De wielrenners van bondscoach Johan Lammerts hopen zondag in het Amerikaanse Richmond een einde te maken aan een periode van dertig jaar zonder Nederlandse wereldtitel. Maar wie moeten dit doen en heeft deze missie kans van slagen?

Joop Zoetemelk snakt naar een opvolger na zijn triomf op de WK wielrennen van 1985 in het Italiaanse Giavera del Montello. Léon van Bon was achttien jaar geleden in het Spaanse San Sebastian met zijn bronzen plak de laatste Nederlandse podiumklant op een WK.

Vorig jaar ging het lelijk mis met de Nederlandse equipe in Ponferrada. Bauke Mollema haalde in Spanje het beste resultaat met de achttiende plaats, maar kon niet maskeren dat Nederland amper een rol speelde in de finale.

En dat na een goed wielerjaar waarin Niki Terpstra de zege pakte in Parijs-Roubaix en Lars Boom een etappe in de Tour de France won. In 2015 presteerden de Nederlanders ook naar behoren met onder meer vier ritzeges in de Vuelta.

Knechtenrol

Terpstra en Boom waren er vorig jaar niet bij tijdens de WK, maar vormen dit jaar de speerpunten in de tactiek van bondscoach Johan Lammerts. Met Sebastian Langeveld en Tom Dumoulin als belangrijkste adjudanten moeten ze ervoor zorgen dat er iemand in het oranje naar de regenboogtrui rijdt.

Nederland was vorig jaar voor de finale al meer dan de helft van de ploeg kwijt. Dit jaar lijkt het parcours met veel vlakke stukken en twee beklimmingen over kasseien ideaal voor renners uit de lage landen. De equipe van Lammerts oogt bovendien beter uitgebalanceerd en de rolverdeling is duidelijker. Waar veel landen gokken op sprinters of klimmers, heeft Nederland met diverse allrounders meerdere ijzers in het vuur.

Bauke Mollema en Robert Gesink, gewend om kopman te zijn, schikken zich voor deze editie bovendien in een knechtenrol, net als Jos van Emden, Dylan van Baarle en Pim Ligthart. Alle vijf rijden ze in dienst van 'de grote vier', die er in de finale voor moeten zorgen dat kopman Terpstra het af kan maken.

Hoe moeten de vier beschermde renners dat aanpakken? Waarom zijn ze zo goed en worden we echt wereldkampioen? Ze worden alle vier ontleed op basis van resultaten uit het verleden en de mening van twee van hun collega's.

Niki Terpstra

De renner van Etixx-QuickStep is door Lammerts aangewezen als uitgesproken kopman. Het parcours bevat twee klimmetjes over kasseien, die Terpstra als oud-winnaar van Parijs-Roubaix goed liggen. De Beverwijker won dit jaar geen grote klassieker, maar was wel de beste in de Ronde van Qatar, het Nederlands kampioenschap en de Ronde van Wallonië. Bovendien werd Terpstra in het voorjaar tweede in Omloop Het Nieuwsblad, Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen.

"Terpstra was ook in de Vuelta best wel goed in orde. Ik heb hem een paar keer echt sterk zien aanvallen en ben ervan overtuigd dat hij er in de finale bij zal zijn", voorspelt Koen de Kort, renner van Giant-Alpecin. Maarten Tjallingii van Lotto-Jumbo ziet ook kansen voor de Nederlands kampioen. "We hebben in de ploegentijdrit een stukje van het parcours gereden en de finale zal heel kort zijn. Het is zo beslist, de schifting komt en dan hup. Terpstra kan dat aan, kijk maar naar hoe hij het NK won."

Lars Boom

De Brabander kende een moeilijke tijd na zijn overstap van het toenmalige Belkin naar Astana. Boom werd ondanks een val in het voorjaar nog wel zesde en vierde in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. De voormalig wereldkampioen veldrijden wilde oogsten in de Tour de France, maar die werd door commotie over zijn hoge cortisolwaarden en ziekte op de eerste rustdag verpest. Boom besloot zich vervolgens volledig op de WK te richten, al won hij nog een rit in de Ronde van Denemarken.

"Ik zie Boom als outsider. Ik heb hem dit jaar nog niet zo gezien zoals ik hem verwachtte. Hij kan het wel hoor, het zou voor mij alleen een verrassing zijn", aldus Tjallingii, die bij Belkin en voorgangers Blanco en Rabobank jarenlang met Boom in de ploeg reed. De Kort weet dat Boom en Terpstra baat hebben bij een harde wedstrijd. "Ploegen als Australië, Duitsland en Noorwegen komen met een sprinter en Nederland behoort tot de landen die het meer van aanvallen moeten hebben. Ze moeten erbij zitten en zorgen dat er een paar renners heel fris zijn voor de finale."

Sebastian Langeveld

De Zuid-Hollander stond in de afgelopen twee jaar telkens in de top tien van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, maar in 2015 was er in geen enkele race een plek bij de beste tien voor hem weggelegd. Ook Langeveld werd in het voorjaar gehinderd door een val en kreeg bij zijn ploeg Cannondale-Garmin vaak een rol als wegkapitein. Op de afgelopen twee NK's bewees de oud-renner van Rabobank een wedstrijd naar zijn hand te kunnen zetten en dat zal Lammerts op het WK ongetwijfeld ook van hem eisen.

"Ook Langeveld is ook een outsider. De kasseien spreken natuurlijk in zijn voordeel", zegt Tjallingii, die wel een idee heeft wanneer Langeveld zijn mannen naar voren moet sturen. "Ik verwacht dat iedereen gaat wachten tot de laatste klim omdat de ronde veel herstelmomenten heeft. Het wordt moeilijk om favorieten eraf te rijden. Ze moeten mannen in de prefinale meesturen. Dan is er altijd een kans dat er een groepje wegblijft. Die is alleen niet zo groot." De Kort ziet die tactiek wel zitten. "Een klein groepje zou zomaar kunnen en dan heeft Nederland een kans."

Tom Dumoulin

De Limburger bewees de afgelopen jaren al een talent te zijn, maar beleefde in de afgelopen Vuelta a España zijn echte doorbraak. Dumoulin won twee etappes en werd pas op de één na laatste dag uit de leiderstrui gereden. De renner van Giant-Alpecin heeft echter de nodige problemen overgehouden aan de Ronde van Spanje getuige zijn mindere tijdrit en de blessure aan zijn zitvlak. Dumoulin stelde eerder dit jaar wel teleur in de eendagskoersen van het voorjaar, maar zijn vorm lijkt nu pas de piek bereikt te hebben.

"Het zal lastig worden voor hem om zich op te laden voor de wegwedstrijd na de tijdrit. Toch denk ik dat hij ook daar zeker in staat is om wat te doen. Het is een heel complete renner. Het hoeft voor hem niet superlastig te zijn om er in de finale bij te zijn", zegt De Kort over zijn teamgenoot. De Brabander weet net als Tjallingii dat een Nederlandse wereldkampioen zeer welkom is. De Kort: "Het is wel weer een keertje tijd en op dit parcours is alles mogelijk." Tjallingii is voorzichtiger. "Laat het maar komen. Het is eigenlijk niet realistisch, maar als we niet dromen, krijgen we ook niks."

De wegwedstrijd begint zondag om 15.00 uur Nederlandse tijd en de finale is vanaf 20.10 uur live te zien op NPO 2.