Lang hebben de Taliban niet kunnen stilstaan bij hun militaire succes in het noorden van Afghanistan. Na een verrassingsaanval kregen strijders van de fundamentalistische moslimbeweging maandag het grootste deel van de stad Kunduz in handen. 

Drie dagen later claimde de Afghaanse regering dat veiligheidstroepen de stad hadden heroverd, ook al wordt er nog steeds gevochten.
 
De bezetting van een groot deel van Kunduz was de eerste inname van een Afghaanse stad door de Taliban sinds de invasie van de Amerikanen en hun bondgenoten in het land in 2001. 

"Met de militaire actie in Kunduz hebben de Taliban laten zien dat ze in Afghanistan nog altijd een belangrijke machtsfactor zijn", zegt Ludy de Vos, defensie- en veiligheidsspecialist bij het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS). 

Eerder was De Vos onder meer troepencommandant van de Task Force Uruzgan in het zuiden van Afghanistan. Via de Task Force leverde Nederland een bijdrage aan de NAVO-stabilisatiemacht ISAF in het Centraal-Aziatische land.

Prestige

Afghanistandeskundige Willem Vogelsang zegt dat het prestige van de Afghaanse regering van president Ashraf Ghani een flinke deuk heeft opgelopen door de gebeurtenissen in Kunduz. "Tegelijkertijd hebben de Taliban door de gebeurtenissen in Kunduz een flinke duw in de rug gekregen." 

Vogelsang is verbonden aan International Institute for Asia Studies van de Universiteit Leiden. Van 2008 tot 2011 was hij cultureel adviseur voor de Nederlandse troepen in Uruzgan. 

"Mullah Mansour, de huidige leider van de Taliban en opvolger van de overleden Mullah Omar, kan dit succes wel gebruiken. Als leider is Mullah Mansour niet onomstreden bij een deel van de Taliban. Bovendien hebben de Taliban in Afghanistan te maken met concurrentie van andere gewapende groepen als Islamitische Staat en een extremistische Oezbeekse beweging." 

Strategisch belang

Nederlandse militairen begonnen in 2011 met het opleiden van politieagenten in de provincie Kunduz. In 2013 eindigde die missie. Sindsdien is het geweld weer opgelaaid. In april deden de Taliban ook al een poging de stad Kunduz in te nemen, maar dat offensief mislukte. 

"Dat ze het ook afgelopen week weer op Kunduz hadden gemunt is niet verrassend. De stad is strategisch van groot belang door de ligging vlakbij republieken als Turkmenistan en Tadzjikistan", zegt De Vos. 

"In Kunduz wonen mensen van allerlei stammen. De Taliban kunnen opgaan in die bevolking zonder dat ze de aandacht trekken. Daar hebben ze profijt van gehad bij hun militaire actie in Kunduz. Bovendien hebben ze in de stad behoorlijk wat aanhang."

“De Taliban zijn niet in staat om in een open gevecht de strijd aan te gaan met het goed opgeleide Afghaanse leger”
Ludy de Vos

Pashtun-stam

Vogelsang vindt het niet vreemd dat de Taliban in de provincie Kunduz op redelijk wat steun onder de bevolking kunnen rekenen. "Veel strijders van de Taliban behoren tot de pashtun-stam", aldus Vogelsang. 

"Die pashtuns vind je vooral in het zuiden en oosten van Afghanistan. Maar ruim honderd jaar geleden is een grote groep pashtuns naar het noorden getrokken. Daar zijn ze vaak door andere stammen met de nek aangekeken. In zo'n positie ben je wellicht makkelijker vatbaar voor de aantrekkingskracht van de Taliban."
 
Vogelsang en De Vos zien het nog niet zo snel gebeuren dat de Taliban, net als in de jaren negentig, grote delen van Afghanistan onder de voet lopen. "De Taliban zijn niet in staat om in een open gevecht de strijd aan te gaan met het goed opgeleide Afghaanse leger", legt De Vos uit. "De Taliban hebben niet de artillerie, vliegtuigen en andere zware wapens die het leger wel heeft."

Uitzichtloosheid

Aan de andere kant ligt het ook niet voor de hand dat de Afghaanse strijdkrachten de Taliban op korte termijn op de knieën krijgen. 

Vogelsang: "Het land heeft dertig jaar oorlog achter de rug. Jongeren hebben nauwelijks kans op werk. In zo'n situatie zoeken veel jongeren hun toevlucht tot de Taliban. Of ze vluchten naar het buitenland. Vanwege de uitzichtloosheid hebben alleen dit jaar al circa 80.000 mensen Afghanistan verlaten."
 
Ook het geweld in Kunduz heeft weer mensen op de vlucht doen slaan. "We hebben daarover berichten ontvangen, maar weten niet om hoeveel mensen het gaat", zegt Mans Nyberg, woordvoerder van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR in Afghanistan. Volgens de VN-missie UNAMA hebben tot woensdag al zeker 6000 mensen Kunduz verlaten. "Maar ik denk dat dit vooral vluchtelingen zijn die na de normalisatie van de situatie weer zullen terugkeren naar Kunduz", zegt De Vos.

Investeringen

De defensie- en veiligheidsspecialist wijst erop dat investeringen in handel en andere sectoren van de economie hard nodig zijn om de Afghanen weer een toekomst in hun eigen land te kunnen bieden. 

"Verder denk ik dat het noodzakelijk is dat Afghanistan de Taliban betrekt bij overleg over de ontwikkeling en het bestuur van het land", aldus De Vos. "We zeggen het niet graag. Maar de Taliban hebben zoveel aanhangers. Ze zijn een belangrijke factor in het land. Als zij niet worden betrokken bij gesprekken over de toekomst van het land, komt er nooit stabiliteit in Afghanistan. Bovendien kunnen de Taliban een alternatief voor Islamitische Staat zijn."

“Veel ontwikkelingsgeld is in Afghanistan op de verkeerde plek gekomen.”
Willem Vogelsang

Buurlanden

Vogelsang zou graag zien dat China, Iran en Pakistan een grotere rol gaan spelen bij het realiseren van een stabieler Afghanistan. "Het zijn buurlanden, dus ook zij hebben belang bij een veiliger Afghanistan." 

Vogelsang stelt dat Pakistan de Taliban niets in de weg legt en dat het tijd wordt dat dit verandert. Hij wijst erop dat Talibanleider Mansour een huis heeft in de West-Pakistaanse stad Quetta, waar hij ongestoord zijn gang kan gaan.
 
Over het beleid van westerse landen ten opzichte van Afghanistan de afgelopen jaren, heeft Vogelsang gemengde gevoelens. "Veel ontwikkelingsgeld is in Afghanistan op de verkeerde plek gekomen. Aan de andere kant is er met steun van internationale hulporganisaties in het land de afgelopen jaren ook veel verbeterd op het gebied van onderwijs en de gezondheidszorg."

10.000 Amerikanen

Bij het tegenoffensief afgelopen week in Kunduz kreeg het Afghaanse leger steun van Amerikaanse vliegtuigen. Die voerden aanvallen uit op stellingen van de Talibanstrijders. Momenteel zitten er nog 13.000 buitenlandse militairen, onder wie bijna 10.000 Amerikanen, in het land. Zij trainen en adviseren het leger en de politie. Eind 2016 moet die taak zijn afgerond. 

"Het is afwachten wat er daarna gebeurt, maar Afghanistan zou er baat bij kunnen hebben als na 2016 internationale reactie-eenheden in het land worden gelegerd", zegt De Vos. 

"Die zouden het Afghaanse leger kunnen bijstaan als het helemaal zou misgaan. Die reactie-eenheden hebben we ook in het voormalige Joegoslavië gehad na de Balkanoorlog. Maar het sturen van die eenheden heeft alleen zin als de Afghaanse regering er zelf om vraagt. Je kan dat niet opdringen."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend