Trekt de Nederlandse economie na een goed 2016 verder aan, blijven de huizenprijzen nog verder stijgen en hoe zit het met de pensioenen? NU.nl blikt vooruit op het economische jaar 2017.

Huizenmarkt

De huizenmarkt zit in 2016 qua aantal verkopen en prijs weer op het niveau van de topjaren 2005-2007. Maar wat staat er volgend jaar te gebeuren?

"Over het algemeen hebben we een evenwichtige woningmarkt, maar zodra je inzoomt, grofweg zie je een driedeling", zegt Ger Jaarsma, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM).

“We zien meer dan ooit een trek naar de steden, die zal in 2017 alleen maar toenemen”
Ger Jaarsma, voorzitter NVM

Haarlem, Delft, Utrecht, Groningen, Leiden en in zekere zin ook Den Haag en Rotterdam zitten tegen een oververhitte woningmarkt aan. Amsterdam is een uitzondering, daar wordt het wel heel erg krap.

In Noordoost-Groningen en Oost-Limburg gebeurt niet veel. Daar staat meer dan de helft van de huizen minimaal een half jaar te koop.

Daar tussenin heb je Friesland, Drenthe, Gelderland en het noorden van Noord-Brabant. Daar functioneert de woningmarkt gemiddeld.

Die driedeling is volgens Jaarsma uitzonderlijk. "Mensen willen wonen, werken en recreëren op dezelfde plek. Die trend is al een aantal jaar geleden ingezet. We zien meer dan ooit een trek naar de steden, die zal in 2017 alleen maar toenemen."

De steden die nu tegen een oververhitte woningmarkt aanleunen, kunnen de boel in 2017 weer vlottrekken door bij te bouwen. Jaarsma: "Dat is in de crisisjaren niet overal gebeurd. In Den Haag en Rotterdam bijvoorbeeld wel, maar in Amsterdam moeten de palen nog in de grond. Daar moet in 2017 als een raket worden gebouwd."

Prijsstijging vlakt af

De huizenprijzen houden een keer op met stijgen, verwacht Jaarsma. In het verleden zat er geen rem op, je kon alles gefinancierd krijgen. "Je had allerlei producten zoals de spaarhypotheek en de aandelenhypotheek. Op het toppunt rond 2006 kon je tot soms acht keer je jaarsalaris voor een hypotheek lenen, dat is nu 4,3 keer."

“Er is een plafond aan wat je kunt betalen en wat je kunt vragen”
Ger Jaarsma

In 2016 kun je nog een iets hogere hypotheek krijgen dan de waarde van je huis. Die verhouding, de loan to value, wordt volgend jaar verlaagd van 102 naar 101 procent.

In 2018 is die mogelijkheid er helemaal niet meer. Huizenkopers moeten dan eigen geld meenemen want sommige kosten, zoals die voor de notaris en de overdrachtsbelasting, mag je niet in je hypotheek meefinancieren.

Hypotheken

Een andere reden waardoor er volgens Jaarsma een rem op de prijsstijgingen zit, is dat je je hypotheken vanaf dag één moet afbetalen. "Er is een plafond aan wat je kunt betalen en aan wat je kunt vragen. De prijsstijging in de oververhitte gebieden, Amsterdam voorop, zal daarom in 2017 vermoedelijk afvlakken en daarna nog een aantal jaar op een hoog niveau blijven", zegt de NVM-voorzitter.

Voor steden die in prijsstijging achterlopen op de hoofdstad, zoals Haarlem, Delft, Utrecht, Groningen, Leiden, Den Haag en Rotterdam, geldt dat volgens Jaarsma volgend jaar nog niet.

Als het aan de NVM ligt, blijft de loan to value op minimaal 100 procent staan en worden de bijkomende kosten bij de aanschaf van een huis, de kosten koper, fiscaal aftrekbaar. "We lopen in Den Haag de longen uit ons lijf om dat voor elkaar te krijgen."

Pensioenen

De pensioenfondsen staan er slecht voor. Als eind september als uitgangspunt wordt genomen, moeten dertig fondsen in 2017 hun pensioenen korten. Dat raakt 2,1 miljoen pensioendeelnemers onder wie tweehonderdduizend gepensioneerden, berekende De Nederlandsche Bank (DNB). 

Dat gaat weliswaar om een kleine gemiddelde korting van 1,68 euro, maar de meeste pensioenen stijgen al jaren niet meer mee met de prijzen. Wie de koopkrachtplaatjes erop naslaat, ziet dat in de afgelopen kabinetsperiode iedereen erop vooruit is gegaan, behalve de ouderen.

Volgend jaar houden gepensioneerden naar verwachting wel iets meer over (0,5 procent), maar zij zien de koopkracht van werkenden en uitkeringsgerechtigden harder stijgen met respectievelijk 0,7 en 0,8 procent.

Rekenrente

Wat gaat er gebeuren met de pensioenen volgend jaar? Voor een deel ligt het antwoord op die vraag in Den Haag waar de spelregels worden bepaald.

De regering kan besluiten de hersteltermijnen van de pensioenfondsen te verlengen. Nu mogen fondsen er tien jaar over doen om verliezen weg te werken. DNB rekende uit dat als die periode wordt verlengd naar twaalf jaar, het aantal mensen dat wordt geconfronteerd met een korting daalt van 2,1 naar 1,1 miljoen mensen. Het kabinet besluit begin volgend jaar of dit instrument wordt ingezet.

De regering kan aan nog een knop draaien: de rekenrente. Met dit getal berekenen fondsen hoeveel geld zij nu nodig hebben om de toekomstige pensioenen te kunnen betalen. De rekenrente staat nu erg laag waardoor fondsen veel geld in kas moeten houden en zo niets overhouden om pensioenen te verhogen. Zodra je de rekenrente verhoogt, komt er op papier geld vrij.

De rekenrente is dus een gewillige speelbal voor de politiek, want in 2017 zijn er verkiezingen. Wie de ouderen nu weet te paaien, is op 15 maart spekkoper. 

Risico's naar jongeren

50Plus wil de rekenrente maar wat graag verhogen en diende een wetsvoorstel in. De partij wordt beloond met hoge peilingen. "Ik steek mijn hand ervoor in het vuur dat de pensioenen van jongeren niet in gevaar komen als je de rekenrente verhoogt", zei partijvoorman Henk Krol onlangs.

Maar de meeste partijen zullen er volgend jaar alles aan doen om de rekenrente met rust te laten. Je verschuift namelijk de risico's van oud naar jong, zegt onder meer D66. DNB vergelijkt het verhogen van de rekenrente met het stelen van 5 euro uit de spaarpot van hun (klein-)kinderen.

Volgend jaar staat ook in het teken van een nieuw pensioenstelsel. Het huidige kabinet heeft de contouren geschetst die dienen als formatiemateriaal voor een volgende regering. 

Een nieuw stelsel, dat verder losstaat van mogelijke kortingen, moet meer duidelijkheid geven over de verwachtingen van de uitkering.

Vertraging groei

Voor de Nederlandse economie is de verwachting dat er wat vertraging zal ontstaan volgend jaar, legt ING-econoom Dimitry Fleming uit.

ING gaat uit van een economische groei van 1,6 procent voor volgend jaar, 0,5 procentpunt lager dan de voorspelling van het Centraal Planbureau (CPB). Fleming benadrukt dat hier een technisch component meespeelt. Het CPB corrigeert namelijk voor de extra dag in schrikkeljaar 2016.

“Onderliggend is het natuurlijk een prima groei”
Dimitry Fleming, econoom ING

Risico’s voor de economie zijn onder andere het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

"Het VK is gewoon een heel belangrijke exportpartner voor ons", vertelt Fleming. "Na Duitsland en de VS is het VK onze derde partner in termen van export. Onze verwachting is wel dat die Britse economie met name richting midden volgend jaar toch een zwakke periode door gaat maken. Daar gaan we gewoon wat van merken."

Gasproductie

Verder wijst Fleming naar de huizenmarkt. Veel van de economische groei is de afgelopen jaren te danken aan de aantrekkende woningmarkt.

Ook speelt de verlaging van de gasproductie mee. Als er minder gas wordt opgepompt, valt de economie kleiner uit. "Kijk, onderliggend is het natuurlijk een prima groei", benadrukt Fleming. Alles boven de 1,5 procent is in principe hoger dan de trendgroei voor Nederland.  

Crises

Op de vraag of de crises uit het verleden echt voorbij zijn, zegt Fleming dat de gevolgen nog niet zijn weggewerkt. Zo zijn er nog steeds een half miljoen werklozen. "Vanuit dat oogpunt zeg ik dat we nu nog niet alle gevolgen hebben weggewerkt."

"Toch voelt het natuurlijk niet meer zoals het in 2009 tot 2012 was. Ook als je kijkt naar het consumentenvertrouwen. Dat staat op het hoogste niveau sinds 2007. Ja, dat straalt geen crisis uit."

Ook zijn particulieren positiever geworden over de arbeidsmarkt. Zo zijn mensen optimistischer geworden over de werkloosheid. "Wij zeggen ook altijd dat baanzekerheid de beste manier is om mensen terug in de winkels te krijgen. Je ziet het ook bij de consumptie die de afgelopen kwartalen aan het aantrekken is. Dat is een signaal. We zagen eerder dat het beschikbaar inkomen al in de plus zat, maar het werd nog niet uitgegeven. Dat zie je nu meer en meer gebeuren."

Wet DBA

Voor zzp’ers zal de onzekerheid afnemen komend jaar, verwacht Maarten Post, voorzitter van belangenorganisatie ZZP Nederland. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een aanpassing in de zzp-wet, de Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft de handhaving van de wet in ieder geval uitgesteld tot 2018. 

“Al die maatregelen waar men nu mee bezig is, werken dus niet”
Maarten Post, voorzitter ZZP Nederland

Post zelf pleit voor een eigen plek voor zzp’ers als ondernemers in de wet zodat ze niet langer onder het arbeidsrecht vallen. Met de verkiezingen op 15 maart blijft het afwachten, zegt Post. “Het is helemaal afhankelijk van hoe het gaat lopen.”

Minder onzekerheid is wel nodig, legt hij uit. "De situatie is op dit moment onhoudbaar. Als je ziet dat opdrachtgevers pas op de plaats maken en eerst willen kijken hoe het afloopt met die DBA-toestanden, dan is dat geen goed vooruitzicht voor zelfstandig ondernemers. Daar moet in ieder geval snel duidelijk over komen", vertelt Post

"Al die maatregelen waar men nu mee bezig is, werken dus niet. En dat komt omdat de arbeidsmarkt is veranderd. We leven niet meer in de jaren zeventig of tachtig waarin je een horloge kreeg na zoveel jaar bij dezelfde baas", vertelt Post.

Positie van zzp'ers

Post geeft toe dat een deel van de zzp’ers de keuze maakt om als zelfstandige verder te gaan omdat anders werkloosheid dreigt. Volgens hem gaat het om een "groepje". Maar hij benadrukt dat dit volgens hem niet te wijten is aan de wettelijke positie van zzp’ers, maar aan de specifieke problemen in bepaalde sectoren.

"Want in sectoren zoals pakketdiensten en ook in de journalistiek is een behoorlijke prijzenslag aan de gang. Er is minder behoefte aan dat soort dienstverlening, met als gevolg dat die tarieven gaan dalen, maar dat heeft niks te maken met of je werknemer of ondernemer bent. Dat heeft te maken met de markt."

Kansen

Met de aantrekkende economie komend jaar verwacht hij voor 2017 vooral dat in specifieke sectoren kansen liggen voor ondernemers met specifieke kennis in vooral ondersteunende dienstverlening. "Ik ken een heleboel zzp’ers die zich specialiseren in personeelswerk."

"Die krijgen opdrachten om bedrijven door te lichten over hoe die organisatie in elkaar steekt en waar mensen effectiever kunnen werken. Maar ook werk dat te maken heeft met nieuwe technologieën en de dienstverlening aan particulieren. Dat soort werk zal gaan toenemen. Dat zijn allemaal kansen voor zzp'ers."

Jaaroverzichten 2016 | Vooruitblikken 2017