Landen in Zuidoost-Azië herdenken op Tweede Kerstdag de tsunami die tien jaar geleden dood en verderf zaaide in de regio.

“De mensen dragen de tsunami nog altijd met zich mee.”

De zeebeving voor de kust van het Indonesische eiland Sumatra op 26 december 2004 had een kracht van ruim 9 op de schaal van Richter.

Daarop ontstond een vloedgolf die zich over de Stille Oceaan verspreidde met een snelheid van 900 kilometer per uur. Het natuurgeweld eiste circa 230.000 levens, honderdduizenden mensen raakten gewond en enkele miljoenen werden dakloos.

Internationale organisaties kwamen snel in actie om noodhulp te geven. Ook zetten ze allerlei projecten op touw die de slachtoffers weer houvast voor de toekomst moesten geven.

Hoe kijken Nederlandse hulpverleners terug op de steun die ze hebben gegeven? En hebben ze de indruk dat de getroffen gemeenschappen hun normale levens inmiddels weer redelijk hebben opgepakt?

Atjeh

De meeste slachtoffers door de tsunami vielen in de provincie Atjeh op het Indonesische eiland Sumatra. Het natuurgeweld eiste daar circa 170.000 levens. Honderdduizenden mensen raakten dakloos, oogsten gingen verloren en groot deel van de infrastructuur werd verwoest. 

Inge Leuverink van Cordaid, die na de tsunami voor de organisatie de hulpverlening in Zuidoost-Azië coördineerde, weet dat op het moment van de ramp een conflict woedde tussen rebellen uit Atjeh en de regering van Indonesië.

''Daardoor waren er in tegenstelling tot Sri Lanka en India weinig lokale organisaties die de capaciteit hadden om zelf de hulpverlening op gang te brengen'', zegt Leuverink.

''Hulporganisaties van buiten Atjeh moesten worden binnengehaald, ook uit de rest van Indonesië. Maar door het conflict was er zeker in het begin sprake van  wantrouwen over en weer.''

“Overal hing de geur van lijken.”
Voormalig huisarts Jan van den Berg

Voormalig huisarts Jan van den Berg uit Ede en zijn dochter Annemarie reisden vier weken na de tsunami naar Atjeh om te bekijken wat zijzelf en hun plaatsgenoten met de hulpactie 'Ede voor Azië' konden doen voor de slachtoffers van de ramp. Annemarie zou het hulpproject te plekke organiseren.

''Wat ik daar zag, is met geen woorden te beschrijven. Tot vier kilometer uit de kust was alles platgeslagen en overal hing de geur van lijken", zegt Van den Berg.

''Indertijd waren we met een stichting al achttien jaar bezig met hulpprojecten op het eiland Batam. Daardoor hadden we goede lokale contacten en konden we als kleine particuliere organisatie al direct na de tsunami een container met melkpoeder, dekens, medicijnen en andere hulpgoederen naar Atjeh sturen. Ook hebben we met hulp van de Wilde Ganzen en Oxfam Novib tienduizend lijkenzakken verspreid.''

Ravage

Net als Van den Berg waren Nico en Astrid Smith diep onder de indruk van de ravage die ze na de tsunami in Atjeh aantroffen. De tropisch bosbouwdeskundige Nico en zijn vrouw, orthopedagoge Astrid, werkten al acht jaar voor de Amerikaanse hulporganisatie MRDS in West-Sumatra toen de tsunami de Zuidoost-Aziatische kusten geselde.

“Aan elkaar konden ze de verhalen niet kwijt.”

''Vier maanden na de ramp vertrokken we met onze kinderen naar Atjeh om daar te gaan helpen", zegt Astrid. ''Onze eerste contacten waren met inwoners van een dorpje dat onbewoonbaar was verklaard. Van de 1.200 inwoners hadden slechts 200 mensen de ramp overleefd." 

Dat dit de gemeenschap op zijn grondvesten liet schudden, merkten Nico en Astrid aan de verhalen die ze hoorden van overlevenden. ''Aan elkaar konden zij die verhalen niet kwijt; iedereen had immers veel of alles verloren."

Het gezin Smith zou 3,5 jaar in Atjeh blijven. In de beginperiode werkten ze mee aan heel praktische projecten als het op peil brengen van de zoetwatervoorziening. Ook was Astrid betrokken bij het opzetten van een tentenkamp waarin kinderen de ruimte kregen om te tekenen of zich op een andere wijze konden ontspannen.

''Daarna ben ik me vooral gaan bezighouden met het onderwijs. Door die burgeroorlog in Atjeh, die in 2005 werd beëindigd, was het jarenlang moeilijk leraren een goede opleiding te geven. Ik ben die daarom gaan bijscholen.'' Nico richtte zich met zijn team op het opnieuw aanplanten van fruitbomen en het trainen van boeren.

Opbouw

Cordaid heeft de Atjehers geholpen met de bouw van 1.054 huizen en 65 scholen en de bevolking beter voorbereid op rampen en het ontwikkelen van de lokale landbouw.

''De huizen en scholen zijn aardbevingsbestendig gebouwd'' zegt Leuverink. ''Ze staan er nog steeds, ook al is Atjeh sindsdien getroffen door verschillende aardbevingen.''

Ook voor de initiatiefnemers van Ede voor Azië was onderwijs een belangrijk project. De Edenaren hadden met hun hulpactie 440.000 euro ingezameld voor de slachtoffers van de tsunami.

''Een deel van het geld is door onze Stichting Child Support Indonesia gebruikt om in de plaats Meriam Patah tweehonderd kinderen naar school te sturen. Dat project is na twee jaar door een lokale organisatie overgenomen'', zegt Van den Berg.

''Ook hebben we een school kunnen opknappen en veertig stenen huizen, een dorpshuis en polikliniek laten bouwen. Verder hebben we extra veel aandacht gegeven aan traumasupport aan leraren en kinderen.''

Fotoserie: De tsunami van 2004

De zeebeving voor de kust van Sumatra op 26 december 2004 had een kracht van ruim 9 op de schaal van Richter. © ANP
Het natuurgeweld eiste circa 230.000 levens, honderdduizenden mensen raakten gewond en enkele miljoenen werden dakloos. © EPA/WEDA
Het natuurgeweld eiste daar circa 170.000 levens. Honderdduizenden mensen raakten dakloos, oogsten gingen verloren en groot deel van de infrastructuur werd verwoest. © Hollandse Hoogte
De meeste slachtoffers door de tsunami vielen in de provincie Atjeh op het Indonesische eiland Sumatra. © REX features Ltd./Hollandse Hoogte
Internationale organisaties kwamen snel in actie om noodhulp te geven. Ook zetten ze allerlei projecten op touw die de slachtoffers weer houvast voor de toekomst moesten geven. © Hollandse Hoogte
Identificatieteams uit Nederland, Duitsland en Scandinavië identificeren vakantiegangers. Met behulp van gebitsgegevens en DNA proberen de teams vakantiegangers terug te vinden. © ANP/Robin Utrecht
Een man uit Banda Atjeh redt een gasfles uit zijn door de tsunami verwoeste huis. © AFP/Bay Ismoyo
Een Indonesische soldaat draagt iemand die bij de tsunami in Banda Atjeh is omgekomen. © AFP/Bay Ismoyo
Een Indonesische seismoloog toont in het Nationale Aardbevingscentrum in Jakarta een grafiek waarop de kracht van de aardbeving te zien is die het noorden van Indonesië teisterde. © EPA/Mast Irham
Een Indonesische politieagent houdt de wacht bij mensen die bij een bezinestation in de buurt van Banda Atjeh in de rij staan om benzine te kopen. Vanwege de schade door de zeebeving is er een benzineschaarste ontstaan. © ANP/Choo Youn-Kong
Atjeh bijna een jaar na de Tsunami. © Hollandse Hoogte
Toeristen rennen weg voor de eerste tsunamigolf die het strand van Hat Rai Lay Beach in het zuiden van Thailand bereikt. Naast Indonesië werden ook Sri Lanka, India en Thailand zwaar getroffen door de zeebeving.
De grond bij de boeddhistische tempel in het Thaise Khaolak wordt ontsmet om de uitbraak van ziektes tegen te gaan. De plek bij de tempel fungeert als mortuarium voor de lijken van vele toeristen. © ANP/Robin Utrecht
Een boeddhistische monnik loopt in de Thaise provincie Phang Nga langs de kisten die zijn bestemd voor slachtoffers van de zeebeving. © EPA/Rungroj Yongrit

Terug naar Atjeh

Drie jaar geleden heeft Van den Berg Atjeh opnieuw bezocht. De Edenaren waren toen al lang niet meer betrokken bij de projecten in de Indonesische provincie. ''Het was niet zo makkelijk samenwerken met de mensen daar. Ze zijn niet zo vriendelijk en niet snel tevreden", aldus Van den Berg.

''Maar ik moet wel zeggen dat de huizen die we indertijd hebben laten bouwen nog altijd goed zijn onderhouden. Dat komt waarschijnlijk doordat we de bewoners indertijd bij het ontwerp hadden betrokken en dat we de huizen op hun naam hadden gezet."

De Edenaar heeft niet het het idee dat de mensen nog veel bezig zijn met de ramp die zich indertijd voltrok. ''Het is onvoorstelbaar hoe snel ze weer konden vooruitkijken. Veel mensen die door de tsunami hun partner hadden verloren, waren na drie maanden alweer hertrouwd.''

Astrid en Nico Smith woonden tot augustus 2008 in Atjeh. In september 2009 zijn ze er voor een vakantie teruggekeerd. Volgens Astrid zijn de meeste sporen van de tsunami uitgewist en is de infrastructuur verbeterd. ''Maar de mensen dragen de tsunami nog altijd met zich mee", zegt ze.

''Veelzeggend was het terugzien van een man en vrouw die allebei door de ramp hun gezin hadden verloren en vijf maanden na de tsunami met elkaar waren getrouwd. Na al die jaren leek het goed met hun te gaan. Maar toen ik even doorvroeg, gaven ze allebei toe dat het nu wel heel erg anders is."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend