Het aantal kinderen in de pleegzorg is de afgelopen tien jaar flink toegenomen in Nederland.  Een kind in huis nemen is een grote verantwoordelijkheid, maar zorgt voor betere toekomstkansen.

Het aantal kinderen in de pleegzorg is sinds 2005 met 70 procent toegenomen, blijkt uit cijfers van Pleegzorg Nederland. Sinds dit drie weken geleden bekend werd, hebben zo’n 3.200 mensen een informatiepakket aangevraagd bij Pleegzorg Nederland.

"Deze mensen krijgen voorlichting, kunnen naar informatiebijeenkomsten en bij blijvende interesse komen pleegzorgbegeleiders op bezoek om te zien of je een geschikte, veilige en stabiele plek te bieden hebt", zo legt Els Rienstra van Pleegzorg Nederland uit. "Ook worden er gesprekken gevoerd over motivatie, opvoeding en wordt de impact van pleegzorg op je gezin uitgelegd. Je doet dit niet voor een paar weken, dat moeten mensen zich wel realiseren."

Schadelijk

Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat kinderen die in een pleeggezin opgroeien, beter uit de verf komen dan kinderen in massale opvangplekken zoals kindertehuizen, zo zegt prof. Femmie Juffer, hoogleraar aan de Universiteit Leiden op het gebied van adoptie en pleegzorg. "Opgroeien in een tehuis is schadelijk voor de kinderlijke ontwikkeling op vele gebieden, zoals de intelligentie, sociale vaardigheden, ontwikkeling van de hersenen en de fysieke groei van het kind."

Eva is daar een voorbeeld van. "Ik was twaalf toen ik tijdens een schooldag werd opgehaald en per direct naar een pleeggezin werd gebracht. Mijn broer had op school gezegd dat het thuis niet goed ging, maar dat wist ik niet. Ik had geen spullen bij me en heb ook geen afscheid genomen van mijn ouders." Toch voelde Eva op de achterbank van de auto opluchting. "Het voelde heel onwerkelijk, maar ik was blij dat ik niet naar huis en naar die situatie terug hoefde."

Het kostte flink wat tijd voordat Eva gewend was aan haar nieuwe plek. "Je ligt opeens in een ander bed, eet met andere mensen." Voor die tijd was Eva erg in zichzelf gekeerd. "Ik leefde in mijn eigen wereld op mijn kamer, ik praatte niet met mensen. Dat veranderde door mijn pleeggezinnen."

“Ik heb rekening leren houden met elkaar, geleerd hoe ik voor mezelf moet opkomen en dat ik iets waard ben.”
Eva

Socialer

Na vijf maanden ging Eva naar een permanent pleeggezin, waar ze weer met haar broer woonde. "Mijn pleegouders stimuleerden ons om op een sport te gaan, we aten samen, kregen een bijbaantje. Ik maakte vrienden en werd steeds socialer. Ik heb rekening leren houden met elkaar, geleerd hoe ik voor mezelf moet opkomen en dat  ik iets waard ben. Dat wist ik voor die tijd niet."

Op haar achttiende verliet Eva het huis, formeel gezien houdt de pleegzorg dan ook op. Over dit punt is binnen de sector veel discussie, legt hoogleraar Juffer uit. "De pleegzorg houdt formeel op, maar dat zorgt ook voor vragen bij de kinderen. Word ik daarna nog wel geholpen? Daarnaast hebben deze kinderen veel meegemaakt en verdienen zij langere ondersteuning van pleegouders." 

Momenteel is verlengde pleegzorg aan te vragen, voor zorg tot het kind 23 jaar oud is. "Ik, en vele anderen, pleiten ervoor dat dit bij elk pleegkind mogelijk wordt. Veel pleegouders die ik spreek zijn solidair met het kind en blijven onderdak bieden, maar qua formaliteit mag er ook wel iets veranderen."

Kleinschaliger

De Nederlandse pleegzorg is de afgelopen jaren zo omgebouwd dat kinderen op kleinschaliger plekken, zoals een pleeggezin, worden opgevangen, legt Rienstra uit. "Kinderen gingen voorheen sneller naar woongroepen of kindertehuizen." Het aantal kinderen in de pleegzorg groeit hierdoor, maar het aantal nieuwe pleeggezinnen stabiliseert enigszins, met 1 procent groei in vergelijking met vorig jaar. In de Week van de Pleegzorg, van 10 tot 18 oktober, wordt daarom actief naar nieuwe gezinnen gezocht.

Er is nog veel onbekend over de vele verschillende vormen van pleegzorg, blijkt uit nieuwe cijfers van Pleegzorg Nederland. Zo weet 45 procent van de 2300 ondervraagden niet dat je ook pleegouder kan worden zonder een partner of zonder opvoedervaring te hebben. Ook is bij 75 procent onbekend dat pleegouder zijn ook parttime kan.

Als een kind uit huis geplaatst moet worden, wordt eerst in de eigen omgeving een oplossing gezocht, vertelt hoogleraar Juffer. "Bijvoorbeeld bijfamilie, leerkracht of een gezin van een vriend of vriendin van het kind. Als dit niet lukt, wordt er een pleeggezin gezocht." Dit is in 40 procent van de situaties het geval.

“Elke nieuwe herplaatsing is moeilijk voor kinderen, dus het is beter om dit te voorkomen.”
Femmier Juffer

Plotseling

Er zijn crisisgezinnen die een kind enkele maanden in huis nemen. Zo’n oplossing komt vaak vrij plotseling. "Het kind vertrekt daarna naar een permanent gezin of terug naar huis. Het gebruik van crisispleeggezinnen wordt wel teruggebracht", zegt Juffer. "Elke nieuwe herplaatsing is moeilijk voor kinderen, dus het is beter om dit te voorkomen. Er wordt nu vaak ook aan pleegouders gevraagd of ze een permanente plek kunnen bieden."

Tischa Neve is kinderpsychologe en samen met haar partner weekend- en crisispleegouder. "Het is altijd een wens van me geweest om dit te doen. Mijn partner en ik hadden meer te bieden dan de liefde voor ons eigen kind", zegt Neve. 

Het bieden van crisisopvang vraag veel flexibiliteit. "Soms moet een kind met spoed uit huis en staat het 's avonds op de stoep. Dat vraagt veel van je, maar wij vinden het fantastisch", zegt Neve. "We lassen wel altijd een pauze in als het kind weer weg is, om weer even tot rust te komen met ons zoontje. De kinderen of situaties zijn niet altijd de makkelijkste, al ligt dat zelden aan het kind."

Slachtoffer

Mensen vragen Neve regelmatig hoe ze met de moeilijke verhalen omgaat. "Natuurlijk is het treurig en heftig om een beschadigd kind in huis te hebben, maar je leert ook om niet de hele tijd met dat verhaal bezig te zijn. Je moet een kind niet als slachtoffer zien." Volgens Neve gaat het erom dat er ruimte is voor emoties en verhalen. "We geven het kind mee dat het er mag zijn, ondanks alles wat er speelt. Ze moeten tot rust komen en liefde krijgen." 

Inmiddels zijn er vier kinderen geweest die van enkele maanden tot anderhalf jaar in huis woonden. "Een kind komt nog eens per maand een weekend, en onze pleegdochter zien we nog regelmatig", zegt Neve.

Eva , nu 20 jaar, is beste vriendinnen met de dochter uit haar crisisgezin en spreekt ook haar pleegouders nog. "Ik ga regelmatig bij ze op bezoek, het voelt als thuiskomen. Dan informeren ze of ik gezond eet en goed met m’n geld omga. Zoals echte ouders doen."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend