"Waarom een apart pasje? Wat een onzin!"

Op 31 december staan er klokslag 24.00 uur waarschijnlijk maar weinig mensen bij stil dat vanaf dat moment de chipknip behoort tot een van betaalmiddelen uit het verleden.

Op de eerste werkdag van het nieuwe jaar is het niet meer mogelijk om het kopje koffie bij de bedrijfskantine, het blikje cola uit de automaat of het parkeerkaartje voor die zwaarbevochten plek langs de gracht af te rekenen met de chipknip.

Want na ruim negentien jaar wordt de digitale portemonnee, in 1995 geïntroduceerd als revolutionair, ten grave gedragen.

“Je bent aan het investeren in iets dat verdwijnt.”
Hoogleraar Steef Peters in 2007

Currence, de eigenaar van het systeem en als organisatie verantwoordelijk voor het organiseren van het betalingsverkeer in Nederland, maakte in maart 2013 bekend te stoppen met chipknip. De markt voor het systeem was te klein geworden en om het systeem met de tijd mee te laten gaan, waren flinke investeringen nodig.

Daarmee heeft de chipknip uiteindelijk de strijd verloren van het pinnen, betalen met creditcard, het contant geld en nieuwe ontwikkelingen zoals contactloos betalen.

Is er eigenlijk nog iemand die warm of koud wordt van het verdwijnen van dit ooit zo veelbelovende betaalmiddel? Of beleeft de chipknip een begrafenis waar niemand heen gaat?

Herinneren

Een vraag die vaak beantwoord wordt bij begrafenissen is hoe men zich de overledene gaat herinneren en of deze gemist gaat worden. "Ik vermoed van niet", beantwoordt Gijs Boudewijn, adjunct-directeur van Betaalvereniging Nederland, deze laatste vraag.

"Er zal wel een enkeling zijn die zegt: 'ik vond het zo fijn voor het betalen in de kantine', maar ik denk dat we de chipknip snel vergeten zijn."

Ook Stef Peeters, oud-hoogleraar Bedrijfsprocessen en technologie, denkt niet dat de chipknip gemist gaat worden. Hij verwacht dat de mensen die de chipknip ooit hebben gebruikt, zich de manier van betalen net zo gaan herinneren zoals zijn generatie zich het blauwtje herinnert.

"Voor het overmaken van geld gebruikten we een blauw velletje, dat we ingevuld bij de bank in de bus gooiden. De chipknip is net zo'n tussenfase waarvan men later zal zeggen: Waarom had je daar een apart pasje voor nodig, wat is dat voor onzin'."

'Min of meer een revolutie'

Toen de chipknip eind 1995 werd geïntroduceerd door Wim Duisenberg, de toenmalig president van De Nederlandsche Bank (DNB), noemde hij het een "min of meer revolutionaire ontwikkeling".

De chipknip was hét antwoord op een aantal praktische problemen voor zowel de consument, banken en winkeliers, zo werd destijds beloofd.

Een daarvan was een kostenprobleem. "Je betaalde zo'n 25 jaar geleden ongeveer 21 guldencent voor een pintransactie", zegt Boudewijn. Een bedrag dat door winkeliers als veel te hoog werd ervaren. "Stel je kocht een rolletje drop van 50 cent, dan moest je als winkelier dus 21 cent afdragen voor de pin."

De benodigde dateverbinding tussen winkelier en bank, maakte het pinnen zo duur. Terwijl pinnen, vooral bij kleinere bedragen, door consumenten wel steeds meer gezien werd als handig alternatief voor het papiergeld en muntgeld.

Belgisch voorbeeld

De chip die uitkomst moest bieden werd afgekeken van Proton, een systeem dat in België eerder dat jaar werd ingevoerd, en toevalligerwijs ook in 2015 wordt afgeschaft.

"De voordelen waren helder: je had geen online verbinding nodig, het was een offline instrument waar je geen dataverbinding voor nodig had."

Het duurde uiteindelijk zo'n zes jaar tot het aantal chipknipbetalingen echt hard steeg. Werd er in het jaar na de introductie nog ongeveer 800.000 keer met de chipknip betaald, dat aantal ging van 21,8 miljoen in 2001 naar 81,1 miljoen transacties in 2002.

Concurrentie

De introductie van het concurrerende systeem Chipper, nota bene door de Postbank, heeft volgens Boudewijn geleid tot "diepe scheuren en een jaar lang ruzie binnen het bankwezen". Dat duurde voort tot DNB ingreep en stelde dat Nederland niet groot genoeg was voor twee systemen, zegt Boudewijn.

Chipper werd uit de markt genomen en ook de Postbank ging over op de chipknip.

Na 2002 bleef het aantal transacties geleidelijk toenemen tot dit tussen 2006 en 2011 stabiliseerde rond 170 miljoen per jaar.

Dat er in 2002 uiteindelijk toch een forse stijging van het aantal transacties was, komt onder meer door een reclamecampagne, het mogelijk maken van chippen in grote ketens zoals Albert Heijn en McDonald's. Ook een herpositionering richting andere branches, zoals de catering en het parkeren, speelde mee.

Ondanks één groot voordeel voor de consument, voor het betalen van kleine bedragen had je geen contant geld meer nodig, waren er ook duidelijke nadelen. Het opladen van de chipknip moest bij speciale automaten, die zeker in de beginjaren niet heel rijkelijk verspreid waren.

Daarnaast was het bekijken van het saldo ook alleen mogelijk bij deze zelfde automaten of met speciale chiplezers.

Vervelend voor consumenten die bij de benzinepomp iets wilden chippen en er tot hun eigen verbazing en schaamte achter kwamen dat het saldo niet toereikend was, om vervolgens toch te moeten pinnen, inclusief de transactiekosten van een aantal centen.

Doorheen gedrukt

In 2007 zei Steef Peters, destijds nog hoogleraar aan de Vrije Universiteit, in Trouw dat de chipknip geen toekomst had. Hij sprak woorden met een zekere voorspellende waarde: "je bent aan het investeren in iets dat verdwijnt".

Peters wees nadrukkelijk op de nadelen voor de consument en zei dat er te veel bezwaren kleefden aan het systeem. Het was er, zo stelde hij, "doorheen gedrukt omdat het gemakkelijk en goedkoop is voor aanbieders". Het was niet ontstaan vanuit de wens van de klant.

Woorden waar hij nog altijd achter staat, misschien des te meer nu hij het gelijk aan zijn kant heeft. "Men wilde geen geld uitgeven aan een andere netwerkstructuur om de betalingen goedkoper te maken. Het is bedacht om het probleem van banken op te lossen", benadrukt hij nog eens.

Het belangrijkste voordeel van de chipknip ten opzichte van de pinpas verdween eigenlijk toen het eenvoudiger werd een dataverbinding met de banken te leggen en het pinnen als gevolg daarvan veel goedkoper werd. Daardoor konden steeds meer winkeliers het pinnen toch gratis aanbieden, ook bij kleinere bedragen.

"Sinds de campagne 'een klein bedrag, pinnen mag' verdween dat voordeel van de chipknip eigenlijk helemaal", aldus Boudewijn.

Geen mislukking

Ondanks dat de chipknip zijn belofte niet heeft kunnen waarmaken, wil de adjunct-directeur van Betaalverenging Nederland niet spreken van een mislukt project. Het moet volgens hem in tijdsperspectief worden geplaatst.

"Het was bedoeld als goedkoop alternatief voor betalingen van lage bedragen. De laatste jaren was het misschien niet meer mainstream voor de detailhandel. Er was ooit een meerwaarde, maar kostentechnisch kon het uiteindelijk niet meer uit."

Ook de oud-hoogleraar vind het een boude stelling om de chipknip een mislukking te noemen. "Het is misschien geen succes geworden en het heeft niet voldaan aan de wensen die de basis vormden voor het besluit om de chipknip in te voeren. Maar het heeft wel iets opgelost."

Een vergelijking is op zijn plaats, zegt Peters. "Het heeft een structuur gebouwd en we hebben geleerd om over te kunnen stappen naar een volgende fase."

"Van de eerste telefoon kun je achteraf misschien ook zeggen dat het geen succes was, met al die benodigde draden en de draaischijf om het telefoonnummer mee in te voeren. Maar zonder dat apparaat hadden we ook de smartphone niet gehad waarmee wij elkaar nu spreken."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend