Dit weekend vindt in Calgary voor veel Nederlanders het hoogtepunt van het schaatsjaar plaats: het WK allround. Mondiaal gezien ligt dat anders. 

Erik Bouwman liep begin februari met een grote glimlach over het middenterrein van de schaatshal in het Noorse Hamar. Zijn pupil Cheol-Min Kim had zich zojuist bij wereldbekerwedstrijden geplaatst voor het WK allround en de Nederlandse bondscoach van Zuid-Korea wilde zijn vreugde delen.

"Ik ging heel enthousiast naar hem toe", herinnert Bouwman zich een maand later aan de rand van de Olympic Oval in Calgary. "'Je mag naar Calgary, naar het WK allround', zei ik. 'Oh, shit', was zijn eerste reactie."

“WK allround is gewoon een nietszeggend toernooi voor de Koreanen, het telt niet.”
Erik Bouwman

De voormalig bondscoach van Jong Oranje is een exponent van de Nederlandse schaatscultuur en wist dus niet beter dan dat allrounden het summum is. Sinds afgelopen zomer werkt hij echter in Zuid-Korea - met vier olympische titels bij de laatste twee Winterspelen geen klein schaatsland - en daar werkt het heel anders.

"Wij roepen heel vaak dat allrounden alleen in Nederland groot is", aldus Bouwman. "Nu kom ik er in een grote schaatscultuur achter dat dit deels klopt. Ik dacht ook: ik krijg ze er heus wel enthousiast over. Maar het WK allround is gewoon een nietszeggend toernooi voor de Koreanen, het telt niet."

Nederlands feestje

Het WK allround is al tijden vooral een Nederlands feestje. In de afgelopen twintig jaar werd er na het mannentoernooi maar vier keer níét het Wilhelmus gespeeld, terwijl bij de vrouwen zeven van de twintig wereldtitels naar een Oranje-schaatsster gingen. In totaal verdeelden slechts elf landen alle medailles in de laatste twee decennia. Komend weekeinde hebben de Nederlandse mannen in elk geval een concurrent in de Rus Denis Joeskov, die indruk maakte op de WK afstanden.

Interessanter maken

De vaak conservatieve internationale schaatsbond ISU presenteerde vorig jaar juni een mogelijke oplossing om het allrounden voor meer schaatsers interessant te maken. Vanaf het EK in het seizoen 2016-2017 moet zowel bij de mannen als bij de vrouwen de langste afstand worden ingeruild voor de 1000 meter.

Hierdoor ontstaat er een 'mini-vierkamp', met de 500, 1000, 1500 en 5000 meter als afstanden bij de mannen en de 500, 1000, 1500 en 3000 meter bij de vrouwen. Deze veranderingen, een voorstel dat ingediend werd door de Poolse en Nederlandse schaatsbonden, moeten bij het volgende ISU-congres in 2016 nog worden bevestigd.

"Je maakt het EK zo voor zowel meer landen, sporters als fans aantrekkelijker, want het allround-onderdeel wordt spannender", legde Arie Koops, directeur sport van de KNSB, uit waarom de Nederlandse schaatsbond zich hard had gemaakt voor dit voorstel.

"Het zal allemaal wat dichter op elkaar zitten omdat je kortere wedstrijden gaat krijgen", voorspelt Bart Veldkamp, de coach van onder anderen de Belg Bart Swings. "Het zal ongetwijfeld een aantal landen enthousiaster maken."

Verboden

Denny Morrison glimlacht even als de vraag hem wordt gesteld. "Of ik was gestart als het WK dit jaar niet in Calgary was geweest? Waarschijnlijk niet."

De 29-jarige Canadees, viervoudig olympisch medaillewinnaar en negen jaar geleden vijfde bij het WK allround in Calgary, deed in 2009 voor het laatst mee aan het mondiale titeltoernooi over de grote vierkamp.

"Ik heb Denny de laatste jaren verboden om het WK allround te rijden", legt zijn Nederlandse coach Bart Schouten uit. "Ik wilde niet dat hij een 10 kilometer zou rijden voordat hij de 1000 meter reed bij de WK afstanden."

Het tekent de hiërarchie in het Canadese schaatsen; de afstandskampioenschappen zijn verreweg het belangrijkst omdat de prestaties bij dat toernooi volledig bepalen hoeveel subsidie de schaatsbond vanuit de Canadese regering ontvangt, een situatie die vergelijkbaar is met veel andere landen.

"Niemand in Canada traint voor het allrounden", zegt Schouten. "Alles draait om de Olympische Spelen en de WK afstanden. Het WK allround is voor de Canadese schaatsers echt een extraatje."

Olympische sport

Dat is een opvatting die volledig haaks staat op hoe allroundtoppers worden opgevoed in de Nederlandse schaatscultuur.

Twee maanden geleden nog keken 1,62 miljoen Nederlanders naar de ontknoping van het EK allround in het Russische Tsjeljabinsk, waar Sven Kramer op de 10 kilometer Koen Verweij voorbij ging in het klassement en zo zijn zevende Europese titel veroverde.

Maar ook in andere 'traditionele' schaatslanden in Europa, met Noorwegen en Rusland voorop, heeft het allrounden nog steeds zeer veel aanzien en is het WK allround net zo belangrijk, of belangrijker, dan de WK afstanden.

Om ook buiten Europa voor elkaar te krijgen dat allrounden dezelfde status krijgt als de individuele afstanden, lijkt er eigenlijk maar één oplossing mogelijk.

"Als je van allrounden iets wil maken, dan moet je het olympisch maken", zegt Veldkamp. "Dan maakt het ook niet uit welke vier afstanden je doet. Het schaatsen had eigenlijk al een allroundtoernooi moeten hebben op de Olympische Spelen."

Twee jaar geleden deed Ireen Wüst in een open brief aan de Italiaanse ISU-voorzitter Ottavio Cinquanta een oproep om allrounden olympisch te maken, maar de internationale schaatsbond maakte direct duidelijk dat de vijfvoudig wereldkampioene op korte termijn weinig hoefde te verwachten. Het onderwerp haalde ook niet de agenda van het ISU-congres vorig jaar in Dublin.

'Skate Games'

In de Ierse hoofdstad werd er wel gepraat - maar geen beslissing genomen - over het mogelijk invoeren van de 'Skate Games'. Volgens dit plan van oud-olympisch kampioen Ard Schenk zou eens in de vier jaar - tussen twee Winterspelen in - een gecombineerd wereldkampioenschap van alle sporten van de ISU moeten plaatsvinden.

Veldkamp: "Ik pleit al heel lang voor een schaatsweek, of 'ijstiendaagse', waar al het schaatsen van de ISU bij elkaar komt. Dan krijg je commercieel op den duur een heel sterk product en een hele duidelijke kalender die ook trainingstechnisch heel makkelijk te doen is."

Sowieso is er binnen de schaatswereld veel draagvlak om het aantal WK-weekenden drastisch in te perken. Het WK allround van dit weekend is na de WK afstanden en het WK sprint al het derde wereldkampioenschap in vier weken tijd.

De Noorse bondscoach Sondre Skarli zou dan ook graag zien dat er nog maar één 'wereldkampioenschap' per jaar is in het schaatsen. "Er kan dan één week komen waarin de WK's afstanden, sprint en allround worden samengevoegd. Er zijn nu te veel wereldkampioenschappen, de media en de toeschouwers kunnen het niet meer volgen." 

Maar zolang de ISU van zo’n rigoureuze wijziging geen werk maakt én het allrounden niet olympisch wordt, zal het WK allround slechts in een paar landen voor opwinding zorgen.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend