Nederland stuurt zes F-16's, 250 militairen en 130 trainers naar Irak die de Amerikanen moeten helpen de opmars van de Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak een halt toe te roepen. Nederland zal echter niet militair actief zijn in Syrië. Waarom?

"Voor militaire inzet in Syrië is op dit moment geen internationale overeenstemming over een volkenrechtelijk mandaat", zei vicepremier Lodewijk Asscher woensdagavond in een toelichting op het kabinetsbesluit.

Voor militaire steun in de strijd in Irak is geen VN-resolutie nodig, omdat de Iraakse autoriteiten om hulp van de internationale gemeenschap hebben gevraagd. Voor Syrië ligt dat anders.

"President Assad erkennen wij niet als rechtmatig leider van dat land", zei PvdA-leider Diederik Samsom dinsdag. Op toestemming van Syrië zal Den Haag daarom niet wachten. Militair ingrijpen moet dus eerst worden goedgekeurd door de VN-Veiligheidsraad.

De VVD zegt niet "in een volkenrechtelijke dwangbuis" te zitten, terwijl dat volkenrechtelijk mandaat een nadrukkelijke wens van de PvdA is. Een VN-resolutie is daarvoor de beste manier, vindt Samsom. "Die weg moet eerst worden bewandeld."

Lukt dat niet, dan zijn er andere mogelijkheden om toch militair in te grijpen, zei Samsom. Maar geheel zonder problemen zijn die alternatieven niet, zegt Gelijn Molier, universitair hoofddocent aan de rechtenfaculteit Leiden. Hij promoveerde op de (on)rechtmatigheid van humanitaire interventies.

Zelfverdediging

"De hoofdregel is dat er niet geïntervenieerd mag worden, tenzij er sprake is van zelfverdediging," zegt Molier. "Dat is hier niet aan de orde."

"De Amerikanen kunnen wel zeggen dat IS een bedreiging vormt voor hun nationale veiligheid, maar er is geen sprake van een dreiging van een gewapende aanval tegen de Verenigde Staten. Het dreigingsniveau is juridisch onvoldoende om een beroep op het zelfverdedigingsrecht in de zin van artikel 51 van het VN-handvest te kunnen doen. Dat geldt evenzeer voor Nederland."         

Op toestemming van de Veiligheidsraad om in te grijpen hoeven de Amerikanen en dus ook Nederland niet te rekenen, is de inschatting van Molier. Er zou namelijk, net als tijdens de interventie in Libië in 2011, een beroep kunnen worden gedaan op de responsibility to protect.

Dat houdt in dat de internationale gemeenschap de verplichting heeft burgers te beschermen tegen mensenrechtenschendingen wanneer de soevereine macht daar niet meer toe in staat is.

Rusland

"Ook de situatie in Syrië komt gezien de ernst van de mensenrechtenschendingen voor een militair ingrijpen op basis van de responsibility to protect in aanmerking," zegt Molier. "Het probleem is alleen dat de Russen en Chinezen indertijd in Libië slechts afzagen van het gebruik van hun vetorecht onder de voorwaarde dat er geen sprake zou zijn van een regime change."

"Er mocht slechts militair geweld worden ingezet ter bescherming van burgers die door Kaddafi werden bedreigd. Het met militaire middelen verwijderen van het regime van Kaddafi vonden zij een brug te ver. Sindsdien hebben met name de Russen gezworen dat hen dit in het geval van Syrië niet nogmaals zal overkomen."

Mochten de Russen dus dwarszitten, dan kan er nog worden ingegrepen, omdat er sprake is van een humanitaire noodsituatie. 

Mensenrechten

Molier: "In dat geval zijn er eigenlijk twee volkenrechtelijke posities te verdedigen. De eerste en meest gangbare positie stelt dat een interventie zonder mandaat van de Veiligheidsraad om een einde te maken aan een humanitaire noodsituatie weliswaar illegaal is, maar onder bepaalde voorwaarden wel legitiem kan worden beschouwd."

Er moet dan sprake zijn van zeer ernstige mensenrechtenschendingen, zoals genocide en misdrijven tegen de mensheid, de interveniërende staten moeten de intentie hebben om hieraan een einde te maken, het geweldsgebruik moet proportioneel zijn, alle vreedzame middelen dienen te zijn uitgeput en er moet een redelijke kans op succes zijn.

"Het probleem is dat deze criteria geen enkele juridische status hebben", zegt Molier. "Daar komt nog bij dat de benadering 'illegaal, maar legitiem' er toe leidt dat het respect voor het VN-Handvest af zal nemen doordat je gedrag accepteert dat in strijd is met een fundamentele regel van internationaal recht als het geweldverbod", aldus Molier.

Noodzaak

Bij de tweede benadering wordt een beroep gedaan op het noodzaakbeginsel. Molier: "Dit is een algemeen aanvaard beginsel van internationaal recht dat het gebruik van geweld om een einde te maken aan een humanitaire noodsituatie zou kunnen rechtvaardigen ook zonder toestemming van de Veiligheidsraad."

"In 1999 hebben de Engelsen en de Belgen ter rechtvaardiging van de NAVO-interventie in Kosovo, die eveneens zonder mandaat van de Veiligheidsraad plaatsvond, daar ook een beroep op gedaan."

Commissie-Davids

Juist voor de PvdA is het belangrijk dat militaire deelname van Nederland juridisch afgedekt is. Het waren de sociaal-democraten die jaren aandrongen op een onderzoek naar de Nederlandse steun voor de invasie van Irak in 2003. De commissie-Davids concludeerde toen dat er geen adequaat volkenrechtelijk mandaat was voor de aanval op Irak.

Betekent dat dan dat elke keer als Rusland dwars gaat liggen er geen juridische gronden meer zijn om genocide en andere mensenrechtenschendingen aan te pakken? Nee, zegt Molier. Hij stelt dat Amerika en Nederland niet hoeven te wachten op een VN-mandaat, maar kunnen ingrijpen met een beroep op het noodzaakbeginsel.

"Een bijkomend voordeel is dat zich dan een daadwerkelijke rechtvaardigingsgrond voor een militaire interventie voor humanitaire beschermingdoeleinden buiten de Veiligheidsraad om kan ontwikkelen en de impasse illegaal, maar legitiem wordt doorbroken."