Tijdens de Web Summit in Dublin proberen vele honderden startups in de kijker van investeerders te lopen. Op een kleine stand presenteren ze hun idee en hopen ze op die ene gulle gever.

Meer dan veertigduizend bezoekers waren deze week op de conferentie om te horen van de crème de la crème van de techwereld, en om de ideeën van startende ondernemers tot zich te nemen.

In verschillende grote ruimtes staan ze zij aan zij, met een stand van een meter breed en een poster waarop in enkele tientallen woorden wordt uitgelegd wat ze doen en waar ze vandaan komen.

Voor de oprichters van startups zijn de veertigduizend bezoekers niet allemaal van gelijk belang. De gekleurde badges die op de borstkas bungelen zijn een belangrijk statussymbool, en de ogen van de ondernemers scannen gretig het publiek.

Mensen met een paarse badge staan onderaan de voedselketen van Web Summit: zij zijn de 'gewone' bezoeker, op zoek naar inspiratie of nieuwe contacten. De groene badges van de media zijn al interessanter; wie weet kunnen zij een startup breder onder de aandacht brengen.

Maar waar het uiteindelijk allemaal om draait is de zeldzame rode badge van de venture capitalists (VC's). De durfinvesteerders kunnen de hier aanwezige startups, die veelal nog door hun oprichters zelf worden bekostigd, maken of breken.

“Op een gegeven moment heb ik mijn badge afgedaan. Anders heb je steeds weer een of andere startup uit Malta die je aan je jas trekt.”
Stefan Bary

Looprondje

In tien minuten tijd wordt Johan van Mil, van het Nederlandse investeringsfonds Peak Capital, door verschillende startups aangesproken. Ze willen hun idee voorstellen, advies inwinnen en vooral geld binnenslepen.

"Je wordt natuurlijk heel veel aangesproken, maar dat hoort er ook bij", zegt Van Mil opgewekt. "Ik moet wel tegen 90 procent van de mensen zeggen dat we alleen investeren in Nederlandse startups." Op een blaadje heeft hij de namen van een groot aantal Nederlandse bedrijven opgeschreven: tijdens een "looprondje" spreekt hij de oprichters en overweegt hij hun potentie.

Niet alle investeerders genieten op de Web Summit van de aandacht. "Heel veel collega's klagen: 'Ik word steeds aangesproken.'", zegt Van Mil. "Dan denk ik: 'Sorry, maar dat is ons vak.'"

Stefan Bary, een collega van Van Mil, had al gauw genoeg van de drukte. "Op een gegeven moment heb ik mijn badge afgedaan. Anders heb je steeds weer een of andere startup uit Malta die je aan je jas trekt."

"In het begin liepen we de hele tijd naar mensen toe, van: 'Wil je even kijken?'", zegt Quinten van Solt van de startup Ideapitcher.co. "Dat werkte minder goed, want volgens mij doet iedereen dat."

Volgens hem kwamen de meeste gesprekken op gang aan het eind van de dag, toen het juist minder druk werd en de investeerders meer met rust werden gelaten. Van Solt zegt dat hij verwacht een investeringsronde van 250.000 euro te kunnen binnenhalen.

Kroeg

Behalve op de beursvloer vinden ook 's avonds veel gesprekken plaats in de overvolle pubs van Dublin. Op verschillende borrels die specifiek voor Nederlandse startups en investeerders zijn georganiseerd, wisselen ondernemers van gedachten onder het genot van een pint bier.

"Gisteren waren we 's avonds op een evenement van de Nederlandse ambassade", zegt Jan Berend Zweerts voor de stand van zijn brillenstartup Roger Bacon Eyewear. "Dat praat wel wat makkelijker dan hier in de drukte."

Cultuurverschil

Opvallend is de ongedwongen sfeer onder de meeste Nederlandse startups. Met name in Amerika willen beginnende techbedrijven snel veel geld binnenhalen, met een zo hoog mogelijke waardering. Veel Nederlanders blijven net zo graag zelfstandig en bouwen hun bedrijf langzaam op. "Het is een enorm cultuurverschil", zegt durfkapitalist Bary.

"Als iemand met een gunstig aanbod komt, OK", zegt Nick Kraakman van het virtualrealitybedrijf Purple Pill VR. "Maar we hebben het niet echt nodig."

Zijn bedrijf spreekt wel met investeerders om de mogelijkheden van een investeringsronde te verkennen. "Dan zouden we wat extra programmeurs kunnen aannemen en sneller opschalen. Maar zonder redden we het denk ik ook wel."

“Het ging al goed, maar dit is nog weer een zetje in de rug.”
Timo de Winter

Doorbraak

Veel van de aanwezige startups zullen het maar kort uithouden, maar voor een klein aantal kan de Web Summit de doorbraak betekenen. In 2011 presenteerde het nog onbekende Uber zijn taxi-app in Dublin en haalde het bedrijf 's avonds in een pub 37 miljoen dollar binnen van onder meer zakenbank Goldman Sachs. Het bedrijf is inmiddels gewaardeerd op meer dan 50 miljard dollar.

Dit jaar haalde het Amsterdamse Connecterra de finale van de pitchwedstrijd, waarin tweehonderd startups in vier minuten hun product presenteerden aan professionele juryleden. Het bedrijf maakt een 'Fitbit voor koeien', die moet zorgen voor efficiëntere melkproductie.

"We zoeken nu 2,1 miljoen", zegt productontwerper Timo de Winter van Connecterra donderdagochtend voor de stand van het bedrijf. Op een haastig geprint A4'tje staat dat de startup in de pitchfinale staat, om de interesse nog wat aan te wakkeren. "We hebben al een aantal meetings gehad met VC's."

Een halve dag later heeft Connecterra de finale gewonnen van Fatmap, een app met skikaarten, en Neuroelectrics, dat met een hersenheadset psychische aandoeningen wil behandelen.

"We zullen veel aandacht krijgen van investeerders", zegt De Winter na de winst. "Verder is het onwijs goed voor onze moraal." Met het geld zal het nu wel goedkomen, denkt hij: "Het ging al goed, maar dit is nog weer een zetje in de rug."

Voor de andere startups op de Web Summit blijft het de komende weken en maanden nog driftig nabellen, netwerken en onderhandelen. Volgend jaar begint het hele circus weer voor een nieuwe groep ondernemers, dan voor het eerst in Lissabon.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend