Sinterklaas trekt dit weekend met zijn Pieten Nederland binnen, maar de goedheiligman bezoekt ook andere landen in Europa. Daar neemt hij soms minder gezellige types mee: van kindermoordenaar Père Fouettard tot de huiveringwekkende Krampus.

Mochten we Zwarte Piet ooit overboord willen gooien, dan zijn elders in Europa meer dan genoeg alternatieven te vinden. Ze zijn wel een beetje eng, maar hebben ook eigenschappen gemeen met Piet.

Zo zijn de Duitse Knecht Ruprecht, zijn Zwitserse evenknie Schmutzli en de Franse Père Fouettard van oudsher bewapend met een roe om stoute kinderen mee af te ranselen, of op zijn minst af te schrikken.

Vaak hebben ze ook zwarte vegen op hun gezicht of zijn ze helemaal zwart geschminkt om niet herkend te worden.

En net als Zwarte Piet hebben ze over het algemeen een zak bij zich, waarin kinderen die echt niet willen luisteren worden meegevoerd.

In de zak van Krampus

Zo kent men in gebieden van Beieren en Tirol tot Slovenië de Krampus: een angstaanjagend wezen met hoeven, een schapenvacht, bokkenhoorns en een slecht humeur. Hij komt voort uit heidense tradities, waarin demonische figuren een prominente rol spelen. Wie in zijn zak verdwijnt, komt nooit meer terug.

Nog iets dat Krampus gemeen heeft met Zwarte Piet: hij is lange tijd een omstreden figuur geweest. De katholieke kerk wilde lang van hem af. Dat lukte niet, maar zoals dat wel vaker ging met heidense gebruiken werd hij uiteindelijk samengevoegd met een christelijke figuur.

Sinds de 17e eeuw duikt de demon al dan niet geketend op aan de zijde van Sinterklaas. Tegenwoordig heeft hij zelfs aardige trekjes. Zo helpt hij de Sint op 5 (soms 6) december cadeaus rond te brengen.

Overigens is Krampus ook een op zichzelf staande verschijning: in Tirol zijn bijvoorbeeld ieder jaar optochten waar soms honderden Krampussen de straten onveilig maken, al dan niet volgegoten met schnaps.

Daarmee is hij vergelijkbaar met de zogeheten Perchten, andere demonische figuren uit de voorchristelijke Germaanse traditie die in de donkere dagen bij optochten in de Alpenlanden te zien zijn.

Bij ons is Krampus onbekend, maar een groepje van inmiddels zo’n 1500 Nederlandse fans op Facebook hoopt daar verandering in te brengen.

Kindermoordenaar Père Fouettard

Wel menselijk, maar minstens zo eng is Père Fouettard. Hoewel ook Zwarte Piet soms zo wordt genoemd in Wallonië en Frankrijk, is het ook de naam van een sinister personage.

'Vader Geselaar' heet zo, omdat hij zich goed raad weet met de roe. Aan zijn naam is een gruwelijke legende verbonden. In de ene versie is hij een herbergier, in de andere een slager, maar wat alle varianten gemeen hebben is de misdaad die hij begaat.

Het verhaal komt bijvoorbeeld naar voren in het Franse prentenboek La Légende de Saint Nicholas uit 1935. Drie jongetjes gaan er stiekem vandoor. Ze lopen naar de stad en kijken hun ogen uit, totdat het donker wordt en ze hongerig en moe worden.

Bij een slager kloppen ze aan voor hulp. Dat blijkt een vergissing, want de bebaarde man blijkt een moordlustige psychopaat. Hij brengt de kinderen met messteken om het leven, snijdt ze in stukken en legt hun vlees gepekeld in een vat.

Sinterklaas ontdekt dit echter en brengt de kinderen weer tot leven. De slager moet voor straf de hulp van de Sint worden en ''hem volgen in schaamte, gehaat door allen, tot in de eeuwigheid".

Vermoedelijk is dat een verklaring voor de kettingen die hij soms draagt: het kwaad is overwonnen. Père Fouettard geeft de stoute kindjes er van langs en stopt hen kooltjes in de hand om duidelijk te maken dat ze zich slecht hebben gedragen.

Zijn gezicht is er soms zwart van, maar niet altijd. Overigens zijn de scherpe randjes van het verhaal er tegenwoordig af.

Knecht Ruprecht en vieze Schmutzli

Het moordverhaal is uniek, maar de verschijning van Père Fouettard komt overeen met andere knechten van Sint. Met zijn ongekamde haardos, armoedige kleding en lange baard lijkt hij bijvoorbeeld sprekend op de Duitse Knecht Ruprecht.

Ook die heeft een combinatie van belonen en straffen in zijn takenpakket: aan zijn riem hangt een roe, maar hij heeft ook een mand bij zich met mandarijnen, noten en chocolade. Er bestaan ook regionale versies, zoals Hans Trapp in de Elzas en Hans Muff in het Rijnland. Ook zij zijn soms zwart geschminkt.

En dan is er nog de Zwitserse Schmutzli. Hij lijkt met zijn baard en zijn armetierige uiterlijk behoorlijk op Knecht Ruprecht. Ook dit smoezelige knechtje van de Sint komt volgens deskundigen voort uit de Germaanse traditie van de Perchten.

Schmutzli’s zijn van oudsher jongemannen die in groepsverband over straat trekken om kinderen bang te maken.

In zijn huidige functie is ook de vieze Schmutzli een combinatie van kinderschrik en trouwe helper van Sinterklaas: hij deelt lekkernijen en cadeautjes uit, maar neemt ook een roede mee en het verhaal gaat dat hij de meest hopeloze gevallen ontvoert.

De Duitse theoloog Manfred Becker-Huberti noemt de knechten van Sinterklaas "getemde duivels". Deze "dienstplichtige demonen" vertegenwoordigen het kwaad, maar bestraffen het tegelijkertijd, omdat de heilige Sint Nicolaas hen in zijn macht heeft.

Van oudsher knapten ze kortom het vuile werk op voor de goedheiligman. Sinterklaas zelf is in alle varianten van het volksfeest een even sympathieke kindervriend.

Zwarte Piet

De Nederlandse Zwarte Piet ontstond volgens het Nederlands Centrum voor Volkscultuur pas eeuwen later dan de enge buitenlandse hulpjes van Sinterklaas.

Hij dankt zijn roem aan de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, die in 1850 in een kinderboek een zwarte knecht van Sint Nicolaas opvoert. Hij helpt bij het bespieden van kinderen, draagt cadeautjes en de geldkist en gaat op zijn eigen paard mee over de daken.

Of zijn uiterlijk als racistisch moet worden opgevat of niet, daarover verschillen de meningen. Eén ding is wel zeker: anders dan zijn Europese tegenhangers is de knecht uit het boekje uit 1850 geen boeman.

Het bestraffen van stoute kinderen neemt Sinterklaas zelf voor zijn rekening: ook al houdt hij niet van straffen, hij stopt twee knaapjes "pardoes in zijn zak".

Zie ook: Waarom alle ogen deze week gericht waren op het Sinterklaasjournaal

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend