Lage opkomstcijfers, nederlagen voor PvdA en CDA en de PVV als populairste nieuwkomer: dit zijn de feiten van de Provinciale Statenverkiezingen in de afgelopen jaren. 

1. Meeste stemmen voor VVD..

Bij de vorige verkiezingen in 2011 kreeg de VVD de meeste stemmen, gevolgd door de PvdA en het CDA. Deze top drie is bijna gelijk aan de uitslag van de landelijke verkiezingen in 2012, alleen stond daar de PVV op de derde plek.

2. ..en verlies voor CDA en PvdA

De laatste 35 jaar presteerden de landelijke partijen wisselend: meestal streden de VVD, het CDA en de PvdA om de meeste zetels. Na de eeuwwisseling deden vooral CDA en PvdA het minder goed. VVD en D66 lieten ondanks een paar dalingen bij de laatste verkiezingen een stijgende lijn zien.   

3. VVD wint waar CDA verliest

Van de kiezers die het CDA de afgelopen jaren verloor, lijkt in Gelderland, Brabant en Limburg een deel te zijn overgestapt naar de VVD. 

4. Succes voor nieuwkomer PVV

Van de landelijke partijen deden de PVV en 50PLUS in 2011 beide voor het eerst mee. De Partij voor de Dieren doet sinds 2007 mee aan de Provinciale Statenverkiezingen. De nieuwkomers behaalden vier jaar geleden samen gemiddeld 16,7 procent van de stemmen. Ongeveer driekwart hiervan was voor de PVV. 

5. Lage opkomst

De opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen is al jaren laag. Bij de laatste vier verkiezingen kwam alleen in 2011 meer dan de helft van de kiesgerechtigden naar de stembus. 

Hiermee is de opkomst een stuk lager dan bij de Tweede Kamerverkiezingen, waar in 2012 bijna driekwart van de kiesgerechtigden hun stem uitbracht. 

6. Geen meerderheid Eerste Kamer

Bij de verkiezingen van 2011 haalde de toenmalige coalitie van VVD, CDA en gedoogpartner PVV met 37 van de 75 zetels geen meerderheid in de Eerste Kamer. 

De huidige coalitie van PvdA en VVD heeft met dertig zetels ook geen meerderheid en is daardoor afhankelijk van de steun van oppositiepartijen.

Bij de Provinciale Statenverkiezingen op 18 maart stemt u op volksvertegenwoordigers voor het bestuur van de provincie, die op hun beurt de leden van de Eerste Kamer kiezen.

Bij de verkiezingen zijn dit jaar 570 zetels te verdelen (566 in 2011). Naast landelijke partijen doen per provincie ook verschillende regionale partijen mee. 

*In de grafieken wordt onder ‘Christelijke Partijen’ een samenstelling van de volgende partijen verstaan: ChristenUnie, Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), Reformatorisch Politieke Federatie (RPF). Onder ‘Overig’ vallen alle provinciale partijen, deze verschillen per provincie door de jaren heen. Ook vallen hieronder kleinere partijen in de Eerste Kamer, zoals onder andere de Onafhankelijke Senaatsfractie, Communistische Partij Nederland (CPN) en de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP).

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend