Wat gebeurt er met de begroting voor 2018 als er geen kabinet is?

Na de verkiezingen is het gebruikelijk dat de nieuwe Tweede Kamer geen besluiten neemt over toekomstig financieel beleid. Dat is iets voor de nieuwe coalitie. Maar met het huidige tempo van de kabinetsformatie is het de vraag of een volgend kabinet daar aan toekomt. Hoe wordt er dan toch een begroting opgesteld?

"Ik durf niet te zeggen of er voor Prinsjesdag een nieuw kabinet staat", zei informateur Gerrit Zalm deze week. Op die dag, de derde dinsdag in september, wordt traditiegetrouw de begroting voor het volgende jaar gepresenteerd.  

"Tijd is minder belangrijk dan kwaliteit", vulde Zalm nog aan. Daarmee wordt het steeds waarschijnlijker dat het huidige, demissionaire kabinet zijn handtekening onder de Miljoenennota voor 2018 zet.

Met de noodzakelijke voorbereidingen is demissionair minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem al in het voorjaar mee begonnen, met als uitgangspunt dat het kabinet geen nieuw beleid meer voorbereidt. Urgente kwesties daargelaten.

Vluggertje

Voor 1 mei moest een overzicht van de Nederlandse overheidsfinanciën naar de Europese Commissie zijn opgestuurd. Brussel wil kunnen bijsturen als het begrotingstekort en de staatsschuld te veel uit de pas lopen, maar Nederland voldoet inmiddels ruimschoots aan de gestelde normen. Op 13 april kon Dijsselbloem de stukken al overhandigen.

Het tweede belangrijke meetpunt in de begrotingscyclus is de Voorjaarsnota. Die verschijnt halverwege het jaar, uiterlijk op 1 juni. Daarin staan de wijzigingen ten opzichte van de vorige begroting.

Het gaat in de Voorjaarsnota zelden om grote beleidswijzigingen. Er wordt tijdens de plenaire behandeling dan ook vooral gekeken naar de Miljoenennota die op Prinsjesdag verschijnt. 

Of zoals VVD-Kamerlid Mark Harbers tijdens het debat zei: liever zaken structureel in de begroting regelen dan in de Voorjaarsnota nog net voor de zomervakantie een vluggertje maken.

Kortom: we zijn op weg naar een zogenoemde beleidsarme begroting voor 2018.

Buffers

Dat betekent dat er geen extra geld gaat naar zaken die politiek gevoelig kunnen zijn. De financiële meevallers gaan naar de staatsschuld of naar de tegenvallers. Bij het aantreden van het kabinet zijn er afspraken gemaakt over wat er maximaal aan bijvoorbeeld de zorg en sociale zekerheid mag worden uitgegeven. De zogenoemde uitgavenkaders.

Geld dat overblijft, investeert Dijsselbloem sowieso liever in extra buffers, zo liet hij op Prinsjesdag 2016 al optekenen.   

Je zou kunnen zeggen dat een beleidsarme begroting vooral voordelen kent omdat de schatkist wordt gespekt, maar volgens het ministerie van Financiën is die stelling te kort door de bocht omdat er nooit wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan.

Nadelen

Werkgevers zien juist nadelen. MKB-Nederland-voorzitter Michael van Straalen vreest dat Nederland het economische momentum mist. Juist nu het goed gaat, loont het om een duwtje in de rug te geven.

Zo is bijvoorbeeld het overheidsinvesteringsvehikel Invest-NL, bedoeld om projecten van de grond te krijgen, in de ijskast gezet. Het kabinet wil hier 2,5 miljard euro voor vrijmaken waar ondernemers in 2018 gebruik van kunnen maken.

Als er niet op tijd een nieuw kabinet komt om een begroting voor volgend jaar te maken, is dat een gemiste kans, aldus Van Straalen.

Wel worden ongewenste koopkrachtverschillen voor volgend jaar gerepareerd. Dat gebeurt op basis van cijfers die het ministerie van Sociale Zaken en het Centraal Planbureau in augustus publiceren.

Dat is nu eenmaal zo afgesproken in het regeerakkoord tussen PvdA en VVD in 2012. Ook de onderhandelende partijen hebben er niets op tegen als bijvoorbeeld gepensioneerden worden gecompenseerd als blijkt dat deze groep er fors op achteruit gaat.

Dijsselbloem verwacht overigens niet al te grote correcties. "De verschillen zijn weleens groter geweest", zei de bewindsman in juni tijdens het debat over de Voorjaarsnota nog.

Overpromise, underdeliver

Een nieuwe regering heeft nog wel instrumenten om invloed op de begroting uit te oefenen. Financiële gevolgen van een regeerakkoord kunnen in de begroting van 2018 via wijzigingen worden verwerkt.

Dat moet wel vroeg in het najaar gebeuren, want in  oktober en november worden de begrotingen van de ministeries en het belastingplan in de Tweede Kamer behandeld. Daarna moeten wijzigingen via aanvullende begrotingswetten worden geregeld.

Grote wijzigingen aan bijvoorbeeld het belastingstelsel krijgt een kabinet er op korte termijn niet meer doorheen. Bovendien vragen forse ingrepen veel van de ict-structuur bij de fiscus, terwijl de belastinginning niet in gevaar mag komen.

Misschien zijn al deze omwegen uiteindelijk helemaal niet nodig omdat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie er verrassend snel uit zijn.

Want hoewel Zalm waarschuwde dat een nieuw kabinet niet voor Prinsjesdag op het bordes staat, verklapte hij in dezelfde persconferentie ook zijn tactiek: "Het allerslechtste wat je kunt doen, is overpromise en underdeliver."

NUshop

Tip de redactie