Ruim honderd jaar na de eerste Internationale Vrouwendag (8 maart) zijn Nederlandse mannen en vrouwen juridisch volkomen gelijk. Nu de praktijk nog. 

Brood en rozen; dat eisten duizenden textielarbeidsters meer dan een eeuw geleden in het Amerikaanse Massachusetts. Brood om te overleven, rozen als symbool voor de kwaliteit van leven. Ze protesteerden tegen barre werkomstandigheden in fabrieken en hun schamele salaris.

Deze massale vrouwenstaking was een belangrijke stap richting de eerste Internationale Vrouwendag drie jaar later. Op 8 maart 1911 vierde de wereld deze dag voor het eerst, met als doel gelijke rechten voor vrouwen en algemeen vrouwenkiesrecht.

"Nederland is wat emancipatie betreft enorm vooruit gegaan sinds de eerste Internationale Vrouwendag", zegt Renée Römkens, directeur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

"Maar we zijn er nog niet. Emancipatie loopt achter op gebieden als economie, politiek, geweld en diversiteit."

Mannen verdienen meer              

Inkomensgelijkheid is bijvoorbeeld nog niet gerealiseerd. Ook internationaal is dit een belangrijk thema. Niet voor niets vroeg actrice Patricia Arquette tijdens haar Oscarspeech eind februari aandacht voor het verschil in inkomen tussen mannen en vrouwen: "Het is tijd voor gelijke salarissen en gelijke rechten voor mannen en vrouwen in de Verenigde Staten."

Nederland doet het wat dat betreft beter dan de Verenigde Staten, maar minder goed dan veel andere Europese landen. De loonkloof tussen mannen en vrouwen is 16,9 procent per uur, iets hoger dan het Europees gemiddelde van 16,4 procent.

Dit is opvallend, omdat jonge vrouwen in Nederland aan het begin van hun carrière zelfs iets meer verdienen dan mannen van dezelfde leeftijd. Voor het eerst in de geschiedenis is het inkomen van mannen en vrouwen van begin dertig nagenoeg gelijk.

Maar tussen de dertig en de veertig jaar ontstaat het grote verschil: mannen maken carrière en vrouwen blijven achter. Ook is bijna de helft van de vrouwen niet economisch onafhankelijk. Wat gaat er verkeerd?

Vrouwen aan de top

"Na het krijgen van kinderen zien we dat veel vrouwen minder gaan werken of zelfs ontslag nemen", zegt Römkens. "Vrouwen zijn eerder dan mannen geneigd de zorgende rol op zich te nemen."

Ouders moeten volgens Römkens zelf verantwoordelijkheid nemen voor gedeelde kinderzorg, maar het helpt als werkgevers hierbij een ondersteunde rol spelen. "Als mannen parttime willen werken, stellen werkgevers zich vaak aarzelend op. Het is juist belangrijk dat zij een stimulerend beleid uitstralen."

Vooral in de bovenlaag van het bedrijfsleven domineren mannen: maar tien procent van de topbestuurders is vrouw. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ondernam actie en voerde onlangs een maatregel in om meer vrouwen aan de top te krijgen.

Minister Jet Bussemaker (OC&W) zorgde voor een databank met potentiele topvrouwen voor bedrijven. De minister was tevreden met de driehonderd aanmeldingen voor de databank. "Er werken genoeg mannen in de top van het bedrijfsleven. Deze lijst maakt direct een einde aan het excuus dat er niet genoeg vrouwen zouden zijn", zei Bussemaker eerder deze week.

De databank past in overheidsstreven dat van alle topbestuurders in 2016 dertig procent vrouw moet zijn. Met het huidige percentage van tien procent lijkt dit een ambitieus doel.

Ook in de politiek zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Waar in de Tweede Kamer nog redelijk veel vrouwen zitten (39 procent), loopt dit in gemeenteraden terug naar ongeveer een kwart. Ook zijn er weinig vrouwelijke burgemeesters: slechts één op de vijf.   

De man in de bosjes

Op politiek en economisch gebied is de man/vrouw verhouding dus nog niet gelijk. Naast Patricia Arquette liet ook zangeres Beyoncé zich horen over dit onderwerp. In december publiceerde de popster een essay waarin ze gelijkheid tussen mannen en vrouwen een 'mythe' noemt.

Ze legt hierin de nadruk op het belang van opvoeding: "We moeten onze jongens de regels van gelijkheid en respect leren, zodat als ze opgroeien gelijkheid voor hen vanzelfsprekend is." 

Vooral binnenshuis lopen vrouwen risico: één op de vijf Nederlandse vrouwen is ooit mishandeld door haar partner en één op de tien is ooit verkracht. "De dader is zelden de beruchte 'man in de bosjes'", zegt Atriadirecteur Römkens, "meestal wordt een vrouw verkracht door een bekende."

Geweld tegen vrouwen neemt door de jaren heen niet af. Een oplossing voor het probleem blijkt dan ook lastig. Volgens Römkens zijn bewustwordingscampagnes, onder andere op scholen, de beste methode om de kans op mishandeling te verkleinen. "Het is cruciaal dat kinderen op jonge leeftijd meekrijgen dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn."

Misschien kost het gewoon meer tijd voordat emancipatie op alle gebieden bereikt is. Volgens Römkens speelt tijd zeker een rol, maar er is meer nodig. "Het geen kwestie van geduldig afwachten, we moeten actief blijven en werken aan het tegengaan van ongelijke behandeling."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend