Vrijheid van meningsuiting staat wereldwijd onder druk. Alle reden om daar dit weekeinde bij stil te staan tijdens het Festival van het Vrije Woord. Maar dat kan niet zonder een pakket strenge veiligheidsmaatregelen.

''Het is verdorie toch wat", zegt Leon Willems, directeur van Free Press Unlimited. Een avond over persvrijheid organiseren met zulke strenge en uitgebreide veiligheidsmaatregelen dat je je moet afvragen wat het vrije woord nog betekent.

Toch gebeurt dat op zaterdagavond in debatcentrum De Balie in Amsterdam tijdens het Festival van het Vrije Woord, aan de vooravond van de Internationale Dag van de Persvrijheid.

De Balie is die avond omgebouwd tot een zwaar beveiligde bunker met een streng toegangsregime. Bezoekers moeten zich legitimeren en langs detectiepoortjes.

Uit voorzorg worden er geen kaartjes aan de kassa verkocht, alleen in de voorverkoop en op naam. Tassen worden gecontroleerd, bezoekers moeten rekening houden met visitatie en screening. En er is een hoofdgast van wie de naam om veiligheidsredenen vooraf niet bekend wordt gemaakt.

Zijn zulke maatregelen normaal voor een festival dat juist het vrije woord wil uitdragen? Nee, dat is niet normaal, stelt De Balie met een uitroepteken.

''We willen het publiek ter plekke laten ervaren en laten zien wat het betekent om continu te worden beveiligd en onder druk te staan, zoals Edward Snowden, Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali. Het festival is een viering, maar ook een protest tegen de bedreiging ervan: een belegering van het vrije woord."

“Je kunt tegenwoordig geen debat voeren over persvrijheid zonder jezelf te beschermen.”

Bittere noodzaak

Met de veiligheidsmaatregelen wil de organisatie van het festival het publiek ook ''iets mee geven van de dreiging die journalisten in veel landen dagelijks ervaren’’.

Maar het is ook bittere noodzaak. Na de terreuraanslag op de redactie van Charlie Hebdo en de kogelregen in een café in Kopenhagen, gericht tegen een lezing van de Zweedse 'anti-Mohammed’-cartoonist Lars Vilks, bleek maar weer "dat veiligheid ook een heel serieus issue is", zegt Leon Willems van Free Press Unlimited, medeorganisator van het festival.

"Je kunt tegenwoordig geen debat voeren over persvrijheid zonder jezelf te beschermen. Wat dat betreft hebben we dit jaar al het nodige meegemaakt."

En er is juist nu alle reden om stil te staan bij het vrije woord, benadrukt Willems. Want wereldwijd is er vorig jaar sprake geweest van een ''ingrijpende verslechtering", zo blijkt uit de onlangs gepubliceerde persvrijheidmonitor van Reporters Sans Frontières (RSF, Verslaggevers Zonder Grenzen). Ruim vier op de vijf mensen leven in een land waar de vrijheid van meningsuiting onder druk staat of, erger, zelfs niet of nauwelijks bestaat.

Wat zorgwekkend is: het gaat niet alleen bergafwaarts in landen die traditioneel al onderaan de lijst van de persvrijheidmonitor bungelen (Turkmenistan, Noord-Korea en Eritrea).

Ook in grote delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten is van onafhankelijke informatie geen sprake meer. En dichterbij huis: op de Balkan wordt het vrije woord ook in snel tempo aan banden gelegd. ''De persvrijheid is op alle continenten in gevaar", waarschuwt RSF somber. 

Persvrijheid nog nooit zo laag

Het Amerikaanse Freedom House, een organisatie die onderzoek doet naar politieke vrijheid en mensenrechten, stelt ook dat de gemiddelde globale persvrijheid in 10 jaar niet zo laag is geweest. Zorgwekkend is volgens Freedom House bovendien dat de situatie over de hele linie snel verslechtert.

En ook Reporters Sans Frontières constateert dat in 2014 in twee op de drie landen de persvrijheid is afgenomen; er werden in totaal 3719 schendingen van de vrijheid van informatie geteld, 8 procent meer dan het jaar daarvoor. 

Vorig jaar zijn minstens zestig journalisten tijdens hun werk om het leven gekomen. Bijna de helft was een bewust doelwit, onderzocht het Committee to Protect Journalists (CPJ).

Ook het CPJ constateert wereldwijd een verslechtering: de laatste drie jaren waren de meest dodelijke voor journalisten sinds het bijna een kwart eeuw geleden, in 1992, met de 'dodentelling’ begon. Het lijstje van 2014 is bovendien nog niet compleet. Het CPJ onderzoekt nog twintig gevallen waarbij een journalist om het leven kwam.

“Journalisten zijn een strategisch doel.”
RSF

Voor een deel zijn deze dodelijke jaren te verklaren door de recente militaire conflicten en oorlogen in onder meer Gaza, Oekraïne, Irak en vooral Syrië. Sinds dat laatste land in 2011 uiteenviel en daarna werd geconfronteerd met de opmars van terreurbeweging Islamitische Staat (IS), sneuvelden er zo’n tachtig journalisten.

Syrië heeft ook de twijfelachtige eer van de meest gruwelijke moorden, met de (gefilmde) onthoofdingen door IS van de Amerikanen James Foley en Steven Sotloff en de Japanner Kenji Goto. ''Journalisten zijn een strategisch doel. Ze worden aangevallen of het zwijgen opgelegd", constateert RSF.

Maar de oorlogsgebieden en bananenrepublieken zijn niet de enige oorzaak, stelt Leon Willems van Free Press Unlimited vast. ''Dat Turkmenistan niet deugt, dat weten we wel. Maar het gebeurt ook dichtbij, in Europa." 

Zo is in 39 landen, blijkt uit onderzoek van Freedom House, de afgelopen jaren de wetgeving over internet aangescherpt; de meest ingrijpende wijzigingen gebeurden niet in usual suspect China, maar in Groot-Brittannië, aldus Willems. 

In het bijna failliete Griekenland wordt een journalist vervolgd omdat hij een lijst met namen van zwartspaarders bij een Zwitserse bank publiceerde (een lijst die de Griekse regering al had gekregen maar geheim zou hebben gehouden), Portugal wil kranten opleggen hoe ze verslag moeten doen van de verkiezingen. Het zijn geen zaken die op zichzelf staan, zegt Willems.

''Er is al jaren een negatieve trend. En uit angst voor een politieke rel, wordt er binnen de EU niet corrigerend opgetreden.’’

Terreurdreiging als rechtvaardiging persbreidel

En dan is er altijd de dreiging van een nieuwe terreuraanslag die persbreidel rechtvaardigt, stelt Willems. In deze ''oorlog tussen veiligheid en vrijheid van meningsuiting" worden journalisten door hun (niet zelden democratisch gekozen) regering steeds vaker geïntimideerd, soms zelfs vervolgd, en meer en meer doen journalisten aan zelfcensuur.

Een dodelijk proces, vindt Willems. ''De kern van de journalistiek is het vrijmoedig faciliteren van het debat. Als dat niet meer kan, verliezen we als samenleving."

En hoe staat het met de persvrijheid in Nederland zelf? De Scandinavische landen komen in het algemeen als beste uit de bus. De top 3 wordt gevormd door Finland, Denemarken en Noorwegen. Nederland volgt op plaats 4, net voor Zweden. Geen aanleiding dus om de stormvlag te hijsen, vindt Leon Willems.

Maar Nederland daalt wél, zowel in de index van Freedom House als in de monitor van Reporters Sans Frontières. Eén van de oorzaken is de mediacode van de Rijksvoorlichtingsdienst voor berichtgeving over het koninklijk huis. Die code wordt gezien als een belemmering van de persvrijheid.

Willems: ''Ik ben er ook niet voor dat honderd fotografen rond het hockeyveld staan als Amalia een wedstrijdje speelt. Maar ik zie veel liever dat de media zichzelf een ethische code opleggen, en niet de Rijksvoorlichtingsdienst. Want hoezo heeft de overheid daar iets over te zeggen?"

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend