Achttien jaar lang was Evert Jansen dé typische inbreker: drugsverslaafd, continu in geldnood en meerdere keren opgepakt. Samen met NU.nl bekeek hij hoe inbrekers in Nederland te werk gaan.

De 52-jarige ex-inbreker begon in 1980 met inbreken vanwege een verslaving aan drugs en tekort aan geld. In 1998 keerde hij zijn leven om, ging in therapie en raakte hij weer op het rechte pad. Sinds 2007 geeft hij via de Stichting Veiligheid en Preventie voorlichting over inbraakpreventie.

NU.nl verzamelde ruim een jaar lang inbraakgegevens die op de website van de politie worden weergegeven. Jansen herkent veel van zijn eigen oude werkwijze in de regio’s waar veel wordt ingebroken. Hoe gaan Nederlandse inbrekers te werk?

Daders komen vaak uit de eigen wijk

Volgens Jansen hoef je na een woninginbraak niet direct aan Poolse of Bulgaarse inbrekers te denken. "Tegenwoordig wijzen we gelijk naar die mensen, maar vaak is het gewoon iemand uit je eigen wijk." Het typische werkgebied van een inbreker is volgens hem vaak een kilometer rondom het eigen huis.

Zijn eigen werkgebied in de jaren 80 en 90 bestond uit enkele dorpen in Drenthe. "Ik ging niet helemaal naar Groningen. Nee joh, ik bleef lekker in mijn eigen buurt. En zodra ik daar te bekend werd, ging ik naar de buurt of het dorp daarnaast."

Het werkterrein is daarnaast soms netjes verdeeld onder meerdere inbrekers, zegt Jansen. "Sommige inbreker kennen elkaar van de verslaafdenopvang. Ze vertellen over de inbraken die ze hebben gepleegd. Dan gaan ze daarna niet in elkaars wijk aan de slag."

De opkomst van de gelegenheidsinbreker

Er zijn twee soorten inbrekers, zegt Jansen. Allereerst de professionelen, die een inbraak dagen van tevoren plannen en met zwaar gereedschap op pad gaan om zoveel mogelijk buit te maken. Maar de tweede soort - de gelegenheidsinbreker - is volgens hem momenteel in opkomst.

De ex-inbreker en -verslaafde kan het weten: hij was zelf achttien jaar lang de typische gelegenheidsinbreker. "Diep van binnen weet je dat je een lieve jongen bent, maar je wordt een slechte jongen van de heroïne en cocaïne. Je kijkt altijd over je schouder om te kijken of de politie achter je aan zit. Dat is geen fijn gevoel om zo wakker te worden."

“Deze gasten nemen wat basisgereedschap mee en besluiten op straat waar ze wel of niet naar binnen gaan”
Evert Jansen

Gelegenheidsinbrekers zijn volgens hem van hetzelfde laken een pak. "Het zijn jongens die verslaafd zijn, zich vervelen of kicken op geld omdat hun vrienden dat ook hebben. Ze pakken een auto, rijden door de wijk en kijken waar ze een kraakje kunnen zetten."

Kleine details kunnen bepalen of deze personen een poging willen wagen. Een kliko in de buurt van een klapraam, post die half uit de brievenbus hangt of een slecht verlichte brandgang kunnen allemaal de doorslag geven. "Deze gasten nemen wat basisgereedschap mee en besluiten op straat waar ze wel of niet naar binnen gaan."

Inbrekers komen overal binnen als ze willen...

Jansen geeft bijna elke dag wel een presentatie over inbraakpreventie. Hij confronteert zijn publiek dan met foto’s van hun eigen wijk. 's Ochtends heeft hij een ronde gemaakt, waarbij hij altijd wel ergens ongemerkt binnen weet te komen. "Soms kost het me iets meer moeite, maar het lukt altijd. Het wordt inbrekers veel te makkelijk gemaakt."

Bewoners laten de sleutels bijvoorbeeld aan de binnenkant van de deur zitten. Ook let Jansen op bloempotten die verschoven zijn, omdat daar een sleutel onder kan liggen. De schuurdeur staat vaak open, waardoor een ladder binnen handbereik is. Of de achterdeur is gewoon open, omdat ouders hun kinderen snel naar school brengen.

Dat betekent ook dat als je die eenvoudige fouten niet maakt, een gelegenheidsinbreker al snel wordt ontmoedigd. "Dat kost teveel tijd", zegt Jansen. "Dan ga ik gewoon door naar de buren, totdat het ergens wel een keer lukt."

... en worden zelden gepakt (maar dat maakt ook niet uit)

De enige manier om een inbreker aan te houden, is hem op heterdaad te betrappen. Achteraf lukt het volgens Jansen zelden om de dader te vinden. "Dan hoor je buurtgenoten wel zeggen dat ze een verdacht persoon hebben gezien. Gemiddeld postuur, onopvallend gekleed, dat soort beschrijvingen. Daar pak je niemand mee op."

Maar als dat wel gebeurt, heeft een celstraf volgens Jansen niet zoveel nut. "Ik heb zelf drie keer een jaar lang vastgezeten. Het enige wat ik daar leerde, waren nieuwe technieken om in te breken." Jansen zag zichzelf en bekenden weer in het oude gedrag vervallen door drugsverslaving en geldgebrek.

“In de dorpen zijn mensen nog alert naar elkaar. Ze spreken elkaar aan als je een ladder buiten laat staan”
Evert Jansen

De oplossing: meer sociale controle

Maar de beste oplossing tegen woninginbraak kost niets: meer sociale controle. Jansen vindt dat de huidige maatschappij op dit moment teveel in zichzelf is gekeerd. "Mensen spreken elkaar bijna niet meer aan."

In veel dorpen is de sociale controle nog wel heel sterk aanwezig. Dat blijkt ook uit de gegevens van NU.nl. De inbraakgevoeligheid is het laagst in de kleine dorpen, waar de meeste sociale cohesie aanwezig is.

"In de dorpen zijn mensen nog alert naar elkaar. Ze spreken elkaar aan als je een ladder buiten laat staan, of als een vreemd persoon achter het huis loopt."

De gelegenheidsinbrekers worden volgens Jansen al afgeschrikt als ze worden gegroet. "Dan zijn ze niet langer onopgemerkt. Volgens mij is dat ook de enige oplossing voor woninginbraak."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend