Net als veel andere landen betaalt Canada deze week een hoge prijs voor de deelname aan de strijd tegen het terrorisme en moslimextremisme. 

Alleen al in Afghanistan kwamen tussen 2002 en 2014 158 Canadese militairen om, vooral door gevechten en aanslagen. Maar ook in eigen land zijn Canadese militairen en andere overheidsmedewerkers niet meer veilig voor terreur, zo maakten de aanslagen van deze week duidelijk.

Moeten landen die samenwerken tegen extremisme rekening gaan houden met een nieuwe vorm van terrorisme, waarbij radicale groepen vooral militairen en overheden in hun eigen land proberen te treffen?

De Canadese premier Stephen Harper maakte donderdag bekend dat zijn regering vaart gaat zetten achter het aanpassen van de antiterreurwetgeving. Veiligheidsdiensten krijgen meer bevoegdheden om verdachte personen beter in de gaten te kunnen houden.

Ook wordt het makkelijker om terreurverdachten gevangen te zetten. Directe aanleiding voor de maatregelen zijn de terreuracties woensdag in de hoofdstad Ottawa en maandag ten zuidoosten van Montreal.

Bekijk hier de verklaring van premier Harper:

Aanslagen

Bij de aanslag maandag reed een 25-jarige man twee militairen omver op een parkeerplaats. Een militair kwam om. De tweede raakte gewond. De politie schoot daarna de chauffeur van de auto dood. Volgens de politie was de dader van de aanslag een Canadees die zich recent tot de islam had bekeerd.

Ook de aanslagpleger in Ottawa was een tot de radicale islam bekeerde Canadees. De 32-jarige man schoot woensdag een militair neer bij een oorlogsmonument. Daarna ging hij het nabijgelegen parlementsgebouw in waar een schotenwisseling ontstond met beveiligers en de politie. De schutter werd dodelijk geraakt.

De neergeschoten militair overleed later in het ziekenhuis. Het is niet bekend of er een verband is tussen de twee aanslagen die zo kort na elkaar plaatsvonden.

Ook is niet duidelijk of de twee daders handelden in opdracht van de terreurgroep Islamitische Staat (IS). Volgens de Canadese minister John Baird van Buitenlandse Zaken is daarvoor geen bewijs.

IS roept op

"Leiders van IS hebben hun achterban eerder opgeroepen aanslagen te plegen op militairen en overheidsgebouwen van landen die deel uitmaken van de internationale coalitie tegen de terreurgroep", zegt Peter Wijninga, defensiespecialist van het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCCS).

"Maar op basis daarvan kan je niet automatisch concluderen dat IS de aanslagplegers in Canada heeft aangestuurd. Het kan ook zijn dat ze op eigen houtje hebben gehandeld en zich bijvoorbeeld hebben laten inspireren door beelden op Youtube en berichten in de media."

Wijninga vermoedt dat de Canadese aanslagplegers hetzelfde wilden bereiken als de radicale groepen die in landen als Mali en Afghanistan bermbommen plaatsen en hinderlagen leggen om buitenlandse militairen te treffen die daar vredesoperaties uitvoeren of terreurgroepen bestrijden.

"Die groepen in Mali en Afghanistan hopen dat het draagvlak in de deelnemende landen voor een missie afbrokkelt als er onder de uitgezonden militairen slachtoffers vallen", legt de defensiespecialist uit.

"Voor de aanslagplegers in Canada geldt waarschijnlijk hetzelfde. Ze hadden het gemunt op militairen in uniform en op leden van het parlement. Dat zijn mensen die heel zichtbaar hun land vertegenwoordigen."

'Geen nieuw soort terrorisme'

Dat de geradicaliseerde Canadezen het waarschijnlijk specifiek op militairen en parlementariërs hadden voorzien, betekent volgens Wijninga niet dat we met een nieuw soort terrorisme te maken hebben waarbij burgers worden gespaard.

Een duidelijk verschil tussen IS en al-Qaeda, dat veel burgers met aanslagen heeft getroffen, ziet hij niet. "IS heeft in Irak en Syrië westerlingen onthoofd die geen militair waren. Ze werden gedood, omdat ze uit een land kwamen dat tegen IS vecht."

Of de top van IS blij is met de aanslagen in Canada is volgens Wijninga nog maar de vraag. "In hun geschriften noemen filosofen van IS het prijzenswaardig dat jongeren zich voor de goede zaak willen opofferen", zegt de defensiespecialist.

"Maar ze wijzen ook op onbezonnen gedrag waarbij IS geen baat heeft. Terreuracties kunnen voor IS ongewenste gevolgen hebben. In Angelsaksische landen als de VS, Canada en Groot-Brittannië wordt de vastberadenheid om het terrorisme aan te pakken door dit soort aanslagen alleen maar groter."

Jihadisten in Nederland

Na de acties van de geradicaliseerde Canadezen hebben Noord-Amerikaanse terrorisme-experts gewaarschuwd voor meer van dit soort aanslagen in landen die deel uitmaken van de coalitie tegen IS. Wijninga sluit niet uit dat ook jihadisten in Nederland zich laten inspireren door wat in Canada is gebeurd.

"We lijken hier goed voorbereid te zijn op de terreurdreiging. Het parlement en andere overheidsgebouwen worden goed beveiligd en een tijdje geleden is al besloten militairen niet meer in uniform te laten reizen."

De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Dick Schoof, liet na de aanslagen in Canada weten dat er vooralsnog geen reden is het dreigingsniveau aan te passen.

"Dat staat op 'substantieel' hetgeen betekent dat de kans op een aanslag reëel wordt geacht", aldus de NCTV. "Er zijn momenteel geen concrete aanwijzingen zijn voor een aanslag in Nederland."

Al voor de terreuracties in Canada heeft de politie op advies van de NCTV voor extra toezicht in drukke gebieden gezorgd. Ook zijn er maatregelen genomen waar de mensen op straat niks van merken en waar ook geen mededelingen over zijn gedaan.

"Dat veel van die maatregelen voor ons niet zichtbaar zijn, is alleen maar goed", meent Wijninga.

"Als op elke hoek van de straat een militair zou staan, zou dat mogelijk onrust geven. Maar het is juist belangrijk dat we niet met zijn allen in paniek raken. We moeten alert en waakzaam zijn, maar ook blijven leven zoals we gewend waren te doen." 

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend