Geen consument ligt wakker van de dagelijkse berichten dat de euro ten opzichte van de dollar of de pond, wéér in waarde gedaald is. Ze merken er niets van. 

Het karretje boodschappen bij de supermarkt kost precies hetzelfde als voorheen, het salaris is niet minder waard dan in de jaren dat we een sterke euro hadden.

​Dat er iets gebeurt met de Europese munt, merken we straks pas in de vakantie. Niet als je naar een ander euroland gaat, naar België, Duitsland of Frankrijk, waar ze dezelfde munt hebben. Maar wel als je kiest voor een weekje New York, Londen, Kopenhagen, om van een vakantie aan een mooi Zwitsers meer maar niet te spreken.

Daar merk je dat je voor de dollars, de ponden of de franken 30 tot 40 procent meer moet betalen dan vijf jaar geleden. Het is duidelijk dat de Nederlandse toeristen daar de tol voor de zwakke euro gaan betalen.

Oorzaak van de lage koers van de euro is niet eens zozeer een weerspiegeling van de zwakke economie van de eurolanden.

De daling heeft direct te maken met het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), die miljarden euro’s toevoegt aan de hoeveelheid die er al is. Daardoor daalt de waarde ervan, net als bij tomaten als er in het hoogseizoen heel veel aanbod is.

De ECB brengt het extra geld in omloop, in de hoop dat de gewone handelsbanken dan wat gemakkelijker geld gaan uitlenen aan kansrijke ondernemingen. Daardoor zouden economie en werkgelegenheid weer kunnen gaan groeien.

Hordeloop

Monetair econoom dr. Casper de Vries van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, noemt de geldverruiming 'een hordeloop van de grote economische machten'. 

''De Verenigde Staten zijn begonnen met het verruimen van hun geldhoeveelheid. Daarna volgden de Britten en de Japanners. Het heeft allemaal tot gevolg gehad dat hun munten in waarde zijn gedaald. Als laatste is nu Europa begonnen. Het is een wedstrijdje 'wie heeft de goedkoopste munt' geworden. Want een goedkope munt kan de economie van het eigen land natuurlijk een impuls geven."

Hoogleraar De Vries is ervan overtuigd  dat de lage prijs van de olie en de lage eurokoers, de belangrijkste redenen zijn dat de economie in de eurolanden verbetering vertoont. 

"De crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstond toen landen de vrije handel aan banden legden door hoge invoerrechten op te leggen of te verhogen. Maar eigenlijk gebeurt er nu precies hetzelfde, al is het in een nieuw jasje. Zorg ervoor dat je eigen munt zo min mogelijk waard is en je producten worden goedkoper dan die van de concurrent. Dat helpt een bepaalde periode, maar uiteindelijk zal de echte economie, dus de bedrijven,  voor duurzame groei moeten zorgen."

Voordelen

De voordelen van een 'goedkope' munt liggen voor de hand. Nederlandse bedrijven die exporteren  zijn voor landen  met dure munten zoals de Verenigde Staten, Engeland of Zwitserland, goedkoper geworden. Dat scheelt soms tientallen procenten. 

Maar dit effect moet ook weer niet overschat worden. Volgens directeur Joost van Dam van de Nederlandse Export Combinatie (NEC) duurt het enige tijd voordat de goedkopere munt gaat doorwerken in de exportcijfers.

"Het zal best een effect hebben, maar voorlopig is dat beperkt. Vergeet niet dat exporterende bedrijven grondstoffen of onderdelen moet kopen. Die zijn misschien weer in dollars of ponden en dus duurder. Ook is het lang niet altijd zo dat Nederlandse bedrijven in het buitenland alleen op prijs concurreren. Veel innovatieve ondernemingen doen dat op basis van kwaliteit, waarbij de prijs een niet alles bepalende rol speelt."

Bovendien gaat de bulk van de Nederlandse export helemaal niet naar Amerika of andere landen die de euro niet hebben. Op de eerste plaats komt Duitsland en op de tweede België. Die landen samen nemen al de helft van onze export voor hun rekening.

De Verenigde Staten komt pas op de zesde plaats en China zelfs pas op de tiende, gelijk met landen als Zweden en Polen. Export naar bestemmingen als Zuid-Korea, Singapore of Japan ligt nog onder die naar Denemarken, Noorwegen of Finland.

Nadelen

Ook de nadelen van de zwakke euro liggen voor de hand. De import van goederen wordt duurder. Dan koop je ze niet, zou je zeggen, maar dat kan natuurlijk niet altijd. Olie is zo’n onmisbaar product.

Die is weliswaar sterk in prijs gedaald, maar door de zwakke euro lopen we 20 procent van die daling mis. Andere belangrijke  importproducten zijn bijvoorbeeld mobieltjes, tablets, Amerikaanse wijn, horloges, landbouwproducten,  auto’s,  of medicijnen. Zij worden duurder.

Net als zoveel andere Nederlandse economen gelooft Casper de Vries er niet in dat de Europese Centrale Bank met zijn beleid om tientallen miljarden in het financieel systeem te pompen, de echte economie met kredietverlening aan het bedrijfsleven, op gang zal brengen.

"Om de economie echt te versterken, blijven hervormingen in de eurolanden noodzakelijk. Dus minder overheidsuitgaven, meer prikkels om langer en efficiënter te gaan werken. Dat geldt ook voor landen als Frankrijk en Italië.  Nu is er een situatie dat de politiek staat te kijken hoe de Europese Centrale Bank de problemen tracht op te lossen. Op den duur werkt dat niet."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend