Emmy Verhey wil na 52 jaar wel eens zonder viool op pad

Op haar twaalfde gaf topvioliste Emmy Verhey (nu 65) haar eerste concert. Na 52 jaar wil ze wel eens een leven zonder druk van optreden en dagelijks studeren. "Het is puur topsport. Als je techniek niet voortdurend op peil blijft, hoor je dat meteen."

Najaar 2015 houdt ze er voorgoed mee op, zo werd deze week bekend. Na haar eigen jaarlijkse festival, en "eventueel nog een afscheidsconcert" is het klaar.

Niet alleen omdat Verhey steeds minder werk heeft en er meer concurrentie is, vooral omdat het tijd wordt voor andere dingen, vertelt ze in een interview met NU.nl.

"Het een heeft het ander natuurlijk wel min of meer beïnvloed. Ik stop nu niet omdat er te weinig werk is, dat vind ik niet direct een aanleiding. Maar ik ben natuurlijk ook niet meer piepjong, dat is een gegeven."

"Mijn familieleven en sociale leven hebben altijd te lijden gehad onder mijn vioolspelen, ik was altijd weg op onregelmatige tijden. Ik had bijna altijd concerten op de verjaardagen van de kinderen, en dat heb ik nu weer met mijn kleinkinderen. Op een gegeven moment ga je denken: misschien moet ik toch eens een keer een andere kant op kijken. En de jaren die ik nog krijg, want dat is ook maar de vraag natuurlijk, op een andere manier gaan invullen."

"Ik geef niks om dat getal hoor, ik vind niet dat iedereen op zijn 65e gepensioneerd moet zijn. Ik ken ook zat mensen die doorwerken, fantastisch. Bijvoorbeeld beeldend kunstenaars, die kunnen gewoon een week weg en daarna weer vrolijk door. Dat is zo heerlijk."

Werd het vioolspelen ook fysiek moeilijker om vol te houden?

"Tuurlijk, tuurlijk. Mijn conditie is heel goed hoor, ik kan van alles aan. Maar ik wil wel eens een wandeltocht maken van vijf dagen, dan is het wat lastig om je viool op je rug mee te nemen."

Kunt u uitleggen waarom het voor een violist veel moeilijker is om na een tijd niet studeren verder te gaan, dan voor bijvoorbeeld een pianist?

"Dat is totáál anders ja. Vioolspelen is topsport op de vierkante centimeter. Je maakt met je vingers links contact op de snaren, met je rechterhand probeer je het geluid eruit te strijken. Dat contact met je linkerhand moet voortdurend op peil blijven, anders verdwijnt dat. En dat hóór je meteen. Ook aan de snelheid, want je techniek holt achteruit."

"Het is gewoon sport, het is púúr sport. Als een schaatser een week niet traint, gaat hij ook niet meer zo hard."

Heeft u veel last gehad van blessures?

"Ja ontzettend veel. Ik denk dat ik mede stop omdat ik bang ben voor de volgende blessure. Hoeveel bezoeken aan de therapeut ik niet al gebracht heb, haast onnoemelijk. Godzijdank zijn ze er. Zonder fysiotherapeut kunnen wij ons vak niet uitoefenen."

Klopt het dat u wel eens concerten heeft gespeeld terwijl u veel pijn had?

Fel: "Ja nou! Ontzettend."

Waarom doet iemand dat?

"Ja waarom, omdat de situatie zo is en je weet dan vaak nog niet precies wat er aan de hand is. Daar moet je eerst doorheen, dan word je behandeld op de juiste manier en vertrekt het weer."

Zuchtend: "Ja nou ja, het is allemaal niet zo erg. Maar ik heb inderdaad wel gehad dat ik voor een concert in de kleedkamer zat en dacht: ik kom straks op en kan niet meer spelen. Een nachtmerrie bijna. Dan speelde ik toch en ging het wel. Al hoorde ik achteraf soms van vrienden die in de zaal zaten dat ik lijkbleek was. Niet zo gek natuurlijk."

Dat klinkt niet erg gezond.

"Nee, nee, het is ook niet zo'n gezond vak hoor."

Was dat ook faalangst?

"Van faalangst heb ik ook altijd wel last gehad. Het een houdt ook verband met het ander. Ja, god ja, angsten."

Ja?

"Ja, ook angsten ja. Tuurlijk... Het is ook altijd een concurrentieslag. Dat ene concert kan iedereen bijblijven. Soms hangt er veel van af."

Heeft u de concurrentie veel zien veranderen?

"Er zijn nu veel jonge mensen op podium terechtgekomen, heel veel. En op allerlei gebied; piano, cello, viool. Het aanbod is enorm."

Is dat goed of slecht?

"Natuurlijk is dat heel goed, iedereen moet muziek kunnen maken. Iédereen. Niet alleen getalenteerde kinderen, maar ook kinderen die iets minder getalenteerd zijn, dat is mijn grote speerpunt. Je moet muziek aanbieden aan alle kinderen, het moet niet van de ouders komen maar van de school."

Optreden van Emmy Verhey en pianist Paul Koomen in 2010:

Wonderkind

Verhey (1949) kreeg zelf toen ze zeven jaar was van haar vader haar eerste vioolles. Na een jaar stapte ze over naar de bekende vioolpedagoog Oskar Back. Al snel werd de term 'wonderkind' op haar geplakt. Op 12-jarige leeftijd speelde ze bij haar eerste optreden het vioolconcert van Tsjaikovski, en op haar dertiende ging ze studeren aan het conservatorium. In 1966 stond ze in de finale van een belangrijk concours in Moskou, waarna ze op Schiphol als ster onthaald werd.

Hoe is het voor een kind om 'wonderkind' genoemd te worden?

"Dat is wel een beetje raar hoor. Ik was natuurlijk wel wonderlijk, maar of ik nou een wonderkind was weet ik niet. Ik ben er altijd heel nuchter mee omgegaan. Mozart en Beethoven zijn voor mij wonderkinderen, zij waren uitzonderlijk goed in een aantal disciplines. Dat vind ik een heel ander gegeven, ik kon alleen maar een beetje viool spelen."

Wat adviseert u ouders met heel getalenteerde kinderen?

"Ga er vooral lief mee om, push het niet te veel, zoek de juiste banen en niet de verkeerde. Dat is makkelijk gezegd natuurlijk, maar ik zie ook te veel ouders die erachteraan hollen."

Is dat de keerzijde van al het grote aantal jonge talenten van tegenwoordig?

"Absoluut. Je moet er met verstand mee omgaan. Niet je eigen belangen te veel erbij betrekken. Vergeet niet dat het nog steeds een kind is, wees bezorgd voor wat het écht zelf wil."

Is dat in uw eigen jeugd goed gegaan?

"Mijn vader was niet de meest tactvolle man en ook niet de grootste pedagoog, en mijn moeder deed braaf wat mijn vader zei. Dus nee, dat is niet helemaal goed gegaan kan ik wel zeggen. Maar goed, ik ben nu wie ik ben en heb gedaan wat ik moest doen, en heb een ongelooflijk mooi leven. Met muziek."

Gaat u dat niet heel erg missen?

Vrolijk: "Muziek niet. Die kan ik gewoon op de radio vinden."

Maar het maken?

"Ik heb nog altijd wel wensen op dat gebied. Ik kom elke maand wel weer een stuk tegen wat ik nog niet ken en graag zou willen spelen. Dat moet ik dan laten gaan, ja."

Maar u denkt nu wel dat u dat kan.

"Ja, ja. Er komt ook heel veel voor in de plaats. Vrije tijd, andere interesses."

Er is ook bijna geen periode in uw leven geweest dat u niet bekend was, zelfs al toen u naar conservatorium ging. Hoe was dat?

"Ik was dertien, terwijl de rest allemaal zeventien jaar of ouder was. Ik probeerde daar een beetje bij te horen, maar dat is niet echt gelukt. Dat was eigenlijk niet zo heel erg leuk, nee. Je blijft ook altijd heel bijzonder, omdat je al gelanceerd bent, op het podium staat. Dan sta je er een beetje buiten."

U heeft dat vrije leven waar u nu over spreekt, veel reizen bijvoorbeeld, eigenlijk nooit gekend.

"Nou ik reisde heel veel, maar altijd voor concerten. Ik ben op heel veel plekken geweest, maar heb nooit veel gezien, omdat daar geen tijd voor was. Dus ik riep altijd: ik kom nog wel een keer terug als ik met pensioen ben. Nou dat is dan nu."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:

Gerelateerde artikelen

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie