De discussie over het gesloten loonakkoord tussen het kabinet als werkgever en de drie vakcentrales CNV, Ambtenarencentrum en CMHF, gaat inmiddels niet meer alleen over de cao. Dreigt de FNV zichzelf buitenspel te zetten door een andere koers te varen dan de andere bonden?

Op 10 juli werd bekend dat ambtenaren na vier jaar nullijn er eindelijk geld bij krijgen. Ruim 5 procent over 2015 en 2016 en een eenmalige uitkering van 500 euro. In oktober wordt de salarisverhoging met terugwerkende kracht overgemaakt aan de 1,1 miljoen ambtenaren, hopen de ondertekenaars van het loonakkoord.

Maar de FNV, de grootste bond van het land, weigert zijn handtekening te zetten. Want de loonsverhoging, die de basis moet vormen voor de verdere uitwerking van de zeven grote overheid-cao's, wordt deels betaald uit een versobering van de ambtenarenpensioenen. Een sigaar uit eigen doos, zeggen de FNV'ers.

“FNV was meer met zichzelf bezig dan met de arbeidsverhoudingen in Nederland”
Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen

Terwijl de FNV alles uit de kast haalt om het loonakkoord van tafel te krijgen, met een gang naar de rechter willen ze een nieuw resultaat forceren, heeft het CNV deze week al groen licht van zijn achterban gekregen om verder te onderhandelen.

Zo is er niet alleen getouwtrek ontstaan over de loonruimte, de grootste vakcentrales van het land staan nu ook lijnrecht tegenover elkaar.

Lastige positie

"De FNV zit in een lastige positie. Straks ligt er een cao die niet door hen is ondertekend. Daarmee dreigt de bond buitenspel te komen staan", zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam.

Alle vakbonden kampen de laatste jaren met een dalend ledenaantal, zegt De Beer. Maar de politiek gaf de vakorganisaties een duwtje in de rug door ze te betrekken bij het sociaal akkoord uit 2013.

“Nederland heeft rustige vakbonden met matige looneisen”
Ferdinand Grapperhaus, hoogleraar Europees arbeidsrecht

"De FNV heeft net een ingrijpende reorganisatie achter de rug. Daardoor was de vakcentrale meer met zichzelf bezig dan met de arbeidsverhoudingen in Nederland. Nu wil de FNV laten zien dat ze er weer staan. Het is tijd om te oogsten", aldus de hoogleraar.

De Beer wil geen directe link leggen tussen het standpunt van de FNV op dit dossier en de interne strubbelingen van de afgelopen jaren. Van profileringsdrang om het verleden te doen vergeten is volgens hem geen sprake.

"Maar doordat de FNV zo duidelijk een positie kiest die afwijkt van de andere vakcentrales, komt ze wel alleen te staan." Overigens vindt De Beer dat de oorzaak van het conflict net zo goed bij de overheid ligt. 

Overheid laat steken vallen

Ferdinand Grapperhaus, hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Universiteit van Maastricht, vindt ook dat de overheid steken laat vallen in deze loonkwestie. "Als de overheid gaat onderhandelen zonder de FNV die 60 procent van de leden binnen de sector vertegenwoordigt, neem je veel risico", zegt Grapperhaus.

“Er kan arbeidsonrust ontstaan”
De Beer

Daarbij brengt deze vete ook schade toe aan de overlegeconomie zoals we die al jaren kennen in Nederland. "Het polderen is iets heel wezenlijks in Nederland. Dat is niet alleen iets van na de Tweede Wereldoorlog. Er werd in de twaalfde eeuw al samengewerkt door alle standen en geloven binnen de samenleving om het water gezamenlijk te lijf te gaan. Overleggen zit in de genen van de mensen die hier wonen."

Bovendien mag de overheid zich wat Grapperhaus betreft prijzen met het huidige vakbondsklimaat zoals wij dat kennen. "In Frankrijk zijn veel minder mensen aangesloten bij een vakbond, maar wordt er veel vaker gestaakt. Nederland heeft wat dat betreft rustige vakbonden met matige looneisen."

Relatie bekoeld

De onenigheid over het loonakkoord heeft de relatie tussen FNV en CNV de laatste weken behoorlijk bekoeld. Zo wordt er gesteggeld over de interpretatie van een convenant uit 1996 dat is ondertekend door de vier vakcentrales. Daarin wordt bepaald wanneer afspraken binnen de publieke sector rechtsgeldig zijn.

Door twintig jaar na dato opeens te morren over de precieze uitleg, toont de FNV zich een slechte verliezer, vindt het CNV.

En door vraagtekens te zetten bij de opkomst van de ledenraadpleging van het CNV, maakt de grootste vakbond van Nederland zich even min geliefd bij zijn collega's.

Geen breuk

Maar het is volgens De Beer te vroeg om nu al te spreken van een structurele breuk tussen de twee organisaties. De vakbonden zitten namelijk bij veel andere dossiers wel op een lijn, zoals het loonconflict bij V&D.

“De polder bestaat niet uit kleffe achterkamertjes waarin voor de economie slechte handjeklap plaatsvindt”
Grapperhaus

"Op zich is het niet heel gek dat vakbonden niet altijd gezamenlijk optrekken bij de totstandkoming van een nieuwe cao, dat gebeurt wel vaker", zegt De Beer. Maar de situatie kan wel escaleren, denkt hij.

"Als de ambtenaren-cao's definitief zijn afgesloten en de FNV acties voert tegen die afspraken, kan er arbeidsonrust ontstaan. Dat is nu juist de reden voor werkgevers om afspraken met de bonden te maken: om te zorgen voor rust in de tent."

Goed uitpakken

Grapperhaus denkt dat een clash tussen de bonden juist goed zal uitpakken. "Doordat de partijen nu tegenover elkaar staan, zie je dat de polder helemaal niet bestaat uit kleffe achterkamertjes waarin voor de economie slechte handjeklap plaatsvindt, zoals premier Rutte ooit zei toen hij nog staatssecretaris was."

“Overheid moet zijn uiterste best doen om dit op te lossen”
Grapperhaus

Daarbij gaat het nu ook echt ergens over, vindt hij. "De ambtenaren krijgen met dit loonakkoord voor een belangrijk deel een sigaar uit eigen doos voorgeschoteld zoals de FNV ook zegt. Het gaat wel om mensen die maatschappelijk belangrijk werk doen zoals politieagenten, docenten en ambulancepersoneel. De overheid moet zijn uiterste best doen om dit op te lossen. Ongeacht wie het kort geding wint."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend