In de discussie over de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS) wordt vaak de moslimgemeenschap in zijn geheel besproken, door de islam als bron van gevaar te benoemen. Waarom is dit gevaarlijk?

Een dag na de aanslagen in Parijs was Ahmed Aboutaleb, burgermeester van Rotterdam en als moslim fel tegenstander van IS, aan het woord op Radio 1.

Hij zei op dat moment dat "de aanslagen in Parijs zich tegen de moslimgemeenschap dreigen te keren". Hiermee lijkt hij te bedoelen dat gematigde moslims steeds meer worden aangekeken op de daden van IS.

In het boek De Jihadkaravaan vertelt jihadexpert Montasser Alde’emeh hoe hij het algemeniseringsproces dat Aboutaleb omschreef ooit zelf beleefde. Hij beschrijft hoe hij zich op school voelde na de aanslagen van 11 september 2001 op de Twin Towers in New York.

“Het voelde net alsof ik me voor de hele klas moest verantwoorden”
Jihadexpert Montasser Alde’emeh

"Het voelde net alsof ik me voor de hele klas moest verantwoorden. In seconden die minuten leken keek ik de klas rond en zag ik plots allemaal blanke kinderen – de slachtoffers, de Amerikanen – en ik, ik was Osama Bin Laden, de dader, de moslim", aldus Alde’emeh.

Op een moment in zijn leven stond Alde’emeh zelf op het punt om mee te doen aan een gewapende jihadistenstrijd. Zijn uiteindelijke strijd werd het blootleggen van mechanismen die moslimjongeren in het Westen doen radicaliseren.

Triggerfactoren

Het blootleggen van de mechanismen doet Alde’emeh met enig succes. Zijn citaat over wat hij in de klas voelde, is opgenomen in het rapport Triggerfactoren in het radicaliseringsproces. Dit rapport werd vorige maand door minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer gepresenteerd.

In het rapport wordt onder meer uitgelegd dat discriminatie ervoor kan zorgen dat mensen radicaliseren. Dit effect wordt uitgelegd aan de hand van onderzoek van dokter Quintan Wiktorowicz, die tweeëntwintig moslimextremisten interviewde naar hun motieven.

Volgens het rapport zorgden aanvaringen met discriminatie ervoor dat de extremisten "hun waarden en identiteit opnieuw gingen onderzoeken" en dat zij "zich [daardoor] openstelden voor nieuwe wijzen van denken, wat hen gevoelig maakte voor radicalisering".

Tussenfase

Één van de schrijvers van Triggerfactoren in het radicaliseringsproces is professor Bertjan Doosje, bijzonder hoogleraar radicaliseringstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Hij stelt tegenover NU.nl dat als mensen gediscrimineerd worden, ze "in een soort tussenfase komen waarin ze niets in handen hebben."

Doosje legt uit waar dat toe kan leiden. "Als iemand duidt dat je in Nederland wordt gediscrimineerd omdat je moslim bent, dan kunnen mensen daar in meegaan", begint Doosje.

"Als iemand dan ook nog begint over 'dat is wereldwijd ook het geval; de oorlogen in Afghanistan en Irak, dat zijn allebei oorlogen tegen moslims', dan kunnen mensen gevoelig worden voor radicale ideeën", stelt Doosje.

“Bin Laden benadrukte de vernedering die de moslims in de wereld moeten ondergaan”
Bertjan Doosje, bijzonder hoogleraar Radicaliseringstudies

Bin Laden

Dit schept mogelijkheden voor IS, omdat de terreurorganisatie dit verhaal aan gediscrimineerde moslims kan vertellen. Volgens Doosje maakt IS daar echter minder gebruik van dan Osama bin Laden ooit deed. "Hij benadrukte echt de vernedering die de moslims in de wereld moeten ondergaan."

“Hij gebruikte dat om mensen te mobiliseren. Van ‘we moeten nu iets doen, anders worden we overruled' '', aldus Doosje.

De professor stelt dat de kans voor IS om mensen te rekruteren al ernstig verkleind is. “Mensen die van plan waren te gaan, worden nu tegengehouden.” Hij denkt dan ook dat de grootste toestroom van IS-aanhangers al is geweest. "Maar dat betekent niet per se dat er minder mensen geïnteresseerd zouden zijn", benadrukt Doosje.

Video: Wie zijn de IS-strijders?

Animatie door in60seconds

Verdeeldheid

Verdeeldheid helpt er niet bij die interesse in te perken. "Met name als er terroristische aanslagen zoals in Parijs plaatsvinden, is er een verschil te zien in hoe islamitische mensen en niet-islamitische mensen tegen IS aankijken", aldus Doosje. "De autochtone Nederlander vindt meer dan de islamitische Nederlander dat de islam mede verantwoordelijk is voor het voortbrengen van dit soort mensen", stelt Doosje.

Volgens Doosje zeggen de meeste islamitische Nederlanders "nee, dit zijn geen echte islamieten, dit zijn een soort zwarte schapen". De professor ziet dat zij moslims van IS buiten de groep plaatsen.

Aboutaleb

Doosje denkt daarom ook dat Ahmed Aboutaleb onder de islamitische Nederlanders kritiek ervaart op basis van zijn uitspraak dat "je moeten kijken of je als moslims met een krachtig antwoord kan komen".

"Moet je als katholiek dan ook afstand nemen van priesters die zich vergrijpen aan jonge jongetjes? Dat wordt ook niet echt gevraagd. Volgens sommige islamieten is het meten met twee maten", aldus Doosje.

Meldingen

Dat islamofobie een toenemend probleem is, komt in verschillende onderzoeken naar voren. Een woordvoerster van het College voor de Rechten van de Mens stelt echter dat het aantal meldingen van discriminatie niet toeneemt. "Er is niet opeens een enorme piek na de opkomst van IS en de aanslagen en Parijs."

“Er ligt toch nog een taboe op het melden van discriminatie”
Woordvoerster College voor de rechten van de Mens

De woordvoerster benadrukt dat dit niet betekent dat er geen toename van discriminatie is naar aanleiding van de opkomst van IS. Volgens haar valt er grote winst te boeken op het gebied van meldingsbereidheid. "Er ligt toch nog een taboe op het melden van discriminatie."

"Voor veel anti-discriminatiebureaus en voor de politie is dat lastig. Zij signaleren het probleem van islamofobie, maar zien dit niet terug in de cijfers", aldus de woordvoerster.

Bewustwording

Het College voor de Rechten van de Mens maakt zich volgens haar dan ook hard voor bewustwording over het discriminatieprobleem. "Iedereen heeft vooroordelen en stereotypen, dat is gewoon heel menselijk. Maar pas als je je daar bewust van bent, dan kun je daar iets mee."

Volgens de woordvoerster begint de bewustwording over het discriminatieprobleem al op jonge leeftijd. "Er zal meer aandacht voor mensenrechteneducatie moeten komen." Als je geen kennis hebt van mensenrechten, dan is het volgens de woordvoerster "heel lastig om er naar te handelen."

Discriminatievraagstuk

Het oplossen van het discriminatievraagstuk zal waarschijnlijk nooit voltooid worden. Toch lijkt het van belang om grote stappen in de goede richting te zetten om de veiligheid in Nederland in de toekomst te kunnen blijven garanderen.

Wellicht probeert IS met aanslagen zoals die in Parijs verdeeldheid in de westerse samenleving te creëren. Het is aan de westerse samenleving in zijn geheel om te bepalen of het dit laat gebeuren.

Het alternatief van het toestaan van verdeeldheid, is dat het Westen de gruweldaden van IS gaat zien als een kans om het discriminatieprobleem beter in kaart te brengen.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend