Een rechtszaak tegen PVV-leider Geert Wilders lijkt meer kans te maken dan een paar jaar geleden. Er is nu wel een duidelijke grens aan beledigende uitspraken.

Met het vervolgen van Wilders lijkt de geschiedenis zich te herhalen. In 2011 sprak de rechtbank in Amsterdam hem vrij van aanzetten tot haat en discriminatie en van groepsbelediging.

Het is hetzelfde haatzaai-artikel 137 uit het Wetboek van Strafrecht dat het Openbaar Ministerie nu aangrijpt om weer tot vervolging over te gaan. Toch zijn de zaken niet helemaal vergelijkbaar: Volgens deskundigen lijkt het OM meer kans te maken.

Dat Göran Sluiter daarop zinspeelt, is niet zo verwonderlijk. Hij staat als advocaat onder meer Nederland Bekent Kleur en Platform Stop Racisme bij in de zaak tegen Wilders.

Die kwam aan het rollen toen de PVV-voorman tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen sprak over 'minder Marokkanen' en dat op de verkiezingsavond nog eens dunnetjes overdeed voor zijn aanhang in een café in Den Haag.

Wilders: Wilt u meer of minder Marokkanen?
Wilders: Wilt u meer of minder Marokkanen?

Haat tegen bevolkingsgroep

Wilders beledigde hiermee hij een groep mensen, zegt Sluiter nu, en het aanzetten tot haat en tot discriminatie van een specifieke bevolkingsgroep maakt de zaak kansrijker dan een paar jaar geleden. Sluiter krijgt bijval uit onverdachte hoek.

Hoogleraar Henny Sackers adviseerde het Openbaar Ministerie in de eerste zaak om Wilders niet aan te pakken, omdat dit vrij kansloos zou zijn. Het OM zag daar destijds dan ook vanaf, maar zag zich door het gerechtshof toch gedwongen om tot vervolging over te gaan. Wel eiste het OM toen vrijspraak, waar de rechter dus in meeging.

Maar Sackers, hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan Radboud Universiteit in Nijmegen, verwijst naar een recente uitspraak van de Hoge Raad. Die maakt de tweede rechtszaak tegen Wilders een stuk kansrijker, oordeelt hij. 

En dat heeft inderdaad te maken met de groep mensen die beledigd wordt, zoals Sluiter aanvoert. Het gaat niet meer om de islam, zoals in de eerste zaak, maar om een bevolkingsgroep die zich beledigd voelt: Marokkanen.

Belangrijk, zegt Sackers, want uit eerdere uitspraken van rechters, ook buiten Nederland, blijkt dat mensen die krasse uitspraken doen over een bevolkingsgroep, sneller worden veroordeeld dan mensen die zich richten tegen een bepaald geloof.

Nu wel een grens

Maar ook bij het straffen voor belediging van een bevolkingsgroep was er een probleem: het was niet helder hoe ver iemand mag gaan.

Dat ligt nu anders: dinsdag oordeelde de Hoge Raad dat de Amsterdamse politicus Delano Felter niet zo makkelijk weg komt met uitspraken die waren gericht tegen homoseksuelen. Felter werd daarvoor eerder vrijgesproken, maar van de Hoge Raad moet de zaak over.

Sackers constateert na bestudering van het arrest van de Hoge Raad dat er nu wel degelijk een grens is gesteld: het aanzetten tot onverdraagzaamheid. ''Dat maakt de kans op een succesvolle vervolging van Wilders aanzienlijk groter.''

Dat in artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht niets staat over etnische afkomst, maar wel over ras hoeft volgens Sackers niet zo’n probleem te zijn.

Marokkanen vormen weliswaar geen ras, en dat begrip is juridisch gezien ook heel ingewikkeld, maar dat hoeft geen obstakel te zijn. Ook daar verwijst hij naar Europese rechters: ''Die doen daar minder pietepeuterig over.''

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend