De cd lijkt ten dode opgeschreven, maar misschien heeft ook de mp3 niet lang meer te leven. Digitale muziek in hogere kwaliteit is in opkomst.

Streamingdiensten als Spotify verorberen de muziekmarkt. In 2013 - het laatste jaar waarover cijfers bekend zijn - waren streamingdiensten goed voor 29 procent van de inkomsten van de Nederlandse muziekindustrie, dubbel zo veel als een jaar eerder.

De muziekmarkt groeide zelfs weer licht omdat de opkomst van streaming de steeds lagere fysieke verkopen wist te compenseren. Vermoedelijk heeft streaming in 2014 opnieuw een groter marktaandeel gegrepen.

Sinds de introductie van mp3-downloads en streaming is naast het inkomen van muzikanten nog iets anders gedaald: de geluidskwaliteit van muziek.

In de vroegste dagen van het wereldwijde web was bandbreedte schaars en werd de mp3 populair om muziek in relatief kleine bestanden uit te wisselen.

Sindsdien is de mp3 de standaard gebleven. De gecomprimeerde bestanden blijven aantrekkelijk door hun relatief kleine formaat en behoorlijke geluidskwaliteit. Toch vinden kenners dat bij het gebruik van mp3's een deel van de muziek verloren gaat, en vindt dus weer een beweging plaats richting muziek in cd-kwaliteit of zelfs hoger.

Ponoplayer

Vorige week werd zonder veel bombarie de streamingdienst Tidal gelanceerd in Nederland. De dienst, die binnenkort in handen is van Jay-Z,  streamt muziek net als Spotify, maar dan in flac-formaat.

Dat is in tegenstelling tot mp3 een lossless formaat: ongecomprimeerde muziek waarbij geen kwaliteit verloren gaat. Een echte cd in puur digitaal formaat dus.

Maar het kan nog beter: zanger Neil Young haalde vorig jaar via crowdfundingsite Kickstarter ruim 6 miljoen dollar op voor zijn Ponoplayer: een driehoekige mp3-speler die muziek moet afspelen in een nog hogere kwaliteit dan cd's.

"Je hoeft niet meer te kiezen tussen kwaliteit en gemak bij het luisteren naar muziek - je kan het allebei hebben", beloofde Young aan geïnteresseerden.

"Duizenden gedocumenteerde Pono-luisteraars hebben bewezen dat muziekliefhebbers het verschil kunnen horen tussen de cd's en mp3's die ze eerder hadden, en wat ze nu kunnen hebben met Pono."

Bemonstering

De betere kwaliteit die Pono belooft heeft te maken met de zogenoemde bemonsteringsfrequentie (sample rate). Kort gezegd houdt dit in hoe vaak per seconde een monster van het geluidssignaal wordt genomen.

Een cd heeft een bemonsteringsfrequentie van 44,1 kHz, ofwel 44.100 monsters per seconde. Pono belooft muziek met een maximale frequentie van 192 kHz, 192.000 monsters per seconde.

Echt nuttig is dat echter niet, zo blijkt uit onderzoek. In 2007 onderzocht de Boston Audio Society onder zestig experts of zij muziek met een hogere bemonsteringsfrequentie dan cd's konden herkennen.

Het resultaat: in 467 luistersessies werd de muziek in hogere kwaliteit 52,7 procent van de keren juist herkend. Ook op dure geluidssystemen was het verschil niet te horen.

Dat verbaast Pim van Dijk, audioloog in het UMC Groningen, helemaal niets. "Het menselijk oor is in theorie gevoelig tot 20 kHz", zegt hij. "Maar om een 20 KHz-signaal weer te geven heb je een sample rate van 40 KHz nodig."

De cd heeft dus niet een te lage bemonsteringsfrequentie, maar biedt al het maximum dat het menselijk oor kan horen. "Alles wat je daarboven doet is eigenlijk niet zinvol", zegt Van Dijk.

Het opnemen van muziek in een hoge resolutie kan wel zinvol zijn, zo merkten ook de onderzoekers uit Boston. Muziek die met een hoge bemonsteringsfrequentie werd opgenomen en vervolgens in cd-kwaliteit werd afgespeeld, klonk volgens de experts beter dan muziek die in cd-kwaliteit was opgenomen.

Bij een opname "wil je heel precies geluidsdruk vastleggen, en dan kan het zinvol zijn om vaker te samplen", legt Van Dijk uit.

Praktijktest

Voor consumenten is het echter niet zinnig om muziek in hoge resolutie aan te schaffen. Zeker niet gezien de Pono-winkel van Neil Young 2 tot 2,5 keer zo veel rekent voor muziek in hoge resolutie dan de kosten van dezelfde muziek in digitale cd-kwaliteit.

"De kwaliteit van Spotify is in de afgelopen jaren echt omhoog gegaan", zegt Sven Figee, producer en frontman van de band Sven Hammond Soul. In 2011 deed hij in een interview op NU.nl nog zijn beklag over de geluidskwaliteit van de streamingdienst, maar sindsdien krijgen betalende leden steeds meer muziek te horen met een bitrate van 320 Kbps, twee keer zo veel als eerst.

"Als ik echt eerlijk ben vind ik het verschil heel moeilijk om te horen", zegt Figee. "Ik wil het graag, maar het is echt moeilijk om te horen."

Een praktijktest onder mensen zonder expertkennis van audio bevestigt dit. In een blinde audiotest luisterden twaalf NU.nl-redacteuren naar een totaal van 46 audiofragmenten als mp3 via Spotify (met een bitrate van 320 Kbps) en als flac-bestand via Tidal (een bitrate van 1.411 Kbps).

De hogere kwaliteit werd in 52,2 procent van de gevallen herkend: eigenlijk een pure gok, dus.

'Niet dubbel zo vet'

Het was weliswaar een niet-wetenschappelijke test, maar zelfs met de Sony MDR-Z7-koptelefoon, die voor 599 euro in de winkel ligt en volgens de fabrikant speciaal geschikt is voor muziek in hoge resolutie, werd duidelijk dat het verschil voor leken niet hoorbaar is.

"Dus gaan mensen er dubbel zo veel voor betalen? Ik zou het schitterend vinden", zegt Figee. "Dat zou betekenen dat heel veel mensen audiofiel zijn en dat wij meer kunnen verdienen." Toch ziet hij dat niet gebeuren. "Waarom moet het dubbel zo duur zijn? Het klinkt niet dubbel zo vet."

Echte experts kunnen het verschil tussen mp3's en cd's wel horen, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek (pdf). Zeker op dure geluidssystemen met goede versterkers is het verschil tussen de twee formaten hoorbaar.

Voor mensen die in de trein met goedkope oortjes naar muziek luisteren zijn diensten als Tidal - en zeker Pono - echter vooral geldverspilling.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend