Waarom Nederlandse televisieproducenten zo gewild zijn

De bedrijven stonden in de rij om Talpa van John de Mol over te nemen, het Britse ITV trok deze week aan het langste eind. Een jaar eerder werd Eyeworks van Reinout Oerlemans al door de Amerikaanse mediagigant Time Warner ingelijfd.

Wat maakt Nederlandse productiebedrijven zo gewild?

"Het simpele antwoord is: ze zijn goed", zegt Maarten Reesink, docent mediacultuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Uiteindelijk wist het Britse ITV de juiste toon aan te slaan bij De Mol, zo werd donderdag bekendgemaakt. Voor zijn Talpa wordt in ieder geval 500 miljoen euro neergelegd, dat bedrag kan afhankelijk van de prestaties oplopen tot 1,1 miljard. Rond de overname van Eyeworks werden geen bedragen genoemd.

De docent weet dat achter het goede werk een veel uitgebreider verhaal zit. "Je kunt Nederlanders van alles op televisie laten doen, kijk maar naar realityprogramma's zoals Big Brother en Utopia. De kijker vindt het al snel prima."

1: Tolerantie

Een tolerante cultuur zonder al te veel taboes is blijkbaar een vruchtbare voedingsbodem om nieuwe televisieformats op los te laten. En dat gebeurt regelmatig, alleen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk produceren wereldwijd meer programma's. Maar het succes kent ook een praktisch aspect.

"Nederland is een relatief kleine televisiemarkt met zeventien miljoen inwoners. Dat betekent dat programma's die hier worden bedacht goedkoop moeten zijn, want er staan beperkte inkomsten tegenover", zegt Reesink.

Als een productie dus in Nederland haalbaar is, kan dat gemakkelijk in grotere landen worden uitgerold, stelt de televisiekenner. Want de kosten blijven hetzelfde, er is nog steeds een studio nodig, en de inkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid alleen maar hoger uitvallen dan in Nederland.

Reesink: "Daarom zijn Nederlandse shows ook zo populair in Duitsland."

Een derde factor speelt ook een grote rol; talent. "Reinout Oerlemans, Joop van den Ende en John de Mol zijn natuurlijk briljante televisiemakers. Vooral De Mol is met zijn radicaal nieuwe ideeën een genie", zegt Reesink.

2: Creativiteit

Peter Lubbers, directeur bij SBS Broadcasting, beaamt dat televisieminnend Nederland veel aan hen te danken heeft, maar vindt wel dat de kleinere productiehuizen tekort worden gedaan door vooral op die drie mannen te focussen.

Lubbers: "Creativiteit is hier als professie goed ontwikkeld. Dat gaat veel verder dan enkel het bedenken van een goed idee. Het moeilijkste is de fase erna: de financiering en het maken van een programma. De samenhang van die twee processen zit goed in elkaar in Nederland."

Lubbers, sinds dit jaar binnen SBS verantwoordelijk voor de zenders SBS6, Net5, Veronica en SBS9, noemt Nederlandse producenten creatief en commercieel. Een zeldzame combinatie, vindt hij.

3: Durf

Daarnaast is er ook de durf om te experimenteren. "Zowel bij de publieke als bij de commerciële zenders is er lef. Kijk naar Adam zoekt Eva, een programma waarin twee singles naakt voor het eerst met elkaar gaan daten. Dat is echt gedurfd, daar zitten risico's aan. Dat geldt ook voor het realityprogramma Utopia."

Een publiek dat veel pikt van zijn televisiemakers en producenten die het publiek voorzien van de nodige gedurfde programma's, dat werkt elkaar ook mooi in de hand, zegt UvA-docent Reesink.

Het is volgens hem ook die vernieuwende en gedurfde geest die heeft geleid tot de verkoop van Talpa aan ITV. "Om uiteindelijk aan het verkoopbedrag van 1,1 miljard euro te komen, moet De Mol tot en met 2022 bij het bedrijf blijven. De Britten hopen natuurlijk dat er zo om de paar jaar een succesvol format wordt bedacht waaraan zij geld kunnen verdienen."

Er bestaat geen vrees dat het talent weglekt nu twee grote spelers in buitenlandse handen zijn. "Het nadeel is dat de winst naar het buitenland gaat, maar de mensen die de formats bedenken en uitvoeren, blijven keurig in Hilversum zitten", aldus Reesink.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:

NUshop

Tip de redactie