Zondag is het precies 25 jaar geleden dat met de val van de Muur in Berlijn de landkaart van het Europese continent opnieuw werd getekend.

De twee Duitslanden werden herenigd op die 9e november van 1989, terwijl de eens zo gevreesde communistische Sovjetunie spoedig daarna uiteen viel. 

Sterker nog: verschillende voormalige Sovjetrepublieken, zoals Estland, Letland en Litouwen, stapten uit de unie en sloten zich na verloop van tijd aan bij hun vroegere vijand, de NAVO.

De gebeurtenissen na 'de Muur' en het verdwijnen van het IJzeren Gordijn volgden elkaar begin jaren 90 snel op. Het Warschaupact, het militaire bondgenootschap van de communistische landen, werd opgeheven.

De communistische regimes in de Oost-Europese landen werden vervangen door democratisch gekozen regeringen en sloten zich na enkele jaren aan bij de Europese Unie met zijn vrije markteconomie. Ook de Europese Unie integreerde verder en kwam tot een monetaire unie.

Hereniging Duitsland

Dit alles zou niet mogelijk zijn geweest zonder de hereniging van West-Duitsland en de voormalige DDR. ''De hereniging van Duitsland is ongetwijfeld de belangrijkste gebeurtenis na de val van de Muur", stelt historicus Jacco Pekelder, verbonden aan de Universiteit van Utrecht.

“We dachten toen dat voor de hereniging van Duitsland nog wel 10 jaar nodig was.”
historicus Jacco Pekelder

De toenmalige Bondskanselier Helmut Kohl kwam al snel met een plan voor vereniging van het Duitse volk. ''We dachten toen nog dat daarvoor wel tien jaar nodig zou zijn en het pas op zijn vroegst in 2000 bereikt zou kunnen worden, maar de hereniging was uiteindelijk binnen een jaar een feit, in 1990", aldus Pekelder.

Hierdoor werd ook verdere integratie van de Europese landen mogelijk. Verschillende landen, waaronder Frankrijk en Nederland, hadden in het begin de grootste moeite met de Duitse eenwording.

Parijs draaide pas bij toen Kohl beloofde de sterke Duitse Mark op te geven en in te ruilen voor een gemeenschappelijke Europese munt, de euro.

Een belangrijke stap naar verdere integratie van Europa was hiermee gezet. ''Het was voor Nederland een hele geruststelling dat Duitsland zich verder wilde verdiepen in de Europese eenwording en zich niet opstelde als een land dat de leiding wilde nemen", constateert Pekelder.

Overgang bleek schok in Oosten

In de Oost-Europese landen ging de overgang van een staatsgeleide economie naar het kapitalisme niet bepaald van een leien dakje. Fabrieken sloten en miljoenen zaten zonder werk. De overgang naar de vrije markteconomie bleek voor de Oost-Europese landen een schoktherapie.

''Dit zorgde voor veel economische ellende. Er was voor hen geen Marshall-hulp, zoals de West-Europese landen wel kregen na de Tweede Wereldoorlog. Het Westen heeft toen wel een paar steken laten vallen. Achteraf gezien had het geld dat we bespaarden op defensie na het instorten van de Sovjetunie beter naar de Oost-Europese landen gekund", meent Pekelder.

Volgens hem heeft de Duitse eenwording Nederland geen windeieren gelegd. ''Nederland heeft economisch enorm geprofiteerd, omdat er flink bezuinigd kon worden op defensie. Bovendien gingen de markten open in Oost-Europa voor onze exportproducten en diensten."

“We waren gewend geraakt aan de Koude Oorlog en de Muur.”
historicus Jacco Pekelder

Toch bestonden er in Nederland destijds bedenkingen over de Duitse eenwording en was de relatie met onze oosterbuur niet altijd even goed. Tot midden jaren 90 bestond er in ons land nog een negatief beeld van Duitsland, dat door sommigen als oorlogszuchtig werd gezien.

''In het begin was het nog heel onwennig. We waren gewend geraakt aan de Koude Oorlog en de Muur, waardoor Duitsland veel kleiner was. Nederland was vooral bang dat het als klein land na de hereniging van het grote Duitsland niets meer te zeggen zou hebben", stelt Pekelder.

''Het was een hele geruststelling toen bleek dat Duitsland zich gedroeg als een bondgenoot en met Nederland wilde overleggen om een gezamenlijk standpunt in te nemen."

Samenwerken met Berlijn

"Langzamerhand ontstond in Den Haag het besef dat Nederland zou kunnen winnen door samen te werken met Berlijn en dat men daarmee  in Brussel punten kan scoren", aldus de historicus, die onlangs het boek Nieuw nabuurschap, Nederland en Duitsland na de val van de Muur schreef.

Volgens Pekelder hebben in de loop der jaren vooral de grensregio's in Nederland enorm geprofiteerd van de eenwording. "Na de val van de Muur ontstond er een nieuw soort nabuurschap tussen Nederland en Duitsland."

"Deelstaten als Noordrijn-Westfalen leefden van subsidies van de Bondsregering. Ze begrepen dat hieraan een einde zou komen, omdat er miljarden in de voormalige DDR gepompt moesten worden en er geen geld meer voor de deelstaten was." 

"Het werd  snel duidelijk dat ze voortaan zelf hun broek moesten ophouden", aldus Pekelder. "De  deelstaatregering in Düsseldorf (Noordrijn-Westfalen) ging zich daarom veel meer op de grensgebieden in Nederland en België richten en niet op het verre Berlijn. De grensregio's hebben hier enorm veel profijt van gehad."

Lees ook: 25 jaar Mauerfall: 'Het is niet eens een vrije dag'

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend