Voor steeds meer Syriërs zijn de Griekse eilanden de toegangspoort tot de Europese Unie. De oversteek vanaf Turkije is vaak een hachelijke onderneming.

"Kom erbij zitten, we hebben iets te vieren'', zegt een van de jonge mannen die de binnentuin van een comfortabel hotel in Symi-stad zijn binnengewandeld. Ze laden een terrastafeltje vol met snacks, blikjes energiedrank en een fles wodka. Fares (34) en Sahir (25) zijn opgelucht. Ze hebben de EU bereikt.

Dagelijks arriveren op het eilandje Symi tientallen Syriërs die illegaal zijn overgezet vanaf het Turkse vasteland, op het smalste stuk een kilometer of tien verderop. De kustwacht heeft er slechts één boot, dus de pakkans is klein.

Op het politiebureau krijgen de vluchtelingen een papier mee waarop staat dat ze Griekenland binnen een halfjaar moeten verlaten. Een opvangcentrum is er niet, de Syriërs verblijven tussen de toeristen voordat ze op de veerboot stappen naar Athene.

Forse toename

“Ik ben blij dat ik nog leef, het was doodeng.”
Syrische vluchteling

Volgens de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) zijn in de eerste acht maanden van dit jaar meer dan 22.000 vluchtelingen via het water Griekenland binnengekomen, ruim drie keer zo veel als in dezelfde periode vorig jaar.

Zo'n 65 procent komt uit Syrië. Velen komen binnen via de Dodekanesos, de eilandengroep waaronder Symi en ook het grotere Kos en Rhodos vallen. De route over land, met als grens de Evrosrivier, is hermetisch afgesloten en zwaarbewaakt.

''Ik ben blij dat ik nog leef, het was doodeng'', vertelt Fares in vloeiend Engels. De mensensmokkelaars uit de Turkse badplaats Marmaris met wie hij letterlijk en figuurlijk in zee ging, beweerden dat ze hem binnen een kwartier naar Europa zouden brengen. Met een boot, dacht hij.

''Maar toen na dagen wachten het moment eindelijk daar was, zetten ze me op een waterscooter. Een waterscooter! We waren met zijn drieën: ik, een andere jongen en de bestuurder.''

De oversteek duurde veel langer dan ze hem hadden voorgespiegeld, zo'n anderhalf uur. ''Op den duur raakte ik in paniek. Dit was het dan, dacht ik.'' En daar had hij 4.000 euro voor betaald.

Hoewel relatief kort, is de tocht niet zonder gevaren. Met enige regelmaat verdrinken vluchtelingen in de Egeïsche Zee. Twee Syriërs die dezelfde nacht per waterscooter werden overgezet, belandden in het water doordat het vaartuigje omsloeg en zonk. ''Ik heb geluk gehad, die mannen moesten uren zwemmen in het donker. Ze hebben het gelukkig wel gehaald'', zegt Fares.

Onwaarschijnlijke toost

Fares en Sahir heffen het glas op de toekomst. Thuis zou dat ondenkbaar zijn. Fares komt uit een oppositiefamilie, Sahir was militair.

Hij was de strijd tegen ''de terroristen'' beu en besloot te deserteren. Dat had hem zijn leven kunnen kosten, maar nu vertelt hij op luchtige toon hoe hij kilometers rende door een gebied vol mijnen om weg te komen. Sahir wil naar Zweden. 

Fares vertelt hoe hij de belegerde en kapotgeschoten stad Homs in september 2012 verliet, het begin van een omzwerving door het Midden-Oosten. Hij vluchtte eerst naar Libanon, waar hij tevergeefs probeerde werk te vinden. Vervolgens verkaste hij naar Erbil, in Iraaks Koerdistan. Anders dan het woord 'vluchteling' doet denken, is Fares hoogopgeleid en niet arm.

Hij studeerde hotelmanagement in Jordanië en haalde zijn master of business administration (MBA) in Dubai. Genoeg achtergrond om in Erbil een nieuw bestaan op te bouwen. Maar vanwege de opmars van de Islamitische Staat (IS) in Noord-Irak durfde hij er afgelopen zomer niet te blijven. Zijn nieuwe einddoel is Nederland.

Identiteitsbewijs

“Lijk ik een beetje op deze Fin?”
Syrische vluchteling

''Zie ik er heel Arabisch uit?'', vraagt een jonge geblondeerde Syrische bezorgd. ''En ik?'', wil haar eveneens fel geblondeerde reisgenoot weten. De jonge man laat een Finse identiteitskaart zien. Voor 1.000 euro gekocht in Beiroet.

''Lijk ik een beetje op hem?'' Ook de vrouw heeft een vals identiteitsbewijs. Ze vloog er moeiteloos mee van Libanon naar Istanbul. ''Ik was heel nerveus, maar ze keken er nauwelijks naar'', vertelt ze. 

Het is twee dagen later. De geblondeerde twintigers maken deel uit van een groep van ongeveer 25 Syriërs die inchecken. Ze moeten vooraf betalen. Dat is geen probleem; wie geen geld heeft, belandt hier niet. De twee vertellen dat ook zij naar Nederland willen. ''Ik val wel op blonde mannen'', lacht de jonge man. ''En er schijnen bij jullie een stuk meer homobars te zijn dan in Syrië en Libanon.'' 

De temperatuur is nog altijd aangenaam en groepjes vluchtelingen zitten op de binnenplaats uit te blazen van hun reis. Aan andere tafeltjes zitten toeristen.

Rondom hen krioelen tientallen Griekse kinderen in kanten jurkjes en nette bloesjes. In de zaal beneden is een bruiloft aan de gang. Vierhonderd gasten vieren feest. Het hotelpersoneel beleeft een stressvolle avond, de Syriërs beleven een korte eerste nacht in Europa.

Niemand wil in Griekenland blijven. ''Wat moet ik hier? Griekenland zit in een diepe economische crisis'', verwoordt Fares het algemene gevoel. Nederland kent hij van vakantie.

Hij pakt zijn telefoon en laat enthousiast foto's zien van Amsterdam, waar hij kort voordat de oorlog uitbrak nog gewoon met zijn eigen paspoort naartoe kon vliegen: daar staat hij op de Dam, voor het Rijksmuseum en in Madame Tussauds naast dj Tiësto.

De reeks eindigt met een foto op Schiphol, naast een knappe jonge vrouw die hij hier leerde kennen. Zij is de hoofdreden dat hij terug wil naar Nederland.

Puinhoop

Normaliter moeten vluchtelingen asiel aanvragen in het EU-land waar ze als eerste voet aan de grond zetten. Het Griekse asielbeleid is echter zo'n puinhoop dat de Syriërs massaal doorreizen. Er zijn te weinig opvangplaatsen, de procedure is onzorgvuldig en de omstandigheden in de centra ronduit slecht. Asielzoekers kunnen er tot achttien maanden worden vastgezet.

Omdat een humane behandeling niet gegarandeerd is, verbood het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in 2011 de Belgische overheid een asielzoeker terug te sturen naar Griekenland. Naar aanleiding van die uitspraak stuurt ook Nederland geen Syriërs meer terug naar Athene.

''Het gaat wel iets beter, volgend jaar gaan we voorzichtig in Europees verband kijken of we de procedure weer kunnen volgen'', zegt een woordvoerster van het ministerie van Veiligheid en Justitie. In september vroeg een recordaantal van 1.658 Syriërs hier asiel aan, plus ruim 500 staatlozen van wie de meesten Palestijnen uit Syrië zijn.

Om naar Nederland te kunnen vliegen zal Fares zich opnieuw inlaten met criminelen. In Athene gaat hij op zoek naar een vals paspoort, of liever een echt paspoort van een EU-burger die op hem lijkt. Op het moment van dit schrijven is hij daar nog mee bezig.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend