De internationale gemeenschap en mensenrechtenorganisaties vrezen voor escalatie van het geweld in Burundi. Wat is er precies aan de hand in het Afrikaanse land?

Het geweld in Burundi ontstaat in de aanloop naar de verkiezingen.

De autoritaire president Pierre Nkurunziza, die het land sinds 2005 regeert, stelt zichzelf verkiesbaar voor een derde termijn. In Burundi mag een president slechts twee termijnen dienen.

Een gerechtshof in Burundi keurde het kandidaatschap van Nkurunziza goed, maar kwam waarschijnlijk onder druk tot die uitspraak. Een van de zeven rechters weigerde akkoord te gaan met de conclusie van het hof. 

Burgers in de hoofdstad Bujumbura protesteerden massaal, en de politie schoot met scherp. Zeker twintig mensen zijn omgekomen. Honderden betogers werden gearresteerd. 

Een staatsgreep werd afgeslagen.

Enkele hoge generalen stelden de president en zijn grondwetsschending niet langer te steunen. Het leger omsingelde een kantoor van de staatsomroep, maar een staatsgreep werd afgeslagen.

Drie generaals, waaronder een oud-minister van Defensie, zijn gearresteerd. De leider van het complot, generaal-majoor Godefroid Niyombare, is nog voortvluchtig. 

President Nkurunziza heeft na de afgeslagen staatsgreep een korte verklaring afgelegd bij het presidentieel paleis in Bujumbura. Hij zegt zich vooral zorgen te maken over de Somalische terreurbeweging al-Shabaab: "Ofwel ben ik aan de macht, of al-Shabaab", aldus de president. 

Burundi is een van de landen dat troepen levert aan een missie van de Afrikaanse Unie in Somalië die de terreurgroep bestrijdt. Al-Shabaab voerde eerder vergeldingsaanvallen uit in Kenia en Uganda.

Nkurunziza stelde de verkiezingen uit tot 2 juni, en vervolgens tot 11 juli. 

Etnische verschillen dreigen een rol te gaan spelen.

Ongeveer 85 procent van de inwoners van Burundi is Hutu, en 15 procent Tutsi. The Guardian houdt er rekening mee dat het geweld escaleert: "groeiende politieke instabiliteit wakkert de oude vijandigheden tussen Burundi’s Hutu-meerderheid en de Tutsi-minderheid aan", schrijft buitenlandexpert Simon Tisdall in de Britse krant. 

President Nkurunziza is zelf een voormalig Hutu-rebellenleider. Zijn vader werd in 1972 gedood in een bloedbad waarbij veel Hutu's omkwamen. Nkurunziza is zeer gelovig, en presenteert zichzelf als een man van het platteland. Daar is hij geliefd, maar in de hoofdstad Bujumbura heeft Nkurunziza veel tegenstanders. 

De VN waarschuwde vorig jaar al dat de regering haar achterban, waaronder de jeugdtak Imbonerakure, voorziet van wapens in de aanloop naar de verkiezingen. Imbonerakure wordt in verband gebracht met het intimideren van Tutsi’s. Amnesty signaleert ook dat tegengeluiden in groeiende mate worden onderdrukt.

HealthNet TPO, een NGO, waarschuwt echter voor 'etnitisering' van het conflict; volgens de NGO spelen de etnische tegenstellingen in het huidige conflict geen rol. "De kans op een verdere escalatie van het huidige geweld lijkt aanwezig. Dit hoeft echter niet te betekenen dat het zal resulteren in etnisch geweld", stelt de organisatie.  

Buurland Rwanda bekijkt de situatie in Burundi met argusogen.

De genocide van 1994 staat daar nog in het geheugen gegrift: meer dan 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s kwamen om.

Volgens Rwanda zijn al zeker 24.000 mensen, overwegend Tutsi’s, van Burundi naar Rwanda gevlucht. Rwanda vreest dat de onrust in Burundi wordt opgestookt door Hutu-rebellen die uit Rwanda en Congo vluchtten na 1994.

"We roepen de leiders van Burundi op alles op alles te zetten om de vrede te herstellen", sprak de minister van Buitenlandse Zaken van Rwanda recentelijk. 

Burundi is een land met grote problemen.

Weinig landen in Afrika zijn armer dan Burundi. Het land, met ongeveer tien miljoen inwoners, wordt geteisterd door voedselschaarste en gebrek aan schoon drinkwater. Tot 2005 woedde in Burundi een bloedige burgeroorlog, waarbij ongeveer 300.000 mensen het leven lieten.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend