Lodewijk Asscher wordt in 2012 als veelbelovende PvdA-bestuurder in Amsterdam ineens vice-premier en minister van Sociale Zaken. Hoe wordt er na vier jaar ministerschap over hem geoordeeld?

Veel Binnenhof-watchers en partijleden zien in Asscher een toekomstige premier als de jurist in het najaar van 2012 naar Den Haag vertrekt.

Toch is de glans er na vier jaar ministerschap wel van af. Asschers wens om flexwerk terug te dringen is niet in vervulling gegaan en de kritiek op het arbeidsmarktbeleid zwelt vanuit iedere hoek aan.

NU.nl voerde off-the-record verschillende gesprekken met Kamerleden op zoek naar het oordeel over vier jaar Asscher op Sociale Zaken.

Sociaal akkoord

Nadat het regeerakkoord in het najaar van 2012 wordt gesloten, moet de arbeidsmarkt nog worden aangepakt. Het kabinet neemt zich voor hiervoor een sociaal akkoord met werkgevers en werknemers te sluiten. Flexwerken is doorgeschoten, vindt Asscher.

Bedrijven concurreren op arbeidsvoorwaarden en spelen zzp'ers tegen elkaar uit. Als zelfstandige ben je net na de crisis blij als je überhaupt een opdracht krijgt.

Krap een jaar na het regeerakkoord wordt het sociaal akkoord gesloten. Samen met werknemers en werkgevers wordt een arbeidswet in elkaar getimmerd die grote knelpunten zoals het ontslagrecht, werkloosheidsuitkering en flexwet moet aanpakken: de Wet werk en zekerheid (Wwz).

Magnum opus

Het is Asschers magnum opus. Met de Wwz kan hij als sociaaldemocraat de PvdA smoel geven in dit kabinet. De dossiers die hij zich op het ministerie toe-eigent zijn de perfecte partijonderwerpen.  

Partijgenoot Jetta Klijnsma heeft het lastiger: zij krijgt als staatssecretaris op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de ingewikkelde klussen, zoals de pensioenen en het sluiten van de sociale werkplaatsen. Asscher is in ieder geval zeer alert bij de portefeuilleverdeling. 

Maar er klinkt al snel kritiek. Allereerst balen de partijen in de Kamer dat zij er niet aan te pas komen in het sociaal akkoord. Achter gesloten deuren sleutelt Asscher met werkgevers, werknemers en de coalitiepartijen VVD en PvdA aan 'zijn' nieuwe wet. 

Er is achteraf geen beweging meer in te krijgen. Het parlement moet het doen met wat kruimels, is de kritiek. Hoewel de wet in eerste instantie kamerbreed veel steun krijgt, wordt de weerstand tegen de wet steeds groter. 

Pijnlijk

De Wwz mist zijn doel. Er komen sinds de invoering alleen maar flexwerkers bij, zo laten de cijfers zien. Precies het tegenovergestelde van wat de bedoeling is. 

Wat Asschers belangrijkste wet moet worden, lijkt zijn grootste mislukking, zo klinkt het. En dat met een PvdA-minister op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Heel pijnlijk, is het oordeel.

De Wwz wordt gaandeweg wel aangepast, maar dat gebeurt slechts mondjesmaat. Het is Asschers wet; kritiek ligt daarom gevoelig, zo lijkt het. Dit leidt tot ergernis in de Kamer. Een wet is geen doel op zich. Wees een vent en zeg ook wat er niet is gelukt, is het commentaar. Of zoals het wordt verwoord: als spookrijder moet je niet zeggen: waarom doet het andere verkeer zo vervelend? 

Ook markant volgens sommige Kamerleden is de financiële puinhoop van de gemeente Amsterdam in de periode van 2002 en 2014. Asscher is daar als wethouder van Financiën tussen 2006 en 2012 medeverantwoordelijk voor.

Als de bevindingen begin dit jaar aan het licht komen, zit Asscher al lang in Den Haag. Nu is dat anders en moet hij zich verantwoorden voor zijn beleid terwijl hij nog op zijn post zit.

Te vroeg oordelen

Asscher wordt ook tegengewerkt door de liberalen, is de overtuiging in de Kamer. De VVD heeft al bij monde van fractievoorzitter Halbe Zijlstra laten weten dat de Wwz wat hem betreft van tafel gaat.

Maar sommigen vinden het ook veel te vroeg om nu al definitief af te rekenen met de arbeidsmarktwet die sinds 2015 gefaseerd in werking is getreden. Volgens Asscher is het bovendien gebruikelijk dat het aantal flexbanen toeneemt als de economie weer aantrekt. Bovendien stijgt naast het aantal flexbanen ook het aantal arbeidscontracten voor onbepaalde tijd.  

Daarbij is er een cultuuromslag nodig en dat forceer je niet 1, 2, 3. De toename van de flexibilisering is decennia lang heilig geweest. Nu wordt daar dankzij Asscher anders over gedacht.

Rietstengel

Asscher voelt zich thuis in debatten, merken ze in de Kamer. Hij gaat heel ver om zijn welwillendheid te tonen. Hij laat ook oppositiepartijen in successen delen. Soms zelfs iets te vaak, waardoor ze zich bij de coalitie weleens achter de oren krabben.

Hij buigt moeiteloos met zijn grootste critici mee. Asscher is als debater de meest soepele rietstengel op aarde, klinkt het vanuit de Kamer.

Tegelijkertijd draagt hij een diplomatiek schild waardoor niets hem lijkt te raken. Hij blijft in discussies altijd rustig. Soms zelfs ietwat onderkoeld.

Aai en tik

Maar denk niet dat Asscher enkel een zachte en vriendelijke kant heeft. Volgens een parlementariër kan hij je in een debat een aai over de bol én een tik tegelijk geven. Daar is hij een meester in. Als Kamerlid vraag je je achteraf af: kreeg ik nou een aai of een tik?

Een prettig talent in het parlement. Want als iemand je complimenteert, schop je niet terug. Dat zit niet in de Nederlandse cultuur. Dan ben jij de botte hork en krijg je te horen: hoe kun je nou zo tekeer gaan tegen die aardige man? Hij heeft een ijzeren vuist in een fluwelen handschoen. Daar worstelt de oppositie weleens mee, geeft een Kamerlid toe.

In Den Haag vinden ze Asscher retorisch zeer begaafd. Intelligent ook. Hij is slimmer dan de meeste Kamerleden, erkent een oppositielid.

Dat merk je in debatten: Asscher kent zijn dossiers. Heb je als Kamerlid je kennis tijdens een debat niet paraat, kun je je boeltje wel pakken.  

Onderhandelen

Deze eigenschappen maken van Asscher ook een geduchte onderhandelaar. Dat wordt duidelijk tijdens de gesprekken voor de begroting van 2014, het zogenoemde herfstakkoord.

Het kabinet moet zakendoen met de oppositie omdat het geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. Asscher en premier Mark Rutte leiden de onderhandelingen. De zakelijkheid van Asscher wordt al snel duidelijk wanneer Rutte het sociaal akkoord, dat net een aantal maanden eerder is gesloten, ter sprake brengt.

"Kunnen we eens naar het sociaal akkoord kijken?", vraagt Rutte. Met name D66 wil er maar al te graag aan sleutelen. Maar de premier stuit op een koppige minister van Sociale Zaken die niet van plan is zijn wet te slachtofferen voor het landsbelang. Asscher leunt naar achter, doet zijn armen over elkaar en zegt: "nee."

Alexander Pechtold wordt hartstikke boos, zegt een betrokkene. Rutte gaat uiteindelijk met hem en Asscher apart zitten. Jeroen Dijsselbloem, ook aanwezig bij de onderhandelingen, pendelt heen en weer tussen de delegatie van D66, de premier en Asscher en de anderen. De begroting komt er uiteindelijk, maar niet ten koste van het sociaal akkoord.  

Opblazen

Asscher krijgt van links tot rechts erkenning als vaardig debater. Maar menigeen is het er ook over eens dat hij vooraf iets gigantisch kan opblazen, maar uiteindelijk geen potten breekt.

Er wordt spottend gewezen op zijn banenplannen, die zijn bedoeld om arbeidsplaatsen te creëren. In de crisis loopt de werkloosheid flink op, dus een financiële impuls vanuit de overheid is meer dan welkom.

Het kabinet maakt voor 2014 en 2015 maar liefst 600 miljoen euro vrij, maar het project valt uiteindelijk flink tegen. Het aantal nieuwe banen blijft steken op drieduizend. 

Vanuit het ministerie wordt gaandeweg de term 'banenplan' ingeruild voor 'sectorplan'. De banen komen er namelijk niet. Een handige zet, maar voor de meeste Kamerleden erg doorzichtig.

Ook wordt Asschers 'code oranje' tijdens de zomer van 2013 in herinnering gebracht. Arbeidsmigratie uit Oost-Europa zou hier voor verdringing zorgen. De dijken staan op doorbreken en Europese regels moeten dat voorkomen, schrijft hij. 

Ruim drie jaar later vindt Asscher weinig gehoor bij zijn Europese collega's om dit gezamenlijk aan te pakken en is er weinig veranderd.

Blijven liggen

Er zijn twee belangrijke onderwerpen blijven liggen deze kabinetsperiode. De tweedeling op de arbeidsmarkt tussen vast en flex en de loondoorbetaling bij ziekte.

De dossiers worden nu formatiemateriaal voor een volgend kabinet. Een nederlaag, vinden de meesten. Asscher heeft niet overal de grote stappen gezet waarop hij had gehoopt. 

Veel lof is er wel voor het afschaffen van het jeugdloon. Dat had misschien wat sneller gekund, maar iedereen is het erover eens dat dit een mooie stap is. 

Vooral de PvdA kan hier mee leven en daarom wordt er tegelijkertijd een belangrijke wijziging van de Wwz doorgevoerd die de VVD weer kan verkopen aan de achterban. Ondernemers klagen dat zij geen personeel meer durven aan te nemen vanwege de financiële risico's die zij lopen als een werknemer ziek wordt. 

Een slimme uitruil van twee onderwerpen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben.

Begroting

Volgende week dinsdag en woensdag debatteert Asscher in de Tweede Kamer over de begroting van zijn ministerie. Vorig jaar deelde de VVD een gevoelige tik uit door zijn werk als onvoldoende te bestempelen.

Die rekening staat nog open, wordt er gezegd vanuit de oppositiebankjes. Aangezien het toen om een tussenrapport ging, moet er nu in de laatste begrotingsgesprekken van dit kabinet een eindoordeel komen van de liberalen.

"Ik ga u teleurstellen", zei Asscher voordat hij naar Den Haag kwam om zo de torenhoge verwachtingen enigszins te temperen.

Tijdens de begrotingsbehandeling komende week zal blijken hoe groot die teleurstelling bij veel partijen is.