spreken hier over duizenden petjes en shirts die we verkopen", illustreert Limburger Hermans, eigenaar van de Max Verstappen-merchandising op Spa, de Nederlandse gekte.

Volgens Hermans neemt de populariteit van de Formule 1 onder Nederlanders met dank aan Verstappen nog ieder jaar toe. "Het blijft maar groeien, zeker als de auto van Max straks ook nog een keer goed gaat lopen. Dan is het hek gegarandeerd van de dam."

“Jullie Nederlanders steunen topsporters al veel vroeger in hun carrière”
F1-journalist Jo Bossuyt

Hoe anders is het bij de Belgen, waar coureur Stoffel Vandoorne lang niet zo populair is als Verstappen in Nederland. Volgens Formule 1-journalist Jo Bossuyt van de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws is de sportcultuur bij onze zuiderburen nu eenmaal anders. "België is wat dat betreft een apart land. We zijn zeer kritisch en nuchter. Jullie Nederlanders steunen topsporters al veel vroeger in hun carrière", zegt hij.

"Er is nu een Max-gekte, maar er was ook een Jos-gekte, terwijl hij nooit net zoals zijn zoon heeft gepresteerd. Bij ons zijn onze tennissters een goed voorbeeld. Pas toen Kim Clijsters en Justine Henin alles begonnen te winnen, schoven sponsors aan. Stel dat Vandoorne races gaat winnen en meerijdt om de titel, dan wordt Formule 1 sport nummer twee of drie in België. Zo zitten we in elkaar."

Joost Custers, collega van Bossuyt bij Het Laatste Nieuws, duikt voor de oorzaak van het verschil in beleving de geschiedenis in. "Tot onze onafhankelijkheid in 1830 hadden we altijd iemand 'over de vloer'. Nederlanders waren vanaf de zeventiende eeuw een expansief en trots volk. Toen de Spanjaarden in de zestiende eeuw in België zaten, zijn alle intellectuelen uit Vlaanderen naar Nederland gelopen. Jullie hebben meer chauvinisme."

Geld

In de Formule 1 is geen discussie compleet zonder dat het over geld gaat. Financiële steun kan de carrière van een talentvolle coureur maken of breken en wat dat betreft staan de Nederlanders er een stuk beter voor.

Jeroen Huis in 't Veld, oprichter van GPupdate.nl en Sportstadion.nl en al jaren volger van de Formule 1, onderkent dat. "Geen enkele coureur komt in de Formule 1 zonder dat zijn familie wat geld heeft. Anders kun je eigenlijk niet eens aan een carrière beginnen."

"De grotere landen hebben het wat dat betreft vaak iets makkelijker. Force India-coureur Sergio Perez heeft bijvoorbeeld laten zien dat hij een plekje verdient in de Formule 1, maar wel met een grote sponsor achter zich. Daardoor kon hij proberen om naar de Formule 1 toe te werken."

Volgens Vlaming Custers ontbreekt in België het grote geld om coureurs te laten doorstromen en Formule 1 daarmee populairder te maken. "In Nederland heeft men altijd meer geld gehad en zitten mede daardoor meer jongens in de éénzitters. Ten opzichte van België heeft Nederland veel meer inwoners en grote bedrijven die willen instappen."

Hij ziet wel dat door vooraanstaande namen uit de Belgische racewereld wordt geprobeerd om een volgende generatie voor te bereiden op een carrière als coureur. "Anthony Kumpen is nu bijvoorbeeld zijn zoontje van een jaar of 6, 7 volop aan het klaarstomen voor het karten. Zulke mensen kunnen een jaar in de Formule 3 van 700.000 tot 800.000 euro aan. Maar of er ergens een nieuwe Vandoorne tussen zit, durf ik niet te zeggen."

Max-mania

Max-mania

Verdeeldheid

Bovendien is er in België het 'probleem' dat er verdeeldheid is tussen Vlaanderen en Wallonië. Daardoor is het land ten opzichte van Nederland al een stuk beperkter als het gaat om het opleiden van talenten.

"Hoewel het vooral met geld te maken heeft, is autosport traditioneel een Waalse kwestie. Kijk maar naar de lijst van Formule 1-coureurs", zegt journalist Bossuyt. "Vandoorne is eigenlijk pas de allereerste Vlaming die een Grand Prix rijdt. De rest is Brusselaar of Waal."

De lijst van Belgen die meerdere races in de Formule 1 hebben gereden, bestaat inderdaad vrijwel uitsluitend uit Franstaligen. Dat geldt voor Jérôme d'Ambrosio, in 2011 de laatste Belg vóór Vandoorne die een 'thuisrace' reed op Spa-Francorchamps, maar ook voor topcoureurs Jacky Ickx en Thierry Boutsen.

Volgens Bossuyt draagt de scheidslijn die België verdeelt zeker niet bij aan de populariteit en toekomst van Formule 1 in het land. "In Nederland ben je een Nederlander, maar als je iemand in België dezelfde vraag stelt is het van: ben je een Belg, een Vlaming? Dat is heel complex. Pas als je begint te winnen, is plots iedereen Belg."

Talenten

Het verschil in beleving, geld en structuur van het land is terug te zien in het aantal talenten dat staat te popelen om door te breken in de Formule 1. Waar Nederland kan vissen uit een vijver met onder anderen Nyck de Vries (Formule 2) en Richard Verschoor (Formule Renault 2.0), staat er bij de Belgen achter Vandoorne eigenlijk niemand klaar.

"Al hebben wij in het verleden overigens ook geen megatalenten gehad", is Huis in 't Veld realistisch. "Maar wel coureurs die mee konden komen, zoals Giedo van der Garde, Christijan Albers en Robert Doornbos. Het extreme talent dat Max heeft, hebben we verder ook niet in Nederland. Hij is echt een uitschieter."

Bossuyt constateert een groot verschil tussen Nederland en België in de doorstroom van talenten. "Dat we nu Vandoorne in de Formule 1 hebben, wordt door ons wel een beetje als een mirakel beschouwd. Dat hadden we nooit voor mogelijk gehouden na d'Ambrosio. Hij had geld nodig in de opstapklassen, maar werd uiteindelijk opgepikt door McLaren."

Desondanks houdt de Vlaamse journalist hoop. "Ik interviewde Jacky Ickx zo'n vijftien jaar geleden. Ik zei: 'We zullen nooit meer iemand hebben. We hebben geen geld, geen sponsors en te weinig opleiding'. Hij zei: 'Je weet het nooit. Wie weet rijdt er nu iemand rond op een kartbaan die fenomenaal goed is'. Degene die op dat moment als klein jongetje rondreed was Vandoorne."

Lees meer over:

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie