Joris Luyendijk is zich rot geschrokken. Na twee jaar bloggen in de Londense City, het financiële hart van de wereld, is hij ervan overtuigd dat de sector ons weer regelrecht richting ravijn leidt.

"De schuldencrisis die begon in 2008 was slechts een symptoom van het dieperliggende probleem. En er is niets veranderd."

Luyendijk sprak tussen 2011 en 2013 met meer dan tweehonderd direct en indirect betrokkenen uit de financiële wereld voor The Guardian, de Britse krant die hem de gelegenheid bood zich onder te dompelen in de sector. 

Die verhalen laat hij samensmelten in Dit kan niet waar zijn, zijn boek dat vorige week verscheen en dit jaar in ieder geval nog in het Duits en Engels wordt vertaald.

Hij werd Kuifje bij de bankiers, zegt hij zelf, want hij wist bijna niks van het onderwerp toen hij aan zijn avontuur begon.

Dat was ook precies de bedoeling; als buitenstaander de ingewikkelde financiële wereld ontrafelen, die na de val van Lehman Brothers in 2008 bijna ten onder ging en de maatschappij zoals we die kennen dreigde te ontwrichten.

Dankzij reddingsoperaties met miljarden ponden, dollars en euro's kon een grote financiële ramp worden voorkomen. Maar dat was wel met belastinggeld. Wat is er gebeurd, wie waren verantwoordelijk en wat is er sindsdien veranderd? 

Met die vragen toog Luyendijk naar Londen.

Joris Luyendijk - Dit kan niet waar zijn

Joris Luyendijk -  Dit kan niet waar zijn

'Code of silence'

"Je verbaast je hoe weinig mensen precies weten wat er is gebeurd in 2008. Een bankier vertelde me dat hij in de bange dagen na de val van Lehman zijn vader opbelde; 'Pa, je moet nu al je geld van de bank halen en voedsel inslaan'", zegt Luyendijk nu.

Er zijn inmiddels talloze artikelen, boeken en televisieprogramma's verschenen over de crisis, maar die leggen volgens hem niet altijd op een toegankelijke manier uit wat de financiële sector eigenlijk is.

Luyendijk wil een beeld schetsen vanuit de gesloten sector zelf voor de mensen daarbuiten. Daarbij liep hij gelijk tegen het eerste probleem aan; niemand wilde met hem spreken. "Ik had te maken met the code of silence. Een bankier in The City die praat met een journalist, is meteen een ex-bankier."

Het duurde daarom lang voordat hij iemand ontmoette die wel mee wilde werken aan zijn blog. Maar alleen op anonieme basis, net zoals alle geïnterviewden die volgden.

“Het is dat ik de titel 'Het zijn net mensen' al een keer had gebruikt..”
Joris Luyendijk

In een gesprek zegt een bankier tegen je dat hij in de jaren dat hij werkte geen liefde meer gaf aan zijn naasten en nauwelijks contact had met mensen buiten zijn werk. Je noemt dat je meest beangstigende interview. Waarom?

"Het is niet te bevatten. Ik heb net ontdekt hoe erg een faillissement van een bank voor de rest van de samenleving kan zijn. Dan vertelt die man me dat hij op een wolk zit met gelijkgestemden, compleet verslaafd aan zijn werk en niet te bereiken."

"Het is alsof je er net achter bent gekomen dat een kerncentrale heel veel schade kan aanrichten. Vervolgens praat je met iemand die een hoge functie had binnen die kerncentrale en zegt; ik leefde in een soort waas. Een bank is een soort kerncentrale: als die ontploft, heeft iedereen een probleem."

Je schrijft ook dat bankiers gewone mensen zijn met kinderen en geen op geld beluste monsters.

"Stap één als blogger was dat ik mijn blik langzaam ging verleggen van het falen van individuen naar de structuren die mensen ertoe brengen verkeerde dingen te doen. Bankiers zijn geen monsters, maar hun banken wel. De titel Het zijn net mensen had ik al een keer gebruikt voor een boek, maar anders had ik die gekozen."

Stel nou dat het boek weinig of geen reacties teweeg brengt? Er is namelijk al veel over de crisis bekend.

"Bij de ingewijden, niet de buitenstaanders. Mensen worden heel stil als ik over 2008 begin, hoe erg het was. Vooral als ik zeg dat het ook logisch is dat mensen het niet wisten, want anders was de paniek uitgebroken waar bankiers toen zo bang voor waren."

Het begrip 'rommelhypotheken' is nu toch wel algemeen bekend?

"Er is zoveel bekend geworden. Maar dat het een haar scheelde dat mensen niet meer konden pinnen, dat de voedselbevoorrading misschien wel was gestopt, en god weet wat voor een chaos er dan was uitgebroken, weten de meesten niet."

Ben je ook boos geworden tijdens je verblijf in Londen?

"Ja. Maar dat was een fase, daar ben ik nu doorheen. Als je echt onder ogen ziet wat er is gebeurd, wordt iedereen boos."

Waarover dan precies?

"We zijn nu een aantal jaar verder zonder dat er echt iets wezenlijks aan de diepere oorzaken van de financiële crisis is gedaan."

Perverse prikkels en de oerfout

“Als je risico's neemt deel je wel mee in de winst, maar je krijgt niet de klappen als het fout gaat.”

Die diepere oorzaken zijn volgens Luyendijk de "perverse prikkels in het systeem". Hij somt er een aantal op: banken zijn te groot om failliet te gaan (too big to fail), kredietbeoordelaars worden betaald door de banken van wie ze complexe producten beoordelen, en alles binnen een bank moet gericht zijn op het verhogen van de aandelenkoers op de korte termijn.

Maar de "oerfout" in het systeem, zoals Luyendijk het zelf zegt, zit ergens anders. "Als je risico's neemt deel je wel mee in de winst, maar je krijgt niet de klappen als het fout gaat." 

Luyendijk pleit daarom voor kleinere banken zodat zij failliet kunnen gaan. "Bij een bank met meer dan honderdduizend werknemers is er geen overzicht meer, laat staan controle. Wat kun je een bestuursvoorzitter verwijten als er achttien lagen zitten tussen hem en de mensen die de giftige financiële producten hebben gebouwd?" 

Symboolpolitiek

Er zijn wel wetten gekomen sinds de crisis om een herhaling van 2008 te voorkomen, maar voor Luyendijk zijn die niet voldoende om de financiële sector écht aan te pakken.

De bankenunie ("daarmee wordt het kernprobleem niet aangepakt"), de verhoging van de kapitaalbuffer naar 3 procent ("mensen die de crash wel voorspelden zeggen dat je minstens 20 procent moet hebben"), het bonusplafond ("symboolpolitiek") en de bankierseed ("dat is een 1 april-grap van minister Dijsselbloem").

Ze illustreren volgens Luyendijk dat de symptomen van de crisis worden aangepakt en niet de oorzaak.

“We hebben een enorme reus laten ontstaan.”

Gulliver

"Door de globalisering, deregulering en nieuwe technologie hebben we een Gulliver, een enorme reus, laten ontstaan. We hebben die reus op allerlei manieren geprobeerd vast te binden met touwen. Als er dan iets gebeurt, wijzen we naar die touwtjes, maar die slijten en Gulliver wordt steeds groter."

Luyendijk probeert zijn verhaal met behulp van metaforen zo toegankelijk mogelijk te houden, zodat het grote publiek hem kan volgen. Bij informeren moet het wat hem betreft ook blijven.

"Ik ben geen politicus. Mijn taak is om als journalist twee jaar lang iets uit te zoeken, het zo begrijpelijk mogelijk op te schrijven en er dan een tijdje over te vertellen. Daarna is het voor mij ook klaar." 

Zo hoort een democratie te werken, vindt hij. Stap voor stap bewustzijn creëren, want de huidige koers van de financiële sector leidt in zijn ogen onherroepelijk naar het ravijn.

"Het is een kwestie van tijd voordat het weer fout gaat, wanneer precies weet ik niet."

"Laat ik het met nog een metafoor zeggen: De sector ging jarenlang zonder jas naar buiten en werd daardoor heel erg ziek, vervolgens moesten we allemaal meebetalen om de sector te redden. Nu trekt de sector weer geen jas aan buiten, want het is lente en lekker weer. Maar straks wordt het herfst, wanneer precies weet ik niet, maar ziek gaat de sector worden."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend