Op 7 oktober geeft Take That een optreden in Nederland. Nagenoeg twintig jaar nadat Robbie Williams, Mark Owen, Howard Donald, Gary Barlow en Jason Orange tijdens de kerst van 1995 de stekker uit de boyband trokken.

De popformatie ontketent in de jaren negentig een wereldwijde massahysterie die de adoratie voor de Beatles met gemak overschaduwt. Na de bekendmaking van het einde krijgen honderdduizenden fans last van kortstondige doodsdrift.

"Ik verlang niet echt meer terug naar de hysterische toestanden uit onze beginjaren", zegt Gary Barlow in gesprek met NU.nl.

In 2005 besluit de band een aantal reünieconcerten te geven. Die terugkeer wordt in 2006 opgeluisterd door het album Beautiful World, het eerste in elf jaar. Take That lanceert in de daaropvolgende jaren drie nieuwe studioalbums.

Belastingschandaal

Het gaat de band na de comeback redelijk voor de wind, tot in 2012 beweerd wordt dat Howard Donald, Gary Barlow en Mark Owen betrokken zijn bij een belastingschandaal. De drie zouden samen met hun manager 26 miljoen pond (ongeveer 35 miljoen euro) hebben weggesluisd.

Een rechter oordeelt in 2014 dat de band inderdaad gebruik heeft gemaakt van mazen in de wet en miljoenen moet terugbetalen. In datzelfde jaar kondigt Jason Orange zijn definitieve vertrek uit de band aan.

Barlow en zijn collega's bieden hun excuses aan voor de fiscale avonturen en gaan over tot de orde van de dag: een nieuwe tour, dwars door Europa.

Take That werd meer dan twintig jaar geleden opgericht. Wat is het grootste verschil tussen nu en toen?

Gary: "Het verschil is gigantisch. Ik ben een compleet ander persoon, eerlijk gezegd. Weet je wat misschien wel het grootste verschil is? Ik waardeer het allemaal veel meer. De beginjaren waren een wervelwind. Het was een wazige tijd. We vlogen van het ene land naar het andere, waren soms vijftien maanden doorlopend onderweg. Op een gegeven moment voelde het als werk. Nu heb ik er meer grip op, we hebben meer controle over wat we doen en kunnen er meer van genieten. We hebben allemaal gezinnen en zijn niet zo vaak van huis als je misschien zou denken."

Mark: "In de jaren negentig voelde het echt alsof het om leven of dood ging. Je vocht voor je plek binnen de band. Er was een hoop onzekerheid, je gaf echt alles tijdens een optreden. Het ging allemaal sowieso in een razend tempo. Het was zo onwerkelijk. Als je nu bijvoorbeeld terugkijkt op de danspasjes van toen, dan zie je dat we tien keer harder gingen dan noodzakelijk. Op dat moment wisten we niet beter. En je hebt er ook de kracht voor, het testosteron. Het voelde alsof we de hele wereld aan konden."

Take That-fans bij het Amstel Hotel

Take That-fans bij het Amstel Hotel

Toen jullie in 1996 bekendmaakten te stoppen werden er zelfmoordhulplijnen opgezet. Verlang je niet, diep van binnen, terug naar die hysterische toestanden uit de beginjaren?

Gary: "Zelfs als we het er op dit moment over hebben, realiseer ik me niet wat voor verantwoordelijkheid we destijds hadden. Maar ja, je bent 23 jaar oud en je denkt dat de wereld alleen om jou draait. Ik verlang er niet echt naar terug. We hadden recentelijk een paar optredens in Groot-Brittannië en eerlijk gezegd is er niet heel veel veranderd. We hebben een fantastisch publiek dat zowel kan doordraaien als aandachtig kan luisteren. Veel kinderen uit de jaren negentig volgen ons nog steeds, dat maakt het zo leuk. Als ik in het publiek kijk zie ik mensen tussen de zes en zestig jaar oud."

Mark: "Ik denk niet dat ik daar erg naar terug verlang. Ik wil vooral dat mensen een kans krijgen om onze nieuwe muziek te horen."

Maar jullie waren zo populair en leken immens zelfverzekerd. Mark, jij had zelfs zoveel zelfvertrouwen dat je buiktruitjes droeg (in de videoclip van Relight my Fire).

Mark: "Die buiktruitjes mis ik in ieder geval niet. We dachten toen ook niet dat we veel invloed op mensen hadden. We hadden nooit de mogelijkheid eens stil te staan en te zien waar we als band stonden. We waren enigszins naïef en trokken de hele wereld over. Als je destijds een optreden in Amsterdam had, dan was dat gewoon heel bijzonder. Je ging daar anders echt niet even naar toe. Reizen voelde destijds, zonder sociale media, ook anders. Australië voelde bijvoorbeeld echt als het einde van de wereld."

Het blijft toch zeker wel speciaal als er mensen in de eerste rij flauw vallen?

Mark: "Ik zal niet zeggen dat ik dat vervelend vind. Maar het past niet meer helemaal bij het leven dat we nu leiden."

Gary, je hebt als liedjesschrijver veertien nummer 1-hits in Groot-Brittannië op je naam staan, waar heb je Mark en Howard eigenlijk nog voor nodig?

Gary: "Ik heb ze nodig omdat ze mijn broers zijn! We zijn hier in 1990 samen aan begonnen. Ik vind het groepsproces bovendien heel erg leuk. Van het opnemen in de studio tot aan het optreden. Natuurlijk vind ik het ook fijn om aan soloprojecten te werken, maar Take That staat op de eerste plaats. We zijn familie. Toen we Jason vorig jaar kwijtraakten, voelden we des te meer dat we door moesten gaan."

Britse media koppelden Jasons vertrek aan de belastingaffaire waarin jullie betrokken zijn. Doen dat soort aantijgingen pijn?

Gary: "Dat is volslagen onzin. Om eerlijk te zijn probeer ik uit de buurt te blijven van wat anderen over ons schrijven. Maar ik kan je garanderen dat er geen enkel verband bestaat, echt niet."

De media-aandacht is zeker niet iets wat je mist aan de begindagen?

Gary: "We hebben eigenlijk altijd een goede relatie met de media gehad. Het mes snijdt aan twee kanten, zij hebben verhalen nodig en wij hebben hen nodig om te laten we dat er nieuwe platen aankomen. Maar de aandacht is nog best draaglijk hoor. Mensen als David Beckham worden bijvoorbeeld voortdurend gevolgd, het hele jaar door. Dat is bij ons niet echt meer het geval."

Op 7 oktober geeft Take That een optreden in de Ziggo Dome in Amsterdam.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend