COLUMN - Ik doe niet aan beleggen. Sinds ik ooit dolenthousiast mijn allereerste zuurverdiende cabaretcentjes op een IceSave-rekening parkeerde, weet ik gewoon heel erg zeker dat ik dingen met geld beter aan anderen kan overlaten. 

Door Pieter Derks

Ik zou zo'n belegger zijn die eerst lekker goedkoop Griekse staatsobligaties inslaat, daarmee de helft van z'n geld ziet verdampen, dan maar besluit de andere helft in te wisselen voor Chinese Yuans en daar vervolgens aandelen Imtech mee koopt. Ik snap er te weinig van.

Maar als ik op dit moment dan toch ergens mijn geld in zou moeten stoppen zou ik het wel weten: alles in de hekken. Vergeet olie, vergeet goud, vergeet single malt whisky, vergeet hipsterige start-ups. Hekken zijn bezig aan een onwaarschijnlijke comeback.

Het dipje waar de Europese hekkenmarkt sinds 1989 in zat lijkt nu dan toch eindelijk ten einde te komen. In Hongarije zijn ze bezig de hele grens te behekken, in Calais wordt ook al aardig afgerasterd, en in Duitsland kan het ook niet lang meer duren voordat er maatregelen worden genomen. Al sluit ik niet uit dat ze het daar wat drastischer aanpakken. Dit zou zomaar eens het jaar kunnen worden waarin eindelijk weer eens een Duitse politicus over een muur durft te beginnen.

“Het is inmiddels een wereldwijde traditie: als je het niet meer weet, plaats je een hek.”

Niet dat het helpt. Een hek is het internationale symbool van machteloosheid. Het is inmiddels een wereldwijde traditie: als je het niet meer weet, plaats je een hek. Zo hoopt Amerika de Mexicanen buiten te houden, en Israël de Palestijnen, en Noord-Korea de Zuid-Koreanen. Of andersom. En dat buiten houden lukt eigenlijk maar zelden.

De Korea's bijvoorbeeld beschikken over een verdomd puik hekje precies op de erfscheiding, maar ze weten elkaar nog steeds gewoon tot op het bot te irriteren. Zo heeft Zuid-Korea luidsprekers langs de grens gezet, waarmee het op vol volume dingen richting het noorden slingert. Gewoon om ze te sarren. Propaganda, anti-communistische boodschappen, de drie uur durende albumversie van Gangnam Style, dat werk.

Daar raakte Noord-Korea dan weer zó chagrijnig van dat het besloot zo'n luidspreker aan te vallen. Het idee alleen al: een groepje ernstig kijkende Noord-Koreaanse soldaten, die hun raketwerper laden om een speaker van een statief te schieten.

En het allerergste was nog: toen de kruitdampen waren opgetrokken bleek de speaker ongedeerd. Mis. Best wel gênant. De Zuid-Koreaanse commandant greep meteen de microfoon om het ze in te wrijven: "Mis! Haha! Jullie raken nog minder dan Ajax in de Champions League! Er gaat meer dreiging uit van een hijskraan uit Alphen dan van jullie leger! Hihi!"

“Er zijn oorlogen om minder begonnen.”

Misschien is dat nog wel het ergste aan hekken en grenzen: ze verdelen de wereld. Ze maken verschil. Ze suggereren dat de vluchtelingen buiten het hek anders zijn dan de Europeanen er binnen. En mensen hébben al zo'n sterke neiging elkaar in groepjes in te delen.

Deze week ging op Twitter een kaartje van Nederland rond met de grens tussen mensen die 'patat' zeggen (boven de rivieren) en mensen die 'friet' zeggen (onder de rivieren). Het leidde tot verhitte discussies. Geinig, maar ook levensgevaarlijk natuurlijk. Er zijn oorlogen om minder begonnen.

De volgende stap is dat iemand bij de rivieren een ludiek bordje plaatst met 'welkom in frietland'. Vervolgens worden mensen die boven de rivieren om friet vragen niet meer geholpen. Dan besluit McDonalds in het ene gebied Franse Frietjes en in het andere Parijse Patatjes te verkopen, om geen klanten voor het hoofd te stoten.

Langzaam ontstaat het idee dat er twee soorten mensen zijn: de patatisten en de frietiten. Dan wordt er op een dag een Brabander vermoord in Amsterdam, en zeggen de frietiten: "Zie je wel, patatisten zijn allemaal criminelen!", waarop er een hek wordt geplaatst om ze buiten de deur te houden. De grenzen gaan dicht.

Dan blijkt de werkloosheid in het zuiden heel hard op te lopen, waardoor frietiten proberen naar het noorden te vluchten, waar ze in de gaten worden gehouden door de geheime dienst, die in snackbars alle bestellingen afluistert om de zogeheten frietfluisteraars te ontmaskeren. Er worden er een paar gevangen gezet, er ontstaat een diplomatieke rel, en voor je het weet rollen de tanks bij Zaltbommel de brug over voor een oorlog zonder uitjes.

“Het is te hopen dat ik ernaast zit, met mijn beleggingstip.”

Ik bedoel maar. Hekken maken het meestal alleen maar erger. Dus het is te hopen dat ik ernaast zit, met mijn beleggingstip. Dat er iemand iets briljants bedenkt, zodat Europa níet vol hekken komt te staan. Dat iemand erin slaagt een oplossing te vinden waardoor we mensen níet hoeven in te delen in stopmzinnige categoriën als 'gelukzoekers' en 'échte vluchtelingen'.

Op dit moment ziet het er somber uit. Maar aan de andere kant: ik ben een hele slechte belegger. Daar put ik dan maar hoop uit.

Pieter Derks (30) is cabaretier en columnist. Op NUweekend duidt en verwerkt hij maandelijks het vele nieuws van de voorbije weken. 'Zodat we allemaal weer met een fris hoofd de nieuwe maand in kunnen.'