Sinds het begin van de opstand tegen president Bashar al- Assad 4,5 jaar geleden is Syrië het strijdtoneel van een breed scala aan partijen geworden. Wie zijn de belangrijkste spelers in de oorlog en hoe zijn hun onderlinge verhoudingen?

1. Het Syrische regime

Het leger van president Assad heeft sinds het begin van de opstand in maart 2011 veel grondgebied moeten prijsgeven. Het regime heeft naar schatting nog maar een kwart van het land in handen. Daarbij gaat het vooral om delen van het westen van het land.

De Britse krant The Guardian meldde onlangs op basis van militaire bronnen dat het reguliere leger nog maar 80.000 manschappen telt. Voor het begin van de oorlog waren dat er circa 300.000.

2. Bondgenoten van het Syrische regime

Iran: Het sjiitische bewind in Iran is van oudsher een bondgenoot van Assad en helpt de Syrische president nu in diens strijd tegen de opstandelingen. Iran steunt de Syrische president onder meer met militair advies. Deze week meldde het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten dat Iraanse militairen in Syrië zijn gearriveerd om zich aan te sluiten bij een groot grondoffensief tegen soennitische opstandelingen. Het zou om vele honderden strijders gaan.

Hezbollah: Ook strijders van de sjiitische Libanese beweging Hezbollah vechten tegen de rebellen. Het pro-Iraanse Hezbollah opereert hoofdzakelijk in een strook aan de grens met Libanon. Er is Hezbollah veel aan gelegen dat de soennitische strijders van IS niet doorsteken naar Libanon.

Irak: Irak heeft de samenwerking met Syrië, Iran en Rusland bij de strijd tegen IS geïntensiveerd. Belangrijkste doel is het uitwisselen van inlichtingen over onder meer de posities en bewegingen van IS. "Naar verluidt krijgt Assad toenemend steun van sjiitische milities uit Irak. Die milities opereren soms onafhankelijk van de regering in Bagdad. Een deel van die milities heeft sterke banden met Iran", zegt Heinrich Matthee van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Matthee is gespecialiseerd in onderzoek naar terrorisme en rebellengroepen in het Midden-Oosten.

Rusland: De laatste weken breidt Rusland zijn militaire rol in Syrië uit. Volgens secretaris-generaal Jens Stoltenberg van de NAVO worden steeds meer Russische grondtroepen waargenomen op Syrisch grondgebied. Hij heeft geen aantallen genoemd. Verder voeren de Russen luchtaanvallen boven Syrië uit en bestoken ze IS met kruisraketten die vanaf marineschepen worden afgevuurd.

President Vladimir Poetin verdedigt de militaire acties als een bijdrage van zijn land aan de strijd tegen het terrorisme. "Maar ik denk eerder dat Poetin de strijd tegen IS gebruikt als een excuus. Hij heeft vooral geopolitieke motieven", zegt Peter Wijninga, als defensie- en veiligheidsspecialist verbonden aan het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS). "Poetin wil graag laten zien dat zijn land nog een grootmacht is op het wereldtoneel. Die positie was Moskou kwijtgeraakt na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie."

Wijninga wijst erop dat Rusland via een marinebasis in de Syrische havenstad Tartus een goede toegang heeft tot de Middellandse Zee. "Rusland heeft die basis te danken aan zijn bondgenootschap met Assad. Als de Syrische president ten val zou worden gebracht, zou Rusland die basis kunnen verliezen. Door Assad te steunen, hoopt Poetin dit te voorkomen."

3. De opstandelingen tegen Assad

Islamitische Staat (IS): Van de rebellengroepen die tegen het bewind van Assad vechten, heeft IS de meeste strijders. Matthee: "Voor alle rebellengroepen in Syrië geldt dat het onmogelijk is een betrouwbare schatting van hun omvang te geven. Syrië is een land in oorlog en dat maakt het zeer moeilijk om aan goede informatie te komen. Bovendien heb je bij de rebellie in Syrië te maken met coalities die steeds veranderen en strijders die van de ene naar de andere groep overlopen." 

Matthee denkt dat IS maximaal 20.000 internationale strijders en 30.000 lokale strijders heeft. IS heeft Raqqa uitgeroepen tot de hoofdstad van een kalifaat, dat delen van Irak en Syrië bestrijkt. In Syrië controleert IS een strook langs de rivier Eufraat en een groot gebied tussen de steden Aleppo en Kobani.

Het Jabhat al-Nusrafront: Deze jihadistische terreurgroep heeft banden met het terreurnetwerk al-Qaeda en staat op gespannen voet met IS. "Jabhat al-Nusra en zijn coalities met rebellengroepen zijn het belangrijkste doelwit van het Syrische regime en zijn bondgenoten", legt Matthee uit.

"De strategie van de regering-Assad is thans vooral gericht op het verdedigen van het grondgebied dat het nog in handen heeft, niet op het heroveren van het hele land. In het noordwesten van Syrië controleren Jabhat al-Nusra en coalitiepartners gebied van waaruit ze de steden Latakia, Homs en Tartus - bolwerken van het Assad-regime - kunnen bedreigen."

De Koerden: De Koerden hebben de opstand tegen Assad aangegrepen om in het noordoosten van Syrië een autonoom bestuur op te zetten. Afgelopen zomer wisten Koerdische strijders te voorkomen dat de stad Kobani, dicht bij de grens met Turkije, in handen van IS bleef.

Het Vrije Syrische Leger en andere rebellengroepen: Het Vrije Syrische Leger (FSA) geldt als gematigd en is eigenlijk een verzamelnaam voor uiteenlopende groepen rebellen.

Het noorden van de stad Homs en omgeving in midden-Syrië zijn in handen van het FSA, Jabhat al-Nusra en andere rebellenbewegingen. Die groepen raken onderling geregeld slaags. "Verder hebben we in het aan de grens met Jordanië het Zuidelijke Front", zegt Matthee. "Vermoedelijk is dit de meest gecoördineerde coalitie van rebellengroepen. Dit front krijgt steun van de Verenigde Staten, maar ook van Jordanië."

De Verenigde Staten en hun bondgenoten: Sinds september 2014 voeren de Verenigde Staten en hun bondgenoten luchtaanvallen uit op IS en andere jihadistische groepen. De landen van de coalitie die het Syrische luchtruim gebruiken zijn naast de VS de westerse landen Groot-Brittannië, Frankrijk, Australië en Canada. Ook de Arabische landen Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië behoren tot dit bondgenootschap.

Turkije: Turkije sloot zich pas afgelopen zomer aan bij de coalitie tegen IS. Onder meer de VS en Frankrijk vinden dat Ankara nog steeds te weinig aanvallen op IS uitvoert. Ook is er kritiek op de bombardementen van Turkije op posities van Koerden in Irak en Syrië.

Deze week haalde Turkije verhaal bij de regering-Poetin, omdat Russische gevechtsvliegtuigen enkele keren het Turkse luchtruim hebben geschonden.

"Ik kan mij voorstellen dat dit per ongeluk is gebeurd, zoals de Russen beweren", zegt Wijninga. "Bij militaire operaties zijn Russen vaak minder precies dan we van Europese landen of zelfs Amerikanen gewend zijn. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de Russen het Turkse luchtruim hebben geschonden om te kunnen zien hoe ver ze bij de NAVO kunnen gaan, maar ik sluit het ook weer niet helemaal uit."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend