'Het gejubel om afloop missie chemische wapens stemt treurig'

"Mensen vragen vaak hoe ik de druk heb weerstaan. Dat weet ik eigenlijk niet. Ik kan gewoon veel hebben."

Een jaar geleden werd de wereld verrast door een opmerkelijk akkoord: Na weken van diplomatiek getouwtrek werden Rusland en de Verenigde Staten het eens over een VN-resolutie (pdf) over de vernietiging van de chemische wapens van Syrië. 

De Nederlandse VN-medewerker Sigrid Kaag werd speciaal coördinator van de daaruit voortgekomen VN/OPCW-missie, die voor de ontmanteling van het Syrisch chemisch wapenarsenaal moest gaan zorgen. Een jaar na de start van de operatie en een week voor het formele einde ervan blikt Kaag in een gesprek met NU.nl uitgebreid terug op 'een van de gevaarlijkste missies ooit'.

De verlossende mededeling kwam eind juni van dit jaar: De Verenigde Naties (VN) en OPCW (de organisatie voor het verbod op chemische wapens) waren er, ondanks grote veiligheidsproblemen en diverse vertragingen, in geslaagd het laatste deel van het 'door Syrië opgegeven' arsenaal het land uit te vervoeren, om het elders te laten vernietigen.

Hoe was dat moment, voor u en uw team?

"Nadat dat laatste konvooi het land had verlaten waren we opgelucht. En er was de jubel van de internationale gemeenschap. Wat prettig is, maar tegelijkertijd merk je dan pas dat eigenlijk niemand geloofde dat het ooit zou gaan gebeuren."

Wat vooraf ging:

Op 21 augustus 2013 werd een nieuwe gitzwarte bladzijde toegevoegd aan de tragedie die zich sinds het begin van de opstanden tegen het dictatoriale regime van president Bashar al-Assad afspeelt in Syrië. Bij een gifgasaanval op Ghouta, een voorstad van Damascus, kwamen ruim 1.400 mensen (volgens Amerikaanse cijfers 1.429, onder wie 426 kinderen) om het leven.

Daarmee overschreden de gruwelijkheden van de bloedige Syrische burgeroorlog de eerder door de Amerikaanse president Barack Obama omschreven "rode lijn"; het gebruik van chemische wapens. De Amerikaanse regering dreigde, hoewel met een zichtbaar wijfelende president aan het hoofd, met luchtaanvallen op Syrië. Voor de VS stond al snel vast dat de gifgasaanval op burgers het werk was van het Assad-regime. 

Rusland was hier mordicus op tegen en voorkwam (samen met China) met het vetorecht in de VN-Veiligheidsraad dat er een internationale militaire coalitie werd gesmeed.

Als compromis aan Rusland werd in de uiteindelijke resolutie dan ook geen dreigement met geweld opgenomen voor het geval Syrië niet volledig zou meewerken met de vernietiging van zijn chemische wapens. Ook staat er geen verwijzing in naar wie verantwoordelijk zou zijn voor de gifgasaanval op Ghouta. De VN, die geen mandaat had voor onderzoek naar de schuldvraag, achtte dat in ieder geval de gebeurtenis zelf bewezen.

"Het Amerikaans-Russische samenwerkingsverband is enorm belangrijk gebleken", zegt Sigrid Kaag daar nu over. "Het heeft er voor gezorgd dat Syrië zelf ook een verdragspartij is geworden en dat is altijd een heel sturende rol blijven spelen."

De missie wordt als succes gezien, beschouwt u het ook zo?

"Dat oordeel laat ik liever aan anderen over, maar het wordt inderdaad gezien als succes. Ik word daar zelf een beetje treurig van, want de rest van het grote politiek-humanitaire verhaal 'Syrië' is onverminderd aan tragedie onderworpen."

"Ik ben wel opgelucht dat we ons steentje hebben kunnen bijdragen, maar het is niet voldoende." 

Zijn de gevaren van de Syrische burgeroorlog dicht bij uw team geweest? 

"Je weet nooit waaraan je bent ontsnapt. We hebben vaak acties moeten afblazen of uitstellen, omdat een gebied te gevaarlijk leek. Maar ook vanuit ons hotel in Damascus konden we soms de granaten zien inslaan. Is dat dicht bij? Ik denk het."

Gaat het wennen, zo'n omgeving?

"Ja, gek genoeg moet je daar ook voor uitkijken."

"Ach, eigenlijk moet je hier met oorlogsveteranen over spreken."

"Ik moest - het klinkt misschien raar - vaak aan mijn vader denken die als we 's avonds van de hockeytraining terugfietsten naar ons huis in Zeist zei: 'Het feit dat er duizend keer niets gebeurt wil niet zeggen dat er vandaag niet een of andere aanrander in de bosjes zit'."

Zou u er, met de ervaringen van het afgelopen jaar op zak, opnieuw aan beginnen?

"Ik denk het wel, uiteindelijk. Soms is het goed dat je niet het hele scala van risico's kan overzien. Natuurlijk zijn de gevaren vooraf onderzocht en in kaart gebracht, maar het is onvoorspelbaar oorlogsgebied. En er bestaan geen vergelijkbare missies."

"Ik denk overigens dat het gehalte aan niet-weten op alle niveaus ook ruimte heeft gegeven om een beetje te drukken."

Te drukken?

"Ja, om bijvoorbeeld innovaties te introduceren. Het bleek onmogelijk om het materiaal in Syrië te vernietigen, dus moest het elders. Er ontstond een op zijn minst onverwacht maritiem samenwerkingsverband tussen landen als China, Rusland, Noorwegen, Denemarken en de VS en Groot-Brittannie. Dingen die je van te voren niet bedenkt."

Toch blijft de vraag of Syrië vorig jaar wel zijn volledige chemische wapenarsenaal heeft opgegeven nog immer onderwerp van gesprek. In hoeverre bent u daar nu nog bij betrokken? 

"Klopt. Daar wordt nog over gepraat. Na afronding van de gezamenlijke missie heeft de OPCW hierin het voortouw. Wij, de VN, zijn verantwoordelijk voor de politieke terugkoppeling en de rapportage aan de Veiligheidsraad."

Dat gesprek kan nog wel even duren?

"Dat gesprek kan nog wel even duren."

"Ik vel er geen oordeel over hoor."

Kunt u er een voorschot op nemen?

"Nee. Speculeer ik niet over."

Het is meer een vraag naar feiten en uw deskundigheid; Hoe aannemelijk is het dat er nog chemische wapens in Syrië liggen?

"Speculeer ik niet over."

Hoe was en is de gedwongen samenwerking en het contact met de Syrische overheid?

"Dat is altijd constructief geweest."

Wie waren in Syrië uw gesprekspartners?

"De minister van Buitenlandse Zaken, zijn plaatsvervanger, een aantal generaals die onderdeel zijn van een comité dat moest meewerken aan de ontwapening, de adviseur van de president." 

En de president?

"Die heb ik ook ontmoet."

Hoe was dat?

"In het kader van de missie."

Maar: Indrukwekkend? Spannend? Moeilijk?

"Het was een correct gesprek."

Waarover?

"Over de afronding van de missie." 

Is het in die maanden dat u en uw team dat diplomatiek ingewikkelde en letterlijk levensgevaarlijke werk hebben gedaan, op enig moment onbevredigend geweest dat de vraag blijft hangen of Syrië wel al het materiaal heeft opgegeven?

"Ja, weet je, dat is ook weer speculeren."

Is dat echt zo? Is dat niet gewoon relevant?

"Jawel. Maar het gesprek daarover gaat dus door. Punt." 

Wat zou voor u een succesvolle finale zijn van deze afrondingsfase van de missie?

"De ultieme succesvolle afronding zou zijn dat iedereen het erover eens is dat Syrië in zijn verklaring al het chemisch wapenmateriaal heeft opgegeven. Want dat punt blijft inderdaad nog boven de markt hangen." 

"Er is immers", Kaag kiest haar woorden zorgvuldig, "een aantal lidstaten die, zoals je in de media kunt lezen, daar nog vragen over heeft. Die zeggen dat naar hun idee niet alles is opgegeven."

"Als we aan de Veiligheidsraad kunnen rapporteren dat alles is gemeld en opgeruimd en het punt bereiken dat iedereen daarover tevreden is, dan kun je spreken van een goed einde."

En wat hoopt u voor Syrë? 

"Dat er weer een inhoudvol politiek proces kan starten. Zonder dat komt er geen oplossing voor de crisis en het leed van al die mensen, al die kinderen."

Hoe heeft u de gevaren, het belang van de missie en het vergrootglas van de internationale gemeenschap het afgelopen jaar doorstaan?

"Mensen vragen vaak hoe ik de druk heb weerstaan. Ik weet het niet. Ik heb gewoon altijd een bewogen leven en kan veel hebben. En mijn werk is belangrijk, maar ik leef er niet voor. Ik ben getrouwd, heb vier kinderen, mijn moeder is vorig jaar overleden.. Er zijn ook andere dingen aan mijn hoofd, dat helpt altijd weer bij het relativeren. Ook een jaar als dit betekent niet dat je je eigen prioriteiten vergeet."

De carrière van Kaag speelt zich al lange tijd op het internationale podium af. In 1994 verruilde ze haar functie bij het ministerie van Buitenlandse Zaken voor haar eerste betrekking bij de VN. In 2010 werd ze assistent-secretaris-generaal van het United Nations Development Programme, het ontwikkelingsprogramma van de organisatie.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:

Gerelateerde artikelen

NUshop

Tip de redactie